Gezag contra hufters

Bestrijding van verloedering en sociale desintegratie is terecht een prioriteit van dit kabinet. De oproep van minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) om dreigementen en verbaal geweld tegen agenten steviger aan te pakken, past daar in. Maar voor generalisaties, cultuurpessimisme en aantasting van burgerrechten moet worden gewaakt.

Er is zonder twijfel sprake van vergroving van omgangsvormen. De sociale orde staat onder druk. De autonomie van het individu, dat zijn eigen vrijheid claimt, neemt toe. Dat varieert van bumperkleven, geluidoverlast tot wildplassen, zwartrijden en ‘reaguren’ op internet. Dit ‘moderne leven’ met opgeheven middelvinger is voor ieder herkenbaar.

De rol van het publieke gezag is inderdaad ook minder vanzelfsprekend geworden, geüniformeerd of niet. Gezagsdragers worden nu als individuen bejegend die het minder van hun instituut moeten hebben en meer van mondigheid en persoonlijke professionaliteit. Dat stelt hoge eisen.

De ingesnoerde burger van vroeger is veranderd in een mondig mens die een grenzeloos, anoniem (uitgaans)leven wil leiden vol prikkels en spanning. De leraar, straatcoach, loketambtenaar, ambulancebroeder en politieagent kunnen er over mee praten. In gemeenteraden en parlement is grove taal ook geen uitzondering meer.

Toch gedraagt het gros van de burgers zich keurig. Het aantal ‘lastige’ burgers valt volgens de nationale ombudsman erg mee. „Hufterigheid kleeft aan enkelen, niet aan velen”, constateerde de ombudsman, eenzaam schutspatroon van de burger tegen de almaar assertievere overheid.

Minister Ter Horst riep de agenten gisteren in Nova bijvoorbeeld op minder „terughoudend” te zijn met „adequate maatregelen”, ook „aan de hardere kant van het spectrum”. Een losse formulering die vooral naar meer handboeien en pepperspray ruikt. Volgens de minister zal het „automatisch ontzag” bij de burger voor de politie zo worden hersteld.

Zou dat zo zijn? Leidt harder optreden inderdaad tot meer respect, of juist tot meer angst en weerzin? Aanleiding was een VU-onderzoek naar bedreigingen, waaruit bleek dat agenten daar „veelvuldig” mee worden geconfronteerd. De minister trok daaruit echter de onjuiste conclusie dat de samenleving minder respect en minder waardering heeft voor de politie. Want uit het onderzoek bleek ook dat die bedreigingen in driekwart der gevallen van de vaste klanten van de politie komen: de veel- of meerplegers. Zestig procent wordt in dronken toestand geuit, waarbij zeventig procent zich ook schuldig maakt aan mishandeling of ‘wederspannigheid’.

Hoe ernstig dit ook is, hieruit rijst niet het beeld op dat het algemene publiek zich tegen de politie keert. Integendeel: er is veel aandacht voor het welbevinden van publieke gezagsdragers. Het is zorgwekkend dat de politie kennelijk zoveel dronken agressieplegers tegen de grond moet worstelen én dat ze daarbij wordt bespuugd en verbaal gekwetst. Maar om daar een negatieve conclusie uit te trekken voor het gedrag en de houding van het publiek in den brede is onjuist.