Benes-decreten stonden niet ter discussie

Had Tsjechië iets te vrezen van Europeanen die met het Verdrag van Lissabon in hun hand claims zouden kunnen indienen tegen de omstreden Benes-decreten?

Het is geen goed jaar voor het imago van Tsjechië. Het begon met een desastreus voorzitterschap van de Europese Unie – de toenmalige premier Mirek Topolánek moest het staartje daarvan overlaten aan een opvolger, nadat hij door zijn parlement was weggestemd. En nu steggelt Tsjechië, en vooral president Václav Klaus, al wekenlang over het Verdrag van Lissabon, over het bestuur van de EU.

Onlangs stelde Klaus, op de valreep, een nieuwe eis aan dat verdrag: het hieraan gekoppelde Handvest van Grondrechten zou niet voor Tsjechië mogen gelden, uit vrees voor claims van etnische ‘Sudeten-Duitsers’ die na de Tweede Wereldoorlog uit Tsjechoslowakije zijn gezet. Eigendommen van deze vermeende nazi-collaborateurs werden staatsbezit, per decreet van de toenmalige president, Edvard Benes (1884-1948).

Gisteren besloten Europese leiders die eis in te willigen, in de hoop dat Klaus ‘Lissabon’ nu snel ondertekent. Volgens advocaat Ales Pejchal, een vriend van Klaus en een expert in restitutiezaken, is een groot gevaar afgewend.

In het verleden zijn rechtszaken tegen de Benes-decreten weliswaar altijd stukgelopen, ook in het Europese Hof voor de Mensenrechten in Straatsburg, maar het Handvest bood de mogelijkheid om door te vechten in het Europese Hof van Justitie in Luxemburg. „Het opende nieuwe perspectieven voor claims”, zegt Pejchal.

Onzin, zegt jurist Ivo Slosarcik, verbonden aan de Karelsuniversiteit in Praag. Hij beaamt dat invoering van het Handvest tot nieuwe rechtszaken had kunnen leiden. „Maar dat zegt niets over de uitkomst.” Volgens Slosarcik hebben Tsjechische rechtbanken het laatste woord en die hebben de Benes-decreten altijd vierkant verdedigd. „Zolang de jurisprudentie in Tsjechië niet wezenlijk verandert, blijft de status-quo gehandhaafd.”

Praag is vaak gekritiseerd om de decreten. Het vorstenhuis Liechtenstein maakt aanspraak op paleizen en landerijen in de oostelijke streek Moravië, een gebied dat tien keer zo groot is als het vorstendom zelf. Het wilde Tsjechië om die reden lang niet erkennen.

De decreten wierpen ook lang een schaduw over de relaties met Duitsland. De drie miljoen Sudeten-Duitsers uit Tsjechoslowakije kwamen vooral daar terecht. In 1997 legden beide landen gezamenlijk een politieke verklaring af waarin Tsjechië spijt betuigde over de Benes-wetten en Duitsland over de oorlog en het Verdrag van München uit 1938, waarmee Hitler het Sudetenland in Tsjechoslowakije annexeerde.

In de aanloop naar de Tsjechische toetreding tot de EU liet Brussel, in samenspraak met Praag, een onderzoek doen naar de Benes-decreten, om eventuele problemen voor te zijn. „De conclusie was toen ook al dat Tsjechië op juridisch gebied soeverein is”, zegt jurist Jirí Priban, verbonden aan de Universiteit van Cardiff. „De decreten hebben niets te maken met Europese wetgeving.”

De bekendste claim is zonder twijfel die van aristocraat Franz Kinsky, ex-eigenaar van het Kinsky-paleis, het rococopaleis in Praag. Kinsky spande sinds de val van het communisme 160 rechtszaken aan. Tevergeefs, ook al had zijn familie niet geheuld met de nazi’s.

Als het zelfs (de inmiddels overleden) Kinsky niet is gelukt, waarom maakte Klaus zich dan zorgen? „Hij maakt zich geen zorgen”, zegt Michal Musil, commentator van dagblad Mlada fronta dnes. „Hij haat Lissabon en wil de ratificatie ervan zo lang mogelijk ophouden.” Een groep senatoren, de president welgezind, diende onlangs ook al een klacht in over het verdrag bij het Constitutionele Hof. Dat oordeelt volgende week. Eerdere klachten werden afgewezen.

De Tsjechen zijn overwegend vóór Lissabon, maar zijn ook gevoelig voor aanvallen, al dan niet imaginaire, op de Benes-decreten. „De president gebruikte valse argumenten”, zegt Priban. „Het was een luie poging om de Tsjechen weer aan zijn kant te krijgen.”