'Bloedbad in Guinee was voorbereid door junta'

Het bloedbad dat militairen in het West-Afrikaanse land Guinee in september aanrichtten onder demonstranten was „gepland en voorbereid op het hoogste niveau”. Dat heeft Human Rights Watch gezegd tegen de BBC.

De betogers van de oppositie hadden zich op 28 september verzameld in een voetbalstadion in de hoofdstad Conakry om te protesteren tegen het feit dat juntaleider Moussa Dadis Camara wilde meedoen aan de presidentsverkiezingen van volgend jaar. Volgens de mensenrechtenorganisatie blokkeerden militairen de uitgangen van het stadion voordat ze systematisch de demonstranten hebben vermoord en verkracht.

Volgens lokale mensenrechtenactivisten vielen er 157 doden, maar de junta van Guinee zegt dat er minder mensen zijn omgekomen en dat de meeste slachtoffers werden vertrapt in de menigte. De Europese Unie heeft dinsdag sancties ingesteld tegen leden van de militaire regering van Guinee. Ook is er een wapenembargo van kracht geworden.

Corinne Dufka van Human Rights Watch, die het onderzoek heeft geleid, zei dat er vooral militairen van de presidentiële garde in het stadion aanwezig waren. Ze zei dat ze de belangrijkste uitgangen blokkeerden voordat ze schietend door de menigte liepen en vrouwen verkrachtten. „Het feit dat het verkrachten plaatsvond, dat het op hetzelfde moment gebeurde, suggereert dat er van hoger hand permissie was gegeven.”

HRW sprak met tientallen verkrachtingsslachtoffers. De vrouwen vertelden dat de militairen hen met auto’s van het stadion naar villa’s brachten, waar ze dagenlang werden verkracht door meerdere militairen.

Het was gisteren exact een maand na het bloedbad en de vakbonden en activisten hadden opgeroepen tot een nationale staking om de slachtoffers te herdenken. Tienduizenden mensen hebben gehoor gegeven aan de oproep. De meeste bedrijven, winkels en regeringskantoren waren gisteren gesloten. Volgens de oppositie kwamen 3.000 van de 97.000 ambtenaren naar hun werk. (AP, BBC)