Zeeolifanten dwarrelen slapend de diepte in

Wanneer slaapt een zeeolifant? Twee tot acht maanden achtereen zwemmen de zeezoogdieren door de Stille Oceaan, zonder ooit aan land te komen. Ze komen daarbij slechts eens per twintig minuten boven om adem te halen, en duiken intussen naar dieptes tot 400 meter om voedsel te zoeken. En uit zichzelf blijven ze niet drijven, ze moet altijd blijven zwemmen.

Bij dolfijnen, die eenzelfde probleem hebben, slaapt afwisselend de linker- en rechterhersenhelft. Maar de noordelijke zeeolifant (Mirounga angustirostris) doet het anders, schrijven biologen in het wetenschapstijdschrift Biology Letters van gisteren. Deze zeezoogdieren slapen tijdens het duiken. Tijdens die ‘rustduiken’ wentelen ze door de oceaan naar beneden, ‘als een vallend blad’.

De biologen voorzagen zes jonge zeeolifanten voor de Californische kust van dieptemeters, thermometers, bewegingssensoren en zenders.

Een rustduik begint net zoals elke duik: de zeeolifant zwemt snel naar beneden. Maar als het dier op minimaal 135 meter diepte is aangeland, draait hij zich op zijn rug en stopt met flipperen. Elke tien seconden wiegt hij zijn hele lijf heen en weer, en op en neer. Zo vertraagt hij zijn afdaling, terwijl hij niet met zijn flippers hoeft te slaan. Door zo langzaam af te zakken, voorkomen ze dat ze pas op veel te grote diepte ontwaken.

De zeeolifanten slapen, denken de Japanse en Amerikaanse biologen die het onderzoek uitvoerden. Als de zee niet te diep is, komen de zeeolifanten zelfs op de zeebodem terecht en blijven daar een paar minuten stil liggen. Waarschijnlijk zijn ze al in slaap gevallen op het moment dat ze zich op hun rug draaien. Het meeste vet zit op de buik, dat is het lichtst, dus de buik draait vanzelf naar boven. Rustduiken beginnen bijna altijd dieper dan 150 meter. Daar zwemmen nauwelijks orka’s en witte haaien.