'Ambtenaar geen kunstkenner'

Is het mogelijk om kunst-subsidies toe te kennen buiten de betrokkenen deskundigen uit de sector om? Een rondgang langs enkele adviesraden.

Het is al een oude discussie in de kunstsector, hoe je bij de advisering over de verdeling van subsidies verstrengeling van belangen kunt voorkomen. De Amsterdamse rechter heeft die discussie weer op scherp gezet, door te oordelen dat er bij de afwijzing van de subsidieaanvraag van de Theatercompagnie door het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten (NFPK) „een schijn van belangenverstrengeling” is ontstaan, omdat leden van de theatercommissie zelf een subsidieaanvraag hadden ingediend.

De Amsterdamse Kunstraad, adviesgever over gemeentelijke subsidies, verwacht niet dat het vonnis stand zal houden bij de Raad van State, waar het NFPK in beroep is gegaan. Jan Riezenkamp, voorzitter van de Amsterdamse Kunstraad, zegt: „In de Raad van State zitten tenminste mensen die weten hoe het in de kunstsector werkt, zoals Winnie Sorgdrager.”

Als de Raad van de State de rechter wel gelijk geeft, zou het hele systeem van peer review (beoordeling door collega’s) op de helling moeten. „Dan zouden ambtenaren subsidieaanvragen moeten gaan beoordelen. Het probleem is alleen dat de overheid de inhoudelijke deskundigheid daarvoor niet in huis heeft. De trend is juist dat ambtenaren steeds meer procesmanagers zijn geworden.”

Riezenkamp wijst erop dat het huidige systeem transparant is. „Bij ons zijn alle discussies over aanvragen toegankelijk voor publiek. Maar meestal zie je op zo’n avond niemand.”

Ook voor de Mondriaanstichting, die subsidies verstrekt voor de beeldende kunsten, zou de uitspraak gevolgen kunnen hebben. Directeur Gitta Luiten: „Als je aanvragen kwalitatief wil beoordelen, heb je nu eenmaal deskundigheid nodig van mensen in het veld. Anders kun je alleen nog hele jonge of oude mensen vragen.”

De Mondriaanstichting heeft volgens haar „zeer zorgvuldige procedures” om belangenverstrengeling te voorkomen. „Ook de voorzitter van een commissie ziet daar zeer streng op toe. Bovendien is de onderlinge sociale controle groot. Wie zich bezondigt aan belangenverstrengeling, wordt niet meer gevraagd.”

Een systeem waarbij een intendant wordt aangesteld die voor een bepaald periode alles voor het zeggen krijgt is volgens Luijten geen goed alternatief. „Dan ligt te veel macht bij één persoon en komt een afgewogen oordeel in het gedrang.”

Bij de Raad voor Cultuur is de rechterlijke uitspraak het gesprek van de dag. De kwestie is prangend, omdat het adviesorgaan van de minister komende maand op zoek gaat naar 38 nieuwe commissieleden. De raad heeft er 65. Algemeen secretaris Kees Weeda: „Via een openbare vacature zoeken wij deskundigen, niet per se betrokkenen. Dat zouden ook leken mogen zijn. Maar in de praktijk zijn het toch altijd mensen uit het veld.”

De Raad voor Cultuur heeft het iets makkelijker om mensen te vinden die zelf niet betrokken zijn bij een subsidieaanvraag, omdat de leden alleen instellingen beoordelen, die zijn opgenomen in de zogenoemde Basisinfrastructuur. „Maar als deze uitspraak werkelijk jurisprudentie wordt, dan wordt het voor ons ook zeer moeilijk om mensen te vinden. Dan moeten we gaan wegen hóe betrokken je mag zijn bij een subsidieaanvrager: als bestuurslid mag je bijvoorbeeld wel meedoen, als je directeur bent weer niet. Een heel gepuzzel. We denken als oplossing nu bijvoorbeeld aan gepensioneerden, of freelance kunstenaars, die wat losser in het veld staan.”