Europalia toont veelzijdig China, inclusief fopkeizer

België is er na jaren van malaise weer in geslaagd cultuurfestival Europalia nieuw leven in te blazen. China staat centraal.

Zonder titel. Foto van het duo RongRong & inri op de tentoonstelling ‘Still life’. verbondenheid tweelingen RongRong & inri

Wie op Brussel Centraal uit de trein stapt, moet even over zijn schouder kijken: iets hoger, op de Kunstberg, is een immens Chinees theepaviljoen verrezen. Dit felrode paviljoen steekt af tegen omringende, vuilgrijze gebouwen. Bewust. Het markeert dat de Belgen er, na jaren van malaise, eindelijk weer in zijn geslaagd om het tweejaarlijkse cultuurfestival Europalia groots te organiseren. Dit jaar, de veertigste keer, staat het in het teken van China. Tot 14 februari zijn er in en buiten Brussel vijftig tentoonstellingen te zien en tientallen concerten, operavoorstellingen, films, lezingen en culinaire happenings.

Europalia werd in 1969 opgezet om steeds een land van de Europese Gemeenschap in de schijnwerper te zetten. Tien jaar geleden kwam de klad erin. De voorraad was op, de fut was eruit. De organisatie koos toen maar Turkije, maar mede door protesterende mensenrechtenactivisten liep dat tweemaal mis. Na een serie over nieuwe Oost-Europese lidstaten en – door geldgebrek kleinschalige – Europalia’s over Japan en Mexico pakken de Belgen het met China plotseling weer ambitieus aan.

Hoewel de Chinese autoriteiten co-organisator zijn, is van mensenrechtenprotest ditmaal weinig te merken. Na Europalia’s over Rusland en het Italië van Berlusconi zou dat ietwat hol klinken. Daarbij schoof de Belgische organisatie bij de opening eerder deze maand een prominente dissidente kunstenaar, Ai WeiWei, naar voren. WeiWei stelde met de Belgische schilder Luc Tuymans een tentoonstelling moderne kunst uit de twee landen samen – The State of Things – in het Paleis voor Schone Kunsten (Bozar).

De Chinezen maakten daar, tot verbazing van velen, geen bezwaar tegen. De enige aanpassing waarop een Chinese functionaris aandrong, was het verplaatsen van een enorme sculptuur van WeiWei als keizer, met bediendes die zijn voeten wassen. Deze stond recht tegenover de statige beeltenis van een echte Chinese keizer, bij de ingang van de tweede grote tentoonstelling in Bozar – Zoon van de Hemel, de geschiedenis van 5.000 jaar keizerrijk aan de hand van 250 zeldzame objecten uit onder meer de Verboden Stad. Een fopkeizer die spot met China’s rijke verleden, dat vond de functionaris te ver gaan. Maar later kwam de Chinese ambassadeur langs, die erom moest lachen.

Zo zijn keizer en kunstenaar gewoon tegenover elkaar blijven staan. Als brug tussen de twee sleuteltentoonstellingen van Europalia: over het oude en het nieuwe China (alleen het communisme, er tussenin, ontbreekt). Duizenden jaren oude jade beeldjes die China nooit eerder verlieten en carillons uit de Verboden Stad zijn te zien naast werk van kunstenaars als Chi Peng en Jing Kewen, die tot nog toe door de staat zijn gemarginaliseerd. Met een installatie van Jan Fabre ertussen, die op zijn eigen graf spuugt.

Kalligrafie, poppentheater, speelkaarten; tot in Keulen, Lille en Amsterdam doen musea en podia aan Europalia mee. Theeceremonies staan centraal in Morlanweltz, werk van Chinese cartoonisten hangt in Kruishoutem. Chinese schrijvers treden op in Luik en Rotterdam, acrobaten in Roubaix en Antwerpen.

Logistiek, zegt Bozar-directeur Paul Dujardin, deden de Chinezen soms moeilijk. „Maar censuur is er niet geweest. Cultureel is China booming, maar bijna alles loopt via privékanalen. Europalia is officieel: het wordt door twee staten opgezet.’’

Later trekt Europalia naar staatsmusea in China. Zo krijgt de kunstscene in Peking, nu een verwesterd getto, voor het eerst officiële erkenning. Hetzelfde deed Europalia destijds met postdictatoriaal Spanje, Portugal en Griekenland. In 2011 trekt Europalia naar Brazilië. Daar kijken mensen ineens weer reikhalzend naar uit.

Europalia, tot 14 februari 2010. Informatie: www.europalia.be