Bos laat ex-bestuurders DSB langer bungelen

Een onderzoek naar hoofdrolspelers bij de ondergang DSB gaat langer duren. Wordt het tijd dat betrokkenen als Gerrit Zalm en Nout Wellink zelf de aanval kiezen?

Het is heel goed mogelijk dat de discussie over de opzet van een onderzoek naar (voormalige) DSB-bestuurders straks meer tijd in beslag neemt dan het onderzoek zelf. Minister Bos (Financiën, PvdA) deed gisteren de onderzoeksopzet uit de doeken, een week later dan hij aan het parlement had toegezegd. En die ziet er heel wat anders uit dan aanvankelijk de bedoeling was [zie inzet].

Met de ondergang van het DSB-imperium staan vele reputaties op het spel. Bankpresident Nout Wellink over zijn rol als toezichthouder, Gerrit Zalm, de huidige bestuursvoorzitter van ABN Amro die twee jaar bij DSB werkte, Ed Nijpels, bestuursvoorzitter van pensioenfonds ABP en voorheen DSB-commissaris en VVD-coryfeeën als Robin Linschoten en Frank de Grave, beiden (voormalig) bestuurder.

Het was daarom van groot belang, zo beaamde minister Bos op 15 oktober, dat er een snel onderzoek komt naar de rol van (voormalige) DSB-bestuurders. Maar dat gaat nu meer tijd kosten. „Het betekent dat er mensen langer bungelen, terwijl zij zich niet kunnen verdedigen”, zegt Frans Weekers (VVD). Elly Blanksma van het CDA: „Eerder deze maand leek juist de minister om deze reden haast te willen maken.”

VVD en CDA wensen volgende week spoedoverleg met de minister. Zij willen namelijk dat er al eind november uitsluitsel is over het functioneren van ex-DSB’ers. Dat wijkt sterk af van de planning van de minister. Die heeft de onderzoekscommissie gevraagd om over „enkele weken” bekend te maken hoe zij het onderzoek zal uitvoeren.

Scheltema en de zijnen zullen een uitgebreider onderzoek doen, inclusief de rol van voormalige DSB-bestuurders. Deze studie zal ten minste drie maanden duren. Daarnaast zullen De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) „een hernieuwd oordeel” vellen over de betrouwbaarheid en deskundigheid van deze bestuurders en commissarissen. Maar dat onderzoek valt wel onder de geheimhoudingsplicht van de toezichthouders. Bos zal daarom een „onafhankelijke derde” – opnieuw Scheltema – laten toetsen of de toezichthouders dat oordeel zorgvuldig hebben onderbouwd. Het streven is er nu opgericht dat Scheltema hierin „uiterlijk december” inzage krijgt, maar Bos kan niet zeggen of hij de Kamer dan ook al kan informeren. Bovendien is onduidelijk wat Scheltema überhaupt aan de minister en het parlement kan zeggen op dit punt.

„Straks krijgt de Kamer dus conclusies die we niet kunnen verifïëren”, stelt Weekers vast. „Zo maakt Wouter Bos er een doofpot van.” CDA’er Blanksma is milder maar wel teleurgesteld. „Er is duidelijk heel veel gestoeid met de onderzoeksopzet”, zegt ze. Blanksma heeft de Kamerbrief wel drie keer gelezen, omdat er zo veel aan de formuleringen is gesleuteld.

Weekers betreurt het dat het een commissie van wetenschappers is geworden. „Niets ten nadele van deze mensen, maar ik heb ervoor gepleit om een oud-magistraat als onderzoeker aan te stellen. Die heeft ervaring met waarheidsvinding. Het onderzoek naar Icesave werd ook door wetenschappers gedaan en dat duurde een half jaar langer dan gepland, zonder dat het een duidelijk oordeel opleverde.” Hij zegt boos te zijn op Bos. „Eerst houdt de minister zich niet aan de afspraak om op tijd met een brief te komen, en vervolgens kiest hij voor een opzet waarbij alles veel langer duurt.”

Het draagvlak voor een parlementaire enquête naar de kredietcrisis, waarbij getuigen ook onder ede kunnen worden gehoord, wordt er groter op. De VVD is, net als GroenLinks, SP en PVV, nu inmiddels ook voorstander van het opschalen van de huidige parlementaire onderzoekscommisie-De Wit naar een volwaardige enquêteonderzoek.

Misschien wordt het tijd voor bestuurders als Gerrit Zalm en Nout Wellink de adviezen van Arnout Boot en Dolf van den Brink ter harte te nemen. De economen pleitten er deze week voor om, net als in het Verenigd Koninkrijk, zelf de aanval te kiezen in het debat over personen in de financiële sector. Als je een goed verhaal hebt moet je dat vertellen om mispercepties te voorkomen, als je een slecht verhaal hebt, moet je vertrekken.