Sint-Petersburg (2)

DSC01791Voor de vijfde keer in mijn leven stond ik voor het huis van Anna Achmatova en dit keer was het open. Ik had me er nooit zoveel van voorgesteld, omdat het appartement na de vertrek van de dichteres in 1952 het onderkomen was geworden van  een arctisch instituut. Daarom ging ik er vanuit dat de oorspronkelijke sfeer door de tand des tijds verdreven zou zijn. Maar omdat in Rusland veel nooit zo is als het lijkt, besloot ik er toch heen te gaan. Mijn bezoek was niet vergeefs.Toen ik een kaartje had gekocht en naar de tweede verdieping wilde gaan waar het appartement zich bevindt, stelde een allervriendelijkste suppoost (een van die vele duizenden lieve, bejaarde, alwetende madonna’s die als de grootste fans de aan hen toevertrouwde schatten bewaren) me voor dat ik eerst naar een Amerikaanse documentaire uit 1990 over Achmatova zou kijken. Een betere introductie had ik me niet kunnen wensen.

In een uur tijds werd me het hele gekwelde leven van Achmatova voorgeschoteld, met veel schitterende originele filmbeelden en interviews met onder meer dichter Josif Brodski en schrijfster Lidia Ginzburg.

Anna Achmatova (Odessa 1889- Leningrad 1966) is de verpersoonlijking van de Russische geschiedenis van de twintigste eeuw. Geboren in een adellijke familie, zat ze op het gymnasium in Tsarskoje Selo, waar de tsarenfamilie woonde. Ze debuteerde als dichteres in 1912, toen ze al twee jaar getrouwd was met de dichter Goemiljov, die door de bolsjewieken in 1921 (ze was toen al van hem gescheiden) zou worden gefusilleerd. Zelf weigerde ze te emigreren, omdat ze als kunstenares bij haar volk wilde blijven.

Een leven vol beproevingen brak nu aan. In 1921 en ’22 verschenen  nog twee bundels van haar hand, maar onder Stalin mocht ze niet meer publiceren, behalve in de oorlogsjaren toen ze haar gedichten zelfs op de radio mocht voorlezen om het volk moed in te blazen.

In 1946 werd ze door cultuurcommissaris Zjdanov aangevallen en beschuldigd een ‘ anti-volkse’ en ‘ideeloze’ dichteres te zijn. In de literatuurgeschiedenis werd ze vrijwel haar hele leven doodgezwegen. Haar tussen 1935 en 1940 geschreven magnum opus, Requiem, kon pas onder Gorbatsjov verschijnen. Het gaat over haar zoon Lev Goemiljov, die tijdens Stalins terreur in 1935 werd opgepakt en in de Goelag verdween om pas na Stalins dood te worden vrijgelaten. Zijn arrestatie was een middel om te verhinderen dat zijn moeder ook nog maar iets zou durven publiceren.

Zeventien maanden lang stond Achmatova dag in dag uit voor de gevangenis in Leningrad in de hoop iets over zijn lot te kunnen vernemen. Toen hij vrijkwam waren moeder en zoon waren totaal van elkaar vervreemd. Lev stierf in 1992, psychisch en fysiek gesloopt door wat hij had meegemaakt in de Goelag.

Met tranen in mijn ogen over al dat leed en vol haat jegens het mensonwaardige stalinistische systeem ging ik daarna naar het appartement, waar Achmatova met haar tweede man Nikolaj Poenin en hun beider kinderen woonde. Poenin werd in 1949 gearresteerd en overleed in 1953 in een concentratiekamp.

DSC01795Het was alsof de dichteres er nog gewoon zat te werken, zo echt was de sfeer, ook dankzij Achmatova’s meubels die bewaard zijn gebleven. Aan de kapstok hing een overjas van Poenin, het bureau van de dichteres stond in haar kamer. Boeken, een grammofoon,  foto’s, schilderijen en prenten. En dan de ramen van de vier achter elkaar liggende kamers, die uitkeken op die prachtige binnentuin van het Sjeremetjev-paleis, het uitzicht van de dichters.

DSC01793Daar zat ze te werken, ook in de mooie Russische herfst als de bladeren van de oude bomen vielen. Daar ontving ze ook mijn held, de Britse filosoof Isaiah Berlin die haar in 1945 opzocht om te kijken of ze nog leefde. En al die tijd moet ze in afwachting zijn geweest van de bel van de geheime politie, die ook haar zou komen halen.