Alles wat een mens zich in kan beelden

Antichrist wordt ontvangen volgens verwachting: meer afkeurend gejoel dan applaus.

De genitale horror wordt verworpen. En Von Trier wordt beticht van vrouwenhaat.

Scene uit de film Antichrist (2009) Foto: Wild Bunch Wild Bunch

. De zo ontspannen Lars von Trier is plots op zijn hoede, fronst. Nee, hij wil die genitale horror in zijn speelfilm Antichrist echt niet uitleggen, laat staan rechtvaardigen. De hardcore porno. Die penis die bloed ejaculeert. Grenzen accepteert hij niet als filmmaker. „Alles wat een mens zich kan inbeelden, mag hij ook in een film tonen”, vindt Von Trier. „Maar sommige dingen kun je achteraf niet analyseren. Elke verklaring klinkt hoe dan ook stupide.” Het zijn beelden die al heel lang door zijn hoofd spoken. „Omdat ik geestelijk zo totaal was ingestort, kreeg ik gemakkelijker toegang tot die beelden.”

Antibes, eind mei, Hotel du Cap. Filmmaker Lars von Trier (53) is enkele dagen geleden bij het filmfestival van Cannes aangekomen voor de première van Antichrist: uit vliegangst arriveert hij over de weg uit Denemarken. Het is de belangrijkste film die hij ooit maakte, herhaalt Von Trier keer op keer. Een bevrijding, een martelgang ook. Een half jaar lang leed hij in 2007 aan een zware depressie, hij moest zichzelf uit bed sleuren om het scenario voor Antichrist te schrijven. Tijdens de opnames voelde hij zich bijna invalide sloeg hij soms op de vlucht voor een paniekaanval.

Antichrist is een getormenteerde film vol schuld en seksuele paniek. Een echtpaar (Willem Dafoe en Charlotte Gainsbourg) verliest een zoontje dat te pletter valt terwijl zij de liefde bedrijven. Verdriet en wroeging drijven de vrouw in een catatonische toestand. De zelfgenoegzame man wil haar genezen door haar naar de plek te brengen die zij het meest vreest: hun huisje in het bos. Hij is cognitief therapeut: trauma’s genees je door ongunstige denk- en gedragspatronen los te masseren. In alle redelijkheid. Maar Freud blijkt nog niet dood. Hun huisje wordt het toneel van een freudiaanse, of eigenlijk jungiaanse nachtmerrie, een oorlog tussen de seksen zonder krijgsgevangenen.

Cannes is al een kwart eeuw Lars von Triers favoriete theater. Hier provoceert hij al sinds hij in 1984 verkleed als skinhead met The Element of Crime debuteerde – en in woede uitbarstte toen hij ‘slechts’ een technische prijs kreeg. In 1987 liep de geharde filmpers van Cannes massaal weg uit Epidemic, in 1991 schold hij juryvoorzitter Roman Polanski uit voor dwerg omdat Europa de Gouden Palm misliep, met Breaking the Waves (1996) ontbrak hij door een fobische aanval (zijn bekende fobieën: treinen, vliegtuigen, boten, bloed, ziekenhuizen en massa’s). Toen Von Trier in 2000 dan eindelijk zijn Gouden Palm kreeg voor Dancer in the Dark had iedereen het over hoofdrolspeler Björk, die hij zo tot wanhoop had gedreven dat ze een bos in was gerend en had geprobeerd haar kostuum op te eten.

De première van Antichrist verloopt dan ook volgens verwachting: na afloop klinkt hartstochtelijk applaus, maar veel meer afkeurend gejoel. In de persconferentie kapittelt een criticus van de Daily Mail de Deense regisseur: wat heeft hij te zeggen om dit te rechtvaardigen? Von Trier windt zich zichtbaar op. Moet hij zich rechtvaardigen? Hij is de beste regisseur ter wereld!

Twee dagen later oogt Von Trier onverwachts vrolijk en sereen als hij interviews geeft aan groepjes journalisten. Was het schandaal naar wens, vragen we. Niet echt, zo blijkt. „Natuurlijk wil je aandacht voor je film. En controverse, dat ook. Maar toch blijf je hier dat opgewonden jongetje dat zijn tekening aan zijn moeder laat zien. En die wil dat zij zegt dat het mooi is, zodat hij weet dat ze van hem houdt. ”

Von Triers moeder, daar is ze weer. Een Amerikaanse grijpt haar kans en legt hem op de sofa. Het kleine jongetje dat in Antichrist sterft terwijl zijn moeder hem negeert, dat is hijzelf toch zeker? Von Trier hapt gretig toe. „Uiteraard ben ik dat! Mijn moeder heeft mij nooit een echte kindertijd gegeven. Voor mij was zij magisch, maar zij behandelde me nooit als kind. Als ik vroeg: ‘ga ik vannacht dood’, dan antwoordde zij: ‘misschien wel ja.’ ”

Exegeten wijten zijn moeizame omgang met vrouwen graag aan zijn moeder, een gedachte die Von Trier aanmoedigt. Zij was een radicaal communiste, feministe en nudiste die ondanks al haar eerlijkheid in 1995 op haar sterfbed een kolossaal geheim onthulde: in het kader van ‘creatieve genen’ had zij Lars door een andere man laten verwekken dan zijn vermeende vader. Von Trier bevestigde eens dat hij zijn moeder postuum nog steeds tracht te schofferen.

Het meest gehoorde verwijt bij Antichrist luidt in Cannes vrouwenhaat. Opnieuw. Antichrist wemelt van bosdieren die hun nageslacht oppeuzelen; ‘Zij’ is een heks die man en kind subtiel foltert.

Von Trier-haters gooien de vrouwen in zijn films doorgaans op één hoop met anekdotes over extreme tensie op zijn filmsets en gillende ruzies met actrices. Misschien dat hoofdrolspeler Charlotte Gainsbourg (37) iets brisants meldt. Antichrist was volgens haar een uitputtingsslag, maar geen kwaad woord over Von Trier. Met een masturbatie- en seksscène tussen boomwortels en het gebruik van pornoactrices als body double had zij geen moeite, een wurgscène was lastiger. Daarvoor moest ze van de regisseur eerst „afschuwelijke wurgbeelden op internet” bekijken. „Geen idee waar Lars die allemaal vandaan had. Willem (Dafoe) kneep mijn keel echt dicht, Lars liet die scène heel lang doorgaan. Ik was bereid om bewusteloos te raken tijdens die opname.”

Want, vervolgt Gainsbourg, „ik voelde me veilig, ik wilde Lars beschermen. Hij is niet agressief tegen acteurs, al is zijn stilte soms intimiderend. We maakten ons zorgen, wisten dat hij paniekaanvallen kon krijgen en van de set kon rennen.” Von Trier haat vrouwen niet, denkt ze. „Hij is misschien wel bang voor ze.”

Antichrist is Von Triers meest persoonlijke film. Hij verwerkte zijn ervaringen met cognitieve therapie. Een andere inspiratie komt terloops ter sprake als Von Trier vertelt hoe gegriefd hij was toen filmjournalisten schamper grinnikten bij zijn pratende dieren die hun eigen jongen verscheuren. Dat is geen grapje, zegt hij stellig. Von Trier begint een betoog over sjamanisme. De geleidegeest, of totemdier, van zijn lievelingstante was een vos, zegt hij. Toen zij in het ziekenhuis lag en hij haar wilde bezoeken, vertelde een rode vos dat zij dood was. Daarna kwam Von Trier twee witte vossen tegen die zeiden: ‘vertrouw nooit de eerste vos die je ontmoet’. En inderdaad, de tante bleek in leven.

Een diepe stilte valt rond tafel. Waar heeft hij het over? Wat is uw totemdier, vraag ik. „Een otter”, zegt de filmmaker zonder zweem van spot. „Speels, levenslustig. Dat heb ik nodig.”

Sjamanisme, waarmee Von Trier flirt, verklaart veel beelden in Antichrist. Getraumatiseerde zielen vinden genezing door in trance te raken en dan met een geleidegeest, een dier, een zielenreis te maken. Antichrist wemelt van de sjamanistische motieven. Je kan dus de werken van antropoloog Levi-Strauss openslaan om Antichrist te verklaren, zoals een collega zich na afloop voorneemt. Of het niet te ingewikkeld maken. Charlotte Gainsbourg zegt dat ze met een schrift vol notities bij Von Trier kwam: zij begreep het script niet. „Maar Lars ook niet, dus was het goed.”

Bij sardonicus Von Trier weet je toch nooit waar spel begint en ernst eindigt. In de voetsporen van zijn moeder noemt hij zichzelf een militant atheïst, tegelijk is hij gebiologeerd door religie. Von Trier: „De Bijbel, Scientology: ik zie daar weinig goddelijks in. Toch besef je dat er iets essentieel menselijks achter schuilgaat.” Voor hem blijft film de enige religieuze ervaring. „Als beeld en geluid samenkomen en je weet dat je iets geschapen hebt.”