Breng vrouw niet via wet naar de top

Meer vrouwen moeten aan de top. Niet via wetgeving, maar door de baas ervan te overtuigen dat diversiteit goed is voor zijn bedrijf, menen Lutgart Van den Berghe en Abigail Levrau.

Breng vrouw niet via wet naar de top Quota Overtuig mannelijke bestuurders van nut diversiteit; zonder een quotum geen succes Illustratie Bas van der Schot Schot, Bas van der

Harde cijfers zijn er voldoende om aan te tonen dat vrouwen (wereldwijd) ondervertegenwoordigd zijn in toporganen. Telkens wordt gewezen op dezelfde barrières. Dit is niet anders in België. Ook België bengelt onderaan de statistieken en heeft obstakels voor vrouwen om door te groeien naar de top. Bestaat het glazen plafond dan echt? Misschien, wij zien het eerder als een labyrint, het symboliseert het idee van een complexe tocht naar een te bereiken doel.

Een tocht met hindernissen, maar uiteindelijk niet ontmoedigend (zoals de metafoor van het glazen plafond insinueert). Het komt erop aan de juiste stimulansen te geven, te krijgen en keuzes te maken. Maar moeten we wel streven naar meer vrouwen in toporganen? Het antwoord is een resoluut ja. Ook wij zijn pleitbezorgers voor meer vrouwelijke topmanagers en bestuurders maar we laten ons daarbij niet te veel leiden door de morele, sociale overwegingen. De drijfveer is veeleer de rotsvaste overtuiging dat meer diversiteit loont. Een grotere diversiteit in de samenstelling van directieteams en raden van bestuur waarborgt een betere besluitvorming, omdat er meerdere invalshoeken in de debatten aan bod komen. Diversiteit is de basis van creativiteit. Vrouwen brengen andere inzichten aan, want mannen en vrouwen verschillen nu eenmaal. Maar vergist u zich niet, vrouwen zijn geen ‘superwezens’ of übermenschen. Bovendien maakt één zwaluw geen lente.

Ondernemingen moeten durven investeren in een kritische massa en zich niet verlaten op die ene ‘excuustruus’. Het voorgestelde streefcijfer van minimaal 30 procent vrouwen in toporganen (zoals in het voorstel van PvdA-Kamerlid Kalma) is in dit opzicht bemoedigend. De kernvraag is echter: zijn wetgevende initiatieven de ideale oplossing? Iedereen is het er over eens dat de achterstand dient weggewerkt te worden, de barrières dienen gesloopt te worden en dat een extra zetje broodnodig is. Minder eensgezindheid is er echter over de manier waarop dit moet gebeuren.

Met het voorstel van wettelijk verankerde streefcijfers spiegelt Nederland zich aan het Noorse model. Ook in België zijn er diverse pogingen ondernomen om wettelijke quota in te voeren voor beursgenoteerde ondernemingen, maar één voor één zijn ze gesneuveld. Het draagvlak in de private sector was te gering. Betekent dat er dan niets meer gedaan wordt? Integendeel, er zijn lovenswaardige alternatieven op te tekenen. Waar de Code-Tabaksblat niet in slaagde, is dat bij ons wel gelukt. De Belgische Corporate Governance Code is aangepast en bevat nu een expliciete bepaling over genderdiversiteit. Voortaan moeten de beursgenoteerde ondernemingen een aanvaardbare verklaring geven als ze hiervan afwijken. Daarnaast lanceerde de Vlaamse overheid, in samenwerking met Guberna en andere Vlaamse partijen een grootscheepse sensibiliseringscampagne waaronder de ontwikkeling van een gegevensbank met (vrouwelijke) kandidaat-bestuurders alsook een coaching- en opleidingsprogramma voor (potentieel) vrouwelijke bestuurders. Het initiatief heeft inmiddels navolging gekregen in Wallonië.

Uiteraard zijn deze acties onvoldoende als ze niet ondersteund worden door inspanningen door de ondernemingen. Wij pleiten voor het invoeren van een proactief diversiteitsbeleid op alle niveaus, een meer open rekruteringsproces, de bewustwording van de aanwezigheid van ‘vrouwelijke parels’ in de eigen geledingen en het faciliteren van de doorstroming van veelbelovende talentvolle vrouwen naar sleutelposities. Wellicht hebben de vrouwen zelf ook een duwtje in de rug nodig, hoewel de opmars van ‘vrouwennetwerken’ en het succes van opleidingen aantonen dat een (nieuwe) generatie vrouwen zich klaarstoomt.

Vrouwen winnen stilaan veld, maar er is nog een lange weg te gaan. Wetgeving is echter niet de oplossing. Het benoemen van bestuurders of topmanagers dient in de eerste plaats te gebeuren op basis van competentie en ervaring. Het is geen een-op-eenrelatie, maar een streven naar een harmonieus, complementair geheel. Te vaak verliest men dit basisprincipe uit het oog. Het gevaar is dat wetgeving dit doel voorbijschiet. De grootste uitdaging is het overtuigen van mannelijke bestuurders van de redelijkheid en vooral van het nut van genderdiversiteit. De boodschap luidt: geef vrouwen een gelijke kans, de kracht zit hem in het verschil, niet in de gelijkheid.

Prof.dr. Lutgart Van den Berghe is afdelingsvoorzitter van de Vlerick Leuven Gent Management School, hoogleraar Corporate Governance aan de universiteit van Gent en commissaris van Belgacom, Electrabel, CSM en SHV. Ze is directeur van het Guberna, Instituut voor Bestuurders, waar dr. Abigail Lavrau ook aan is verbonden..