Een prachtige film met te bruut eind

Tussen de brute ontknoping en de kitscherige opening zit een prachtige film over verdriet en psychisch lijden.

Antichrist****

Regie: Lars von Trier. Met: Charlotte Gainsbourg, Willem Dafoe. In: 11 bioscopen

Antichrist valt eigenlijk best mee. De zeer gewelddadige ontknoping van deze vreemde, intense en persoonlijke film van Lars von Trier heeft vooraf zoveel reuring veroorzaakt, dat een lichte anticlimax niet kan uitblijven. Niet dat de veelbesproken verminkingen niet schokkend zijn, maar het geweld is gelukkig samengebald in de laatste twintig minuten.

Dat is niet het beste deel van de film. De opening van Antichrist is eveneens moeizaam. Een stel (Willem Dafoe en Charlotte Gainsbourg) bedrijft hevig de liefde in de badkamer. In de andere kamer klimt hun zoontje Nick ongemerkt uit zijn ledikant, gaat voor het open raam staan en tuimelt de sneeuwnacht in. Dood. De scène is te zien in zwart-wit en slowmotion, begeleid door een serene aria van Händel. Dat is een staaltje stilistische bravoure, niet veel meer.

Tussen de al te brute, ontremde ontknoping en de kitscherige opening zit een prachtige film over rouw, verdriet en zwaar psychisch lijden. Het grootste deel van Antichrist maakt een doorleefde, serieuze indruk. Dat valt in hoge mate toe te schrijven aan Charlotte Gainsbourg, die ronduit fenomenaal is als de naamloze ‘Zij’. Gainsbourg slaagt erin om zowel compassie als angst voor haar personage op te roepen bij de toeschouwer, zowel begrip als verbijstering.

De voedingsbodem van Antichrist is woede – niet zozeer de woede die is ingegeven door de strijd tussen de seksen (dat ook), maar vooral de rancune en woede die een patiënt met psychische klachten kan voelen tegenover de therapeut, van wie hij afhankelijk is. Von Trier, naar eigen zeggen lijdend aan depressies, neemt ook de cognitieve therapie op de korrel. Die is erop gericht een patiënt te confronteren met angst en hem zo te leren die angst te beheersen.

Zo gaat ook ‘Hij’ (Dafoe) in Antichrist te werk. ‘Zij’ is na de dood van hun zoontje volledig in elkaar geklapt. ‘Hij’ is van beroep therapeut en besluit haar na een maand uit het ziekenhuis te halen en zelf onder zijn hoede te nemen. Als echtgenoot en vader komt deze man nauwelijks uit de verf, hij is vrijwel uitsluitend te zien in de hoedanigheid van hulpverlener; een arrogante rationalist die op alles een antwoord meent te hebben. Door haar mee te nemen naar een plaats in de bossen die ‘Eden’ heet en die haar diepe angst inboezemt, wil hij haar genezen.

Dat loopt anders. ‘Zij’ trekt hem mee in haar onderwereld die wordt beheerst door angst en hallucinaties, en niet andersom. Er zijn stevige aanwijzingen dat de vrouw al voor het verlies van haar zoon kampte met psychotische wanen. Ze werkte aan een dissertatie over vrouwenhaat en geweld tegen vrouwen door de eeuwen heen, maar ze wordt meer en meer door haar studiemateriaal meegesleept, vol heksen, satansverering en bizarre theologische leerstellingen. Ze raakt ervan overtuigd dat de natuur een kwaadaardig oord is, waar de duivel heer en meester is. Het kwaad zit ook van binnen: in de vrouw, man en misschien zelfs al in het kind.

Van het proefschrift komt niets terecht, ook doordat de man haar werk op zeker moment ‘oppervlakkig’ heeft genoemd. „En toen was het ook ineens oppervlakkig”, zegt ze boos. Daarin klinkt de angst door van een kunstenaar voor een therapie die weleens de bron van zijn creativiteit zou kunnen droogleggen. Antichrist lijkt vooral een vorm van anti-therapie te zijn voor de regisseur, die zijn persoonlijke mythologie – hoe zwart en troebel die ook is – de vrije loop laat en erin zwelgt, zonder zicht op verlossing.

Als portret van een psychose is Antichrist het meest geslaagd. Maar wie de film daarmee afdoet, stapt in dezelfde val als ‘Hij’ in de film, die alles rationeel wil verklaren. In de film zijn de visoenen – van een sprekende vos tot een barend hert – zonder meer waar, en ze gaan vergezeld van oneliners als „Chaos heerst” en „De natuur is de kerk van satan”. Die metafysische en occulte elementen maken een enigszins halfbakken, onrijpe indruk. Von Trier is dat ook niet ontgaan, al noemt hij Antichrist zelf bij voorkeur „kinderlijk”.