Práát met Emile Ratelband over homoseksualiteit

Emile Ratelband deed discriminerende uitspraken over homoseksualiteit.

Maar wie daar aangifte tegen doet, brengt de vrijheid van meningsuiting in gevaar.

Milo Milo

We hebben het de afgelopen week allemaal kunnen volgen. Emile Ratelband met zijn controversiële uitspraken over homoseksualiteit. Michiel Mulder, PvdA-gemeenteraadslid in Amsterdam, deed op persoonlijke titel aangifte wegens discriminatie. En afgelopen dinsdag riep de Amsterdamse afdeling van homobelangenorganisatie COC het Nederlandse bedrijfsleven op Ratelband niet meer in te huren voor advies of peptalks.

Het verbaast me allemaal bijzonder. Is Nederland niet het land dat bekendstaat om zijn liberale karakter, het land waar de vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel staat? Bijna heel Nederland is het erover eens dat Ratelband klinkklare onzin verkondigde met zijn uitspraken in het Vlaamse blad Dag allemaal, Radio Noord-Holland en Pauw & Witteman. Is dit echter reden om hem dan maar te verbieden dit alles te zeggen? Mijns inziens niet.

Als die aangifte van Mulder wordt omgezet in een veroordeling, maakt dat de vrijheid van meningsuiting vrijwel dood. Mulders argument is dat er een klimaat wordt gecreëerd waarin homo’s niet zichzelf kunnen zijn. Ratelband gebruikt echter alleen woorden. Zolang hij niet oproept tot geweld, mag Ratelband alles zeggen wat hij wil.

Zwaar geïrriteerd keek ik naar de uitzending van Pauw & Witteman, waarin Ratelband de vloer aanveegde met Mulder. Ratelband kwam met het argument dat homo’s zich buiten de maatschappij plaatsen met hun gaybars, gayfeesten en gayparades. Mulder had kunnen uitleggen waarom die gaybars er precies zijn, namelijk om te voorkomen dat je per ongeluk een hetero aanspreekt als je die leuk vindt. Dat deed hij niet. Een ander kulargument van Ratelband was dat „het slaan van een homo zwaarder wordt gestraft dan het slaan van een neger”. Mulder had moeten zeggen dat er in de rechtsstaat geen onderscheid wordt gemaakt naar huidskleur of geaardheid, maar liet die kans voorbijgaan. Het was geen best debat.

Dat Mulder mensen de mond probeert te snoeren die niet oproepen tot geweld is in deze vrije en open maatschappij een doodzonde. Dit is censuur bij uitstek. Niet bepaald het voorbeeld dat een gemeenteraadslid van een democratische partij zou moeten geven. Ook al doet hij die aangifte op persoonlijke titel. Dat het COC Amsterdam oproept tot een boycot, vind ik dan weer minder erg. Bedrijven zijn immers vrij in hun keuze om Ratelband wel of niet in te huren. Toch zie ik liever dat we met elkaar een open debat aangaan. Dat was bij uitstek het debat bij Pauw & Witteman. Deze kans werd helaas verpest door een incompetente debater die niet eens gehakt kon maken van een man die door niemand serieus wordt genomen.

Tóch moeten we Ratelband wel degelijk serieus nemen aangezien hij meningen durft te verkondigden die een deel van Nederland – met name het religieuze deel – met hem deelt, maar niet durft uit te spreken uit angst politiek incorrect over te komen. Homofobie is allerminst verdwenen: ondanks de verworvenheden van de laatste decennia wordt in het publieke debat nog de vraag gesteld of homoseksualiteit aangeboren of aangeleerd is. De gedachte wordt geuit dat het nu ‘mode’ is om homo te zijn. En de mening verkondigd dat mensen zich horen voort te planten en homo’s daarom abnormaal zijn.

Tijd voor een nieuw, open debat. Een debat waarbij mensen niet de mond wordt gesnoerd door politiek correcte denkers. Al bijna drie jaar geef ik voorlichting over homoseksualiteit op middelbare scholen. Dagelijks kom ik in aanraking met mensen die een heel vertekend beeld hebben van homoseksualiteit en ga ik met hen in debat. Ook Ratelband heeft een vertekend beeld van homoseksualiteit. Hij zou best voorlichting kunnen gebruiken. Ik geef het hem graag, wellicht bij Pauw & Witteman, of in een ander tv-programma. Emile, zin in voorlichting van deze jongen met een afwijking?

Yair da Costa (21) geeft voorlichting over homoseksualiteit op basis- en middelbare scholen in Amsterdam en is voorzitter van JOVD Amsterdam. Hij schrijft dit artikel op persoonlijke titel.