Balkenende-norm sluipend omhoog

Het kabinet verhoogt de aanvaardbare topinkomens in de (semi)publieke sector. Maar doet zelf niet mee. Want: niet iedereen hoeft onderbetaald te worden.

Balkenende is uit, de nieuwe norm voor de beloningen in de (semi)publieke sector is kortweg: de norm.

Van die naam Balkenende-norm moeten we af, zei minister Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken; PvdA) vorige maand tegen de Tweede Kamer. Zij beloofde een consultatieronde over de nieuwe norm. Die is nu begonnen.

De nieuwe norm is hoger dan de oude, hij maakt een eind aan het verstoppertje spelen over de vraag wie het geld krijgt, hij wordt uitgebreid en hij zal strikter worden gehandhaafd.

De Balkenende-norm wil de beloningen limiteren van een breed scala topambtenaren en van bestuurders bij particuliere organisaties die deels met belasting- of premiegelden worden gefinancierd, zoals de gezondheidszorg en het onderwijs, of die dankzij publiek geld vermogend zijn geworden, zoals woningcorporaties.

De bedragen gaan omhoog. De Balkenende-norm is nu 181.000 euro en van dat bedrag moet alles worden betaald: salaris, sociale premies, onkostenvergoedingen en de pensioenpremie.

In de nieuwe norm wordt het brutosalaris 181.773 euro. Daar bovenop komt een maximale onkostenvergoeding van 15.685 euro plus een maximale reguliere pensioenpremie van 28.771 euro. Alles bij elkaar: 226.229 euro.

Gouden handdrukken worden gelimiteerd tot een jaarsalaris. Dat is ook de norm in de code-Tabaksblat voor goed ondernemerschap bij beursgenoteerde bedrijven.

Waarom gaat de nieuwe beloningsnorm omhoog? Dat volgt uit de karakter van de regeling, blijkt uit de consultatie. De beloningsnorm was geënt op de beloning van de minister-president, inclusief een aanbevolen verhoging van de ministerssalarissen met ten minste 30 procent. Maar vanwege de economische crisis heeft het kabinet die verhoging voor zichzelf geschrapt. Maar, zo zei Ter Horst tegen de Kamer: dat betekent niet dat de hele (semi)publieke sector onderbetaald moet zijn.

Hoe de nieuwe norm er voor topmanagers gaat uitzien is afhankelijk van hun afstand tot de publieke zaak. Een commissie onder leiding van ex-VVD-leider Hans Dijkstal heeft het kabinet de afgelopen jaren in totaal zeven adviezen gegeven over het beloningsbeleid en voor wie dat moet gelden.

Bij de overheid wordt de nieuwe norm 226.229 euro. Maar in de semi-publieke sector wordt het per sector geregeld, onder auspiciën en goedkeuring van de vakminister. Dat betekent dat sectoren als zorg, onderwijs en woningcorporaties hun eigen beloningscodes moeten opstellen, met eigen normbedragen waaraan de betrokken minister fiat moet geven. Hier kan de norm wel boven 226.229 uitgaan, maar niet boven de eigen sectornorm. De minister moet, zo zegt Ter Horst in de consultatie, bij zijn oordeel rekening houden met de relevante lonen in de publieke sector en de markt, met de lonen voor andere functies in de sector (om geen kloof te creëren met de cao-lonen) en met „het draagvlak voor dergelijke beloningen”. Het kabinet maakt meteen al een uitzondering voor de woningcorporaties: daar worden de salarissen gelimiteerd op 181.773. En de sectornorm moet er zo uitzien dat het niet zo kan zijn dat alle woningcorporatiedirecteuren, groot en klein, op de norm gaan zitten.

Gaat het kabinet bestaande contracten openbreken? Dat bleek niet haalbaar. Ter Horst heeft wel laten doorschemeren dat bevriezing van bestaande salarissen boven de nieuwe norm een optie is.

De openbaarmaking wordt ook uitgebreid. Alle topfunctionarissen moeten hun beloning in een jaarverslag vermelden, of zij nu boven of onder de norm zitten. Ook de bedragen van alle ‘gewone’ werknemers boven de norm moeten gepubliceerd worden.

De nieuwe wet wil ook een eind maken aan het verstoppertje spelen. Organisaties moeten in hun jaarverslagen straks de namen en beloningsbedragen van topfunctionarissen noemen. Nu is openbaarmaking gekoppeld aan de functie, niet aan het individu.

Verder maakt het kabinet ernst met de naleving. De huidige Wet openbaarmaking publieke topinkomens, die geen sancties kende, wordt ingetrokken. De nieuwe wordt de Wet normering uit publieke middelen gefinancierde beloning topfunctionarissen. Overtreders hoeven straks echter niet voor de strafrechter te komen. Maar zij moeten bijvoorbeeld wel het te veel betaalde geld (deels) teruggeven.