Prima toch?

Er komt ook wel eens een opzienbarend bericht uit het designerwereldje. Ik las in de krant dat het Design Office Deprez & Verelst zich graag laat beïnvloeden door de literatuur. „Ze inspireren zich op romans en creëren ontwerpen met een verhaal.” Het duo heeft zelfs al een restaurant ontworpen, gebaseerd op een essay.

Belezenheid is al nieuwswaardig, maar het is schokkend als zo’n verschijnsel wordt gesignaleerd in designerkringen. Daar gooit men, naar bekend, vaak met de pet naar inzicht en verdieping.

Pas nog bladerde ik een boekje door dat Design enzo heette, een verzameling vlotte columns die eerder waren verschenen in vaktijdschriften voor design en reclame, en op elke bladzijde kwam wel het woord leuk of fijn voor. Het is een hartstikke gezellige wereld, dat designerwereldje, wat hebben wij reclamemensen toch een hartstikke prachtig vak, bestaat er iets leukers en fijners dan ontwerper te zijn? Zo ging dat door. Koekoeksklok, staande schemerlamp, Dutch Design, vuurwerk, wat hoort in dit rijtje niet thuis?

Schattig die Deprez & Verelst, denk je. Ze hebben een echt boek gelezen. Ze proberen design onder te brengen in een goed milieu. Ze laven zich aan hogere uitingen. Ze geven het begrip design een snuifje aanzien mee. „Woorden zijn een voedingsbodem voor Koen Deprez en Monique Verelst”, aldus de krant. „De jongste jaren baseren ze zich voor hun interieurs, objecten en tentoonstellingsscenografieën op literatuur.” Kan het schattiger?

Er schuiven onmiddellijk een paar wolken voor dit zonnige bericht. De grootste wolk is wel dat het duo, „in plaats van zich op sleeptouw te laten nemen door verhalen”, recentelijk ook zelf aan het schrijven is geslagen. Net als je denkt dat het designerdom door iets grandioos bezield is geraakt, moet je concluderen dat het om oude wijn in nieuwe zakken gaat.

De politicus schrijft, het fotomodel schrijft, de vuilnisman schrijft, de designer schrijft. Literaire leesboeken, waar ze op de universiteit ook iets aan hebben.

Het tweede wolkje is de literatuurderigheid van het duo. De analyse is al meteen in academisch sop gedrenkt. „Ze voeden zich voor hun praktijk met wat ze op hun weg tegenkomen. De wetmatigheden die eigen zijn aan hun vak zetten ze regelmatig buitenspel door er een andere logica op los te laten.” Zulke woordenkakkers zou je het liefst buitenspel willen zetten door er een speciaal soort hond op los te laten. Maar verder geen kwaad woord over hun verheven insteek.