Schadevrij doorwerken hangt af van de school

Het betoog van Ton van Haperen bevat slechts twee argumenten die zijn stelling ook nog onvoldoende onderbouwen. Ten eerste het verschil in de leercurves van jonge mensen en volwassen. Cognitief leren is bij jonge mensen tot ongeveer 25 jaar inderdaad vele malen sterker dan bij volwassen boven de 40. Maar wat heeft dit met doorwerken na 65 jaar te maken? Is Van Haperen van mening dat de houdbaarheid van het lesmateriaal heel kort is en dat de docenten zelf in hoog tempo veel nieuwe feiten tot zich moeten nemen? Ik heb hierover sterke twijfels, omdat ik nog steeds (na dertig jaar) de stof die mijn kinderen gedoceerd krijgen herken en tot op zekere hoogte beheers. Volgens mij is het veel belangrijker om lenig van geest te blijven en aansluiting te houden met de taal, interesses en cultuur van de jeugd. Ik kan geen andere omgeving bedenken dan een school om deze aansluiting te behouden. Zijn tweede argument dat de meeste leraren niet schadevrij kunnen doorwerken tot 65 jaar heeft ook geen relatie met de AOW-leeftijd. Dit zegt meer iets over het werkklimaat op scholen en de wijze waarop de politiek en het management dit in negatieve zin beïnvloeden. Ten slotte: ik ken docenten, zowel op een middelbare school als een universiteit, die ondanks hun hoge leeftijd nog steeds goed in verbinding staan met hun studenten. Beiden hebben nog steeds plezier in hun werk en daar gaat het volgens mij om.