President Balkenende?

Premier Balkenende wordt genoemd als kandidaat voor het voorzitterschap van de Europese Raad.

Die geruchten zijn flauwekul, zegt hij.

Den Haag:22.2.7 Minister-President Balkenende. © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Ontkennen heeft geen zin meer. Als premier Balkenende vanavond aankomt in het Justus Lipsiusgebouw in Brussel voor een ontmoeting van Europese regeringsleiders dan zullen er veel meer camera’s op hem gericht zijn dan anders. Net zoals hem gisteren ook al overkwam in de Tweede Kamer. Het gebruikelijke vooroverleg tussen Tweede Kamer en de premier aan de vooravond van een Europese top, waarvoor anders nauwelijks belangstelling is, trok talloze tv-ploegen.

Elk woord dat Balkenende zegt, is plotseling belangrijk. De Europese Raad, het overleg van Europese leiders, krijgt een vaste voorzitter, een soort EU-president. En Balkenende wordt zowel in Brussel als Den Haag gezien als een van de belangrijkste kandidaten voor die prestigieuze baan. Ook al ontkent hijzelf dat hij heeft gesolliciteerd.

Maar voor dit soort banen solliciteer je ook niet. Je wordt gevraagd, door andere regeringsleiders. En dat kan gebeuren tijdens zo’n top. Zoals het Tweede Kamerlid Han ten Broeke (VVD) gisteren in het bijzijn van de premier pesterig opmerkte: „Natuurlijk is de heer Balkenende geen kandidaat. Maar hij is wel kandidaat om gevraagd te worden.”

Officieel gaat het vandaag en morgen over de Europese economie, over het klimaat, en niet over de twee nieuwe Europese topfuncties. Naast een EU-president komt er ook een EU-minister van Buitenlandse Zaken – officieel ‘hoge vertegenwoordiger’. De functies zijn een uitvloeisel van het Verdrag van Lissabon, de opvolger van de verworpen Europese Grondwet. Maar omdat de Tsjechische president Václav Klaus nog steeds weigert zijn handtekening onder dat verdrag te zetten, als laatste, kunnen de vacatures formeel nog niet worden vervuld. Dat zal waarschijnlijk pas gebeuren over enkele weken tijdens een ingelaste top.

Zal er in de marges van de bijeenkomst in Brussel toch veel worden gepraat over de topfuncties? „Natúúrlijk”, zegt een hoge diplomaat in Brussel. „Het zou verbazingwekkend zijn als dat niet gebeurde.”

Diplomaten, ambtenaren, journalisten in Brussel hebben het al weken nergens anders over. Er is een levendige handel in geruchten, want iedereen wil graag goed geïnformeerd overkomen op zijn gesprekspartner. En dan wordt een losse opmerking in een krant, die een diplomaat op een receptie herhaalt, plotseling een serieuze aanwijzing. Brussel als echoput.

Er zijn overigens wel serieuzere bronnen die zeggen dat Balkenende naar Brussel wil en dat er achter de schermen een subtiele lobby aan de gang is. In dit soort zaken kun je niet voorzichtig genoeg zijn. De officiële lijn, dat Balkenende geen kandidaat is, nemen ervaren partijgenoten niet serieus. „Als Jan Peter gevraagd wordt, is hij weg”, zegt een van hen stellig. Binnen het CDA wordt dan ook al nagedacht over zijn opvolging. Maxime Verhagen zou premier kunnen worden. En diens baan als minister van Buitenlandse Zaken zou overgenomen kunnen worden door, bijvoorbeeld Camiel Eurlings.

Elders in Europa wordt er de laatste dagen eveneens steeds openlijker gespeculeerd, ook door mensen die er echt toe doen. De Britse oud-premier Tony Blair geldt al meer dan een jaar als een belangrijke kandidaat voor de baan. Ook hij heeft dat niet bevestigd. Maar afgelopen weekeinde zei de Britse minister van Buitenlandse Zaken David Miliband, een partijgenoot van Blair, dat Europa „iemand nodig heeft die meer doet dan door de agenda lopen”. „We hebben iemand nodig voor wie het verkeer stopt als hij of zij landt in Peking, Washington, of Moskou. Iemand voor wie de gesprekken op heel, heel hoog niveau beginnen.”

Inderdaad, dat is niet het profiel van Jan Peter Balkenende, maar van Tony Blair.

Maar de door het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken ruim verspreide opmerkingen van Miliband geven ook aan waar de discussie verder over zal gaan, want die gaat niet alléén over namen. Het Engelse woord president kun je op twee manieren vertalen: als president en als voorzitter. In het Verdrag van Lissabon is nauwelijks vastgelegd wat die president/voorzitter straks moet doen. Hij zal drie of vier keer per jaar een bijeenkomst van regeringsleiders leiden. En hij zal Europa in de wereld vertegenwoordigen „op zijn niveau”.

Wordt het een charismatische leider of iemand die de agenda rondstuurt? Tony Blair lijkt de enige beschikbare politicus die echt een Mr. Europe zou kunnen zijn. Bekend in heel Europa én in de rest van de wereld. Maar het is twijfelachtig of Europese regeringsleiders wel zo iemand zoeken. Zo’n type kan hen namelijk ook voor de voeten gaan lopen, initiatieven nemen waarop ze helemaal niet zitten te wachten. Eigenzinnige kandidaten winnen zelden de hoofdprijs in Europa.

De afgelopen weken werd de kritiek op Blair dan ook steeds openlijker. „Het blijft een probleem dat Groot-Brittannië niet meedoet aan de euro”, zei de Franse president Nicolas Sarkozy. En de drie Beneluxlanden presenteerden een memorandum waarin zij stelden dat de nieuwe voorzitter „aantoonbaar betrokken moet zijn bij de EU, met een visie op het Europese beleid in al zijn onderdelen”, en dat hij ook moet „kunnen en willen luisteren naar de 27 lidstaten”.

Wat ook niet pleit voor de Britse ex-premier is dat de Conservatieven uit zijn land, die getuige de peilingen volgend jaar waarschijnlijk aan de macht komen, al duidelijk hebben gemaakt dat ze hem niet aan het hoofd van Europa willen zien. Hoe geloofwaardig is een toekomstige EU-voorzitter als die niet eens vanuit zijn eigen land wordt gesteund?

Balkenende dan maar? Een plausibel scenario is dat de andere nieuwe baan, die van EU-minister van Buitenlandse Zaken, naar een sociaal-democraat uit een grote lidstaat gaat. Dan zou een christen-democraat uit een kleine lidstaat EU-president kunnen worden. Balkenende is de op één na langstzittende regeringsleider in de EU. Na Jean-Claude Juncker, de Luxemburgse premier. Allebei zijn ze christen-democraat.

In een interview met de Franse krant Le Monde noemde Juncker zijn Nederlandse collega deze week „een goede vriend”. Direct daarna haalde hij scherp uit naar Balkenende. Zelf, zei Juncker, nam hij risico’s toen er in zijn land een referendum werd gehouden over de Europese Grondwet. Juncker suggereerde destijds dat hij af zou treden als het een ‘nee’ werd. Het werd een ‘ja’. Balkenende nam dat risico niet, en de Nederlanders wezen de grondwet af.

Juncker liet verder weten dat híj de baan niet zal weigeren. Dat is opmerkelijk, want zoals gezegd: naar dit soort functies solliciteer je niet. En dat is weer voeding voor nieuwe speculaties: zou Juncker de baan écht willen hebben, of probeert hij de weg vrij te maken voor een compromis-kandidaat? Iemand die op kan staan nadat anderen, inclusief hijzelf, zijn afgevallen? Van de Luxemburgers, de Belgen en de Oostenrijkers is bekend dat ze weinig zien in een president als Blair. Maar de Britten zien waarschijnlijk weinig in Juncker, omdat die in het verleden altijd heeft gepleit voor meer Europese samenwerking op alle mogelijke terreinen.

Zo’n scenario is speculatief, maar niet onmogelijk. Het is heel goed mogelijk dat de baan gaat naar iemand die niet wordt genoemd. Zo ging het in het verleden vaker met Europese topfuncties. Toen de Portugees José Manuel Barroso vijf jaar geleden voorzitter werd van de Europese Commissie was dat een grote verrassing. Zijn naam kwam alleen voor op lijstjes die zo lang waren dat alle Europese regeringsleiders er op stonden. Barroso kwam pas serieus in beeld nadat andere kandidaten, de Belg Guy Verhofstadt en de Brit Chris Patten, waren afgevallen.

Er zal de komende dagen nog veel gespeculeerd worden. Is het niet deze week, dan zal volgende maand de winnaar bekend worden gemaakt. En de verliezer? Die is er niet. Er was toch immers niemand kandidaat?