'Aantal vrijspraken in mensenhandel is hoog'

Nederlanders hebben een groot aandeel in de internationale mensenhandel. Rapporteur Dettmeijer ziet grote verschillen in de beoordeling door rechters.

Mensenhandel is een wereldwijd probleem, maar het gebeurt ook onder onze neus. In 2007 vormden Nederlanders de grootste groep verdachten (95 van de 280) en de grootste groep veroordeelde mensenhandelaars (24 van de 73). Mensenhandel gaat niet altijd de grens over.

Vandaag presenteert Corinne Dettmeijer-Vermeulen, Nationaal Rapporteur Mensenhandel, haar zevende rapportage. Dettmeijer leidt sinds drie jaar het Bureau Nationaal Rapporteur Mensenhandel dat de regering informeert en adviseert over mensenhandel. Ze wordt vandaag tevens benoemd tot Nationaal Rapporteur Kinderpornografie. Mensenhandel is in Nederland sinds enkele jaren een prioriteit in de strijd tegen zware criminaliteit.

Een meisje of vrouw dwingen in de prostitutie te werken, haar verdiensten afnemen, haar lange dagen laten werken zonder dat ze zelf haar klanten kan uitkiezen, is mensenhandel. Maar ook andere vormen van buitensporige uitbuiting vallen daaronder, zoals iemand als au pair of in de tuinbouw laten werken onder mensonwaardige omstandigheden.

De aandacht voor mensenhandel neemt toe. Een aantal spraakmakende zaken droeg daaraan bij, zoals de Koolviszaak. Daarin bracht een mensenhandelbende Nigeriaanse meisjes via Nederland naar andere West-Europese landen, waar ze gedwongen werden in de prostitutie te werken. En de Sneepzaak, waarbij twee Turks-Duitse broers tientallen vrouwen op gewelddadige wijze dwongen zich te prostitueren en de verdiensten af te staan. Een van de broers, Saban B., ontsnapte kortgeleden tijdens een week verlof.

De rechter die het verlof toekende, maakte een inschattingsfout. Is er genoeg kennis over mensenhandel?

„Bij politie en Openbaar Ministerie inmiddels wel. Politiemensen en officieren zijn verplicht zich te specialiseren. Rechters niet. Wij hebben zo’n 200 vonnissen van na 2007 bekeken. Het valt op dat rechters de feiten verschillend interpreteren. Als een meisje vertelt hoe een jongen haar zei dat hij verliefd op haar is, dat ze samen een huisje zouden gaan kopen, dan noemt de ene rechter dat misleiding en een ander niet.”

Dat is ook lastig te zien.

„Juist daarom is die expertise nodig. Mensenhandel is bijna altijd heel lastig te zien. Het speelt zich af in het verborgene, je moet heel alert zijn op signalen. Politie en opsporingsambtenaren zijn daar steeds vaker in getraind. Maar ook als mensenhandel wordt gezien, blijft het lastig. Slachtoffers willen vaak niet getuigen omdat ze bang zijn voor hun handelaars of omdat ze illegaal zijn. Uit het jurisprudentieonderzoek blijkt dat het aantal vrijspraken in mensenhandelzaken hoog is.

De strafmaat is recentelijk verhoogd van zes naar acht jaar, stemt u dat tevreden?

„Op zich wel. Maar in praktijk loopt zowel de strafeis als de strafmaat in mensenhandelzaken sterk uiteen. Rechters hebben behoefte aan oriëntatiepunten, zoals bij verkrachting het oriëntatiepunt 24 maanden is. In de Sneepzaak werd voor het eerst een soort norm gesteld: 8 tot 10 maanden celstraf per slachtoffer, afhankelijk van de duur van de uitbuiting, de mate van geweld en de rol van de dader. De periode van negen maanden dat een vrouw gedwongen als prostituee had moeten werken, werd beschouwd als ‘relatief kort’. Ik vind dat die rechter zich achter de oren moet krabben. Hij moet zich afvragen: hoe erg vinden we dit eigenlijk? In feite is zo’n vrouw 270 dagen lang elke dag verschillende keren verkracht. Dat is een vreselijke inbreuk op de lichamelijke integriteit.”

Niet alleen een fiks deel van de verdachten, ook veel van de geregistreerde slachtoffers zijn Nederlands. In 2008 kwamen 320 van de 826 door het Coördinatiecentrum Mensenhandel geregistreerde slachtoffers uit Nederland, een jaar eerder 270 van de 716. In 2008 waren 104 meisjes jonger dan achttien. Nederlandse meisjes zijn meestal slachtoffer van loverboys.

Worden de loverboys wel stevig aangepakt?

„Net als bijna alle vormen van mensenhandel is de loverboypraktijk lastig te zien. Politie, maar ook scholen en hulpverleners zouden alerter moeten zijn op die grooming-periode, de tijd dat het meisje verliefd wordt op de jongen. Je ziet vaak dat ze voor hun achttiende worden klaargestoomd en bewerkt en dan na hun achttiende in de prostitutie worden gebracht. Poging tot mensenhandel moet krachtiger worden aangepakt. Dat zou preventief kunnen werken.”

Is er voldoende aandacht voor de slachtoffers van loverboys?

„Er is nog steeds een groot tekort aan opvangplaatsen. Ik maak me specifiek zorgen om de opvang van minderjarige Nederlandse slachtoffers, veelal van loverboys. Voor hen moet kleinschalige, veilige opvang komen. Zij moeten hulp krijgen van mensen die ervaring hebben met slachtoffers van loverboys en met de bescherming tegen de loverboy.”

Achtergronden op nrc.nl/mensenhandel