RBS moet zakenbank verkopen

Royal Bank of Scotland (RBS) moet zijn zakenbank verkopen. Het afstoten van Global Banking & Markets (GBM) lijkt misschien vreemd, nadat deze divisie in de eerste helft van dit jaar 60 procent heeft bijgedragen aan de operationele winst van RBS. Maar GBM zal het herstel van RBS waarschijnlijk eerder in de weg zitten dan bevorderen.

Het strategische argument voor behoud van GBM als kernactiviteit is zwak. RBS zal nog wel een tijdje steun van de overheid nodig hebben. Op korte termijn kan de bank ophouden met ‘casinobankieren’ en zo de Europese Commissie ertoe aanzetten het rustig aan te doen met eisen op het gebied van belangenverkopen, in ruil voor het goedkeuren van de 20 miljard pond die RBS aan staatssteun heeft ontvangen.

Topman Stephen Hester kan de aanhoudende spanning tussen het betalen van concurrerende bonussen aan zijn zakenbankiers en het gunstig stemmen van zijn aandeelhouders (de belastingbetaler) missen als kiespijn. Als de Britse regering louter geïnteresseerd zou zijn in financieel rendement, zou GBM zonder problemen het gangbare tarief kunnen betalen voor een tophandelaar op de obligatiemarkten. Maar politieke overwegingen zullen steevast roet in het eten blijven gooien.

Ook het financiële argument voor het bezit van een zakenbank wordt zwakker. De grote renteverschillen op de diverse markten van zullen verdwijnen. Het herstel van de gewone bankactiviteiten zal ervoor zorgen dat het aandeel van GBM in de operationele winst van het concern naar ongeveer 30 procent zal dalen, inclusief de baten op langere termijn van de overname van ABN Amro.

Strenger toezicht zal nog meer inbreuk maken op de toch al slinkende winst, doordat de kosten van een langer verblijf in de sector zullen oplopen. De eisen om drie maal zo veel kapitaal ten opzichte van het handelsboek achter de hand te houden, om ‘testamenten’ op te stellen voor het geval er liquiditeitsproblemen ontstaan, en om de looptijd van kapitaalmarktleningen te verlengen, zullen de winstmarges ondermijnen. Volgens zakenbank JP Morgan kan GBM zijn doelstelling van een rendement van 15 procent op het aandelenkapitaal in 2011 met 2 procentpunten mislopen.

In plaats van het evenwicht te bewaren tussen het succesvol maken van de zakenbank en het te vriend houden van de belastingbetaler, zou Hester zich beter kunnen concentreren op NatWest, waarin de Britse retailactiviteiten van RBS zijn ondergebracht. Hij is al begonnen met het in tweeën hakken van de balans van GBM, door het bezit aan ‘giftige’ hypotheekobligaties af te slanken.

Een snelle verkoop van GBM zou problematisch zijn. De divisie is verantwoordelijk voor een groot deel van de kapitaalmarktleningen van RBS ter waarde van 343 miljard pond. Die worden momenteel nog door de staat gegarandeerd, maar dat zal niet eeuwig zo blijven. Potentiële kopers kunnen opzien tegen de aflossingsverplichtingen. Dan is er nog de kwestie van de prijs. GBM is een vrij groot bedrijf, en zou wel eens 21,9 miljard pond waard kunnen zijn, gebaseerd op een meervoud van 10,5 maal de voor 2011 voorspelde nettowinst. Niet veel banken zijn bereid zo’n overname te doen, als zij al over de benodigde middelen beschikken.

Zulke overwegingen mogen Hester er niet van afbrengen om nu al na te denken over een verkoop van GBM – in onderdelen, of als geheel, maar dan pas over een paar jaar. Hij zou het zichzelf wel eens heel moeilijk kunnen maken als hij deze kans voorbij laat gaan.