Auteurs op afstand betrokken bij wereld

Mooie interviews deze week in de weekbladen. Annelies Verbeke, die met veel succes debuteerde met Slaap!, constateert in Vrij Nederland van deze week: „Gelukkig zijn is een verplichting geworden. Het is ontluisterend hoe antidepressiva worden gebruikt om de maatschappij draaiende te houden. In een neoliberale maatschappij, die Nederland misschien nog wel meer is dan België, ben je verplicht om altijd goed gehumeurd te zijn, om niemand lastig te vallen, om in de pas te lopen.”

Verbeke (33) voert in haar nieuwe roman Vissen redden een personage op dat strijdt tegen overbevissing van de oceaan vanuit het besef dat de wereld vergaat. Ze signaleert ‘een nieuwe vorm van engagement’: „De meeste schrijvers van mijn generatie voelen zich wel betrokken bij wat er in de wereld gebeurt, maar dan eerder beschouwend. Ze weigeren een ideologie naar voren te schuiven.”

Jonathan Safran Foer (32) bevestigt die stelling in hetzelfde blad. Hij schreef Dieren eten, een journalistiek-autobiografisch boek over vegetarisme en de bio-industrie. Ruim een jaar verdiepte hij zich in de vlees-industrie, sprak hij met boeren, slachters, wetenschappers en dierenactivisten en bezocht hij biologische en industriële boerderijen. De conclusie: „Ik zal nooit, nooit meer vlees eten.”

Een gemiddelde Amerikaan, telde Foer, eet in zijn leven 21.000 dieren: 2.000 landdieren en 19.000 vissen. „Dat is zo moeilijk te bevatten, dat ik niet eens weet wat ik moet denken”, zegt hij. „Ik geloof niet dat er iemand is die het mishandelen van dieren verdedigt. Als iedereen volgens zijn of haar waarden zou eten, dan was dit boek niet nodig.” Maar er gloort hoop, volgens Foer. „De bio-industrie is totaal niet duurzaam. Het is zo slecht voor onze gezondheid en het milieu dat het uiteindelijk wel móét ophouden.”

In zijn jongste boek God is gek – de dictatuur van het atheïsme toont de schrijver Raymond van de Klundert alias Kluun (45) zijn belangstelling voor spiritualiteit. „Als ik tv kijk of als ik de krant lees, dan lijkt het wel of al lang bewezen is dat God niet bestaat”, betoogt hij in Elsevier. De culturele elite haalt zijn neus op voor religie.” Ook Kluuns boek is een zoektocht, met als slotsom: „Ik geloof dat er een kracht is, en dat de dood niet het einde is.”

In een interview uit 1991, herdrukt in HP/DeTijd bij gelegenheid van zijn dood vijf jaar geleden, stelt Theo van Gogh dat hij niet zijn leven lang het enfant terrible kan blijven spelen: „Het is een slopend vak. Of je gaat op tijd dood, of je wordt doodgeknuffeld.”

En als het zo ver kwam; de crematie was al geregeld: „Een urn met as met een pollepel erin. Iedereen moet een hapje nemen en daarna is er een batterij aan drank om de smaak weg te spoelen.”