'Zelf heb ik altijd graag in de DDR gewoond'

Egon Krenz kon de Val van de Berlijnse Muur niet stoppen, maar de laatste DDR-leider heeft geen spijt. „Mensen zeggen me: het was een geborgen tijd.’

De DDR was niet failliet, de DDR „had economische problemen”. Egon Krenz, de man die precies twintig jaar geleden leider was van een land dat niet meer bestaat – de Deutsche Demokratische Republik – duldt nauwelijks kritiek op de dictatoriale mogendheid van destijds. Het leven was er volgens hem zo slecht niet. „Ik mis wat velen missen: de menselijke warmte onder elkaar.”

Duitsland maakt zich op om maandag 9 november groots te herdenken dat 20 jaar geleden de Berlijnse Muur is gevallen. Maar het begrip ‘Val van de Muur’ is volgens de 72-jarige Krenz „ideologisch beladen”. Krenz volgde in de chaotische weken voorafgaand aan 9 november 1989 Erich Honecker op, de communist die Oost-Duitsland jarenlang met sterke hand had bestuurd, maar uiteindelijk moest aftreden omdat het volk veranderingen eiste.

Krenz: „De Muur viel niet. De grenzen gingen open. Toenmalig bondskanselier Helmut Kohl heeft me daar persoonlijk nog voor bedankt – voor het openen van de grens. Niet voor de Val van de Muur.”

Wat was er zo goed aan het leven in de DDR?

„Het onderwijs bijvoorbeeld. De kinderopvang, de gezondheidszorg. Waar ik me aan erger is dat het leven van DDR-burgers op de vuilnisbelt van de geschiedenis wordt gegooid. Velen herinneren zich de DDR heel anders dan de ‘onrechtsstaat’ waarover ze nu zo veel horen en lezen. Ik spreek mensen die zeggen: het was een tijd van geborgenheid; een periode waarin we een baan hadden en de kinderen naar de crèche konden als de ouders gingen werken. Dat is geen Ostalgie [heimwee naar Oost-Duitsland – red.], dat zijn de feiten. Ik heb zelf altijd graag in de DDR gewoond”.

Was de DDR geen ‘onrechtsstaat’?

„Die vraag deugt niet. Ik vind dat de verwerking van het DDR-verleden in Duitsland totalitaire trekken heeft gekregen. Het begrip ‘onrechtsstaat’ is uitsluitend met betrekking tot de DDR in de wereld gebracht. Wat me ook niet bevalt is dat altijd een vergelijking wordt getrokken met de nationaal-socialistische jaren 1933-1945. Iedere vergelijking van het DDR-bewind met het fascisme van Adolf Hitler gaat mank”.

U heeft vier jaar in de cel gezeten wegens verantwoordelijkheid voor doodslag op DDR-vluchtelingen. Hoe kijkt u daarop terug?

„Het was een politiek proces, en dat verraste met totaal niet. Mijn straf heeft me niet gebroken. Ik ben zelfbewust genoeg om te zeggen dat de geschiedenis dit vonnis ooit zal corrigeren. Maar ik ben ook realist genoeg om in te zien dat ik met deze aantekening moet leven”.

Hoe gaat het met u, twintig jaar na de Val van de Muur?

„Persoonlijk gaat het me niet slecht. Ik heb een beste vrouw, we hebben kleinkinderen, ik ben klaarblijkelijk gezond. Maar mijn ideaal is kapot. De DDR is ten onder gegaan. In die zin kan ik niet zeggen dat het goed met me gaat”.

Hoe kon dat gebeuren? Wat zijn uw grootste fouten geweest?

„De DDR is ten onder gegaan als deel van een wereldsysteem – het communisme. Het lot van onze republiek was onlosmakelijk verbonden met dat van de Sovjet-Unie. Ik was aanvankelijk een voorstander van Sovjet-leider Michael Gorbatsjov. Ik geloofde in zijn hervormingsplannen en wilde bij ons hetzelfde doen. Ik wilde de DDR hervormen, niet weg hervormen. Mijn falen bestaat uit het niet in actie komen toen dat nodig was. We hadden geen antwoord op de vragen en de eisen die de burgers ons stelden. In de leiding heerste sprakeloosheid. Ik zag te laat in dat de DDR haar ondergang tegemoet ging en heb te lang geloofd dat we het land en het socialisme konden vernieuwen. Het verlies van de republiek was mijn nederlaag”.

Het land was toch bankroet?

„De DDR was niet failliet. De DDR had, zoals iedere andere staat, economische problemen. Niet alles was modern en er waren moeilijkheden met milieuvervuiling. Dat bestrijd ik allemaal niet. Maar grote delen van onze industrie waren in orde. En we hebben als land tot het laatst onze rekeningen betaald. Het punt is dat we er niet in zijn geslaagd om de vooruitgang, die er wel degelijk was, bij de burgers over te brengen”.

Heeft u ergens spijt van?

„Het is moeilijk om spijt te hebben van historische gebeurtenissen. Je moet ze op de een of andere manier persoonlijk verwerken. Spijt is onvruchtbaar – het levert niets op. Wat me daarentegen altijd heeft verheugd is dat in er november 1989 geweldloos een einde kwam aan een zeer gevaarlijke situatie. Ik was destijds degene die besloot dat we de gebeurtenissen moesten afwachten, en niet zouden ingrijpen. Alle alternatieven zouden tot geweld hebben geleid. Daar ben ik dankbaar voor: dat er geen bloed is vergoten”.

Wat vindt u van het huidige Duitsland?

„In het oosten van Duitsland zijn goede dingen gebeurd. De infrastructuur is erop vooruit gegaan, de stadscentra zijn gerenoveerd. Maar mijn vraag is: tegen welke prijs is die vooruitgang gerealiseerd? Veel huizen staan leeg. Hele streken raken ontvolkt, de leegloop is groot. De huren zijn onbetaalbaar voor mensen met een laag inkomen. De pensioenen zijn in het oosten lager dan in het westen. En dan die werkloosheid. Vrijheid zonder werk is geen echte vrijheid. Duitsland is sociaal en mentaal nog steeds een gespleten land”.

Op welke partij stemt U?

„Ik stem op Die Linke [uiterst links; mede voortgekomen uit de communistische eenheidspartij van de DDR – red.], en ik hoop dat ze een keer aan de macht komen. Het kapitalisme is wat mij betreft nooit het antwoord geweest. Dat heeft de kredietcrisis nog eens overtuigend aangetoond. Ik put hoop uit het feit dat er tegenwoordig weer zoveel belangstelling is voor de werken van Karl Marx”.

Videobeelden en interactieve tijdlijn: nrc.nl/1989