Zo rustig zijn de Amerikanen niet

In Wenen floreert de filmliefde, met oog voor de politiek. Eminent criticus Jonathan Rosenbaum zien hoe het moet.

Het retrospectief dat de eminente Amerikaanse filmcriticus Jonathan Rosenbaum (1943) dit jaar samenstelde voor de Viennale, hoeft niet alleen voorbehouden te blijven aan de bezoekers van het Weense filmfestival. In de inleiding van de catalogus bij The Unquiet American, zijn hoogstpersoonlijke highlights uit de geschiedenis van de Amerikaanse komedie met een, in zijn ogen, subversieve ondertoon, schrijft hij onomwonden dat hij hoopt dat het retrospectief „niet beperkt zal blijven tot een serie filmvertoningen en een catalogus’’.

Wie deze voormalige criticus van de Chicago Reader en inspirator van steeds weer nieuwe generaties filmjournalisten een beetje kent, weet wat hij bedoelt. Probeer vooral ook thuis, op dvd of via andere wegen, de films te zien, herzien en aan te vullen met je eigen favorieten. Kijk dus naar de Marx Brothers’ Duck Soup (1933) of Spike Jonze’s Adaptation (2002) en ontdek de kruisbestuivingen. Evenals die tussen screwball-klassieker Adam’s Rib (1949) en het pornografische Hot Times aka My Erotic Fantasies van Jim McBride uit 1974 („Oh Archie! I think I had an orgasm!”).

Uitgangspunt voor Rosenbaum bij de samenstelling van het programma was de Amerikaanse karaktereigenschap zich, vaak met de beste bedoelingen, met de rest van de wereld te bemoeien – niet zelden met rampzalige gevolgen. Graham Greene schreef daarover in zijn roman The Quiet American, in 2002 nog eens fantastisch herverfilmd met Michael Caine in de hoofdrol.

Het feit dat een ruim vijftig titels tellend thematisch retrospectief integraal deel uitmaakt van een filmfestival, zegt veel over de Viennale. Het festival staat voor een mentaliteit, of beter nog: voor een vrijplaats waar óók nog een miniretrospectief met films van Lino Brocka draait, de Filippijnse meester die zoveel van de huidige hippe filmmakers uit dat land inspireert. Waar minimalistische films als de Locarno-winnaar The Anchorage worden beschouwd als politieke statements van formaat.

Geen wonder dus dat iemand als Rosenbaum daar een retrospectief mag samenstellen, want zijn filmkritiek is behalve vervuld van filmliefde, kennis en onverwachte dwarsverbanden, ook altijd politiek tot op het bot. Rosenbaum pleit ervoor om in films altijd op zoek te gaan naar de echte, onderliggende betekenissen en verzwegen vooronderstellingen.

Rosenbaum vindt de uitgekozen films natuurlijk ook gewoon grappig, al is dat in de meeste gevallen veel te bescheiden uitgedrukt. Zomaar een wat minder bekend voorbeeld: The 5000 Fingers of Dr. T. (1953) is ronduit uitzinnig. Het relaas van de tirannieke pianoleraar Dr. Terwilliker, die met pianospel de wereld wil veroveren, ziet eruit als een mix van een Busby Berkeley-musical, een Duitse expressionistische film. Het gifgroene augurkensap waarmee hij zijn opponenten heeft verdoofd, lijkt verdacht veel op ‘de groene fee’ absint (en waarschijnlijk hebben de makers daar zelf ook iets te veel aan geroken). Voordat het filmische delirium echt toeslaat, herkennen we nog net de door en door antiautoritaire boodschap. Ook dat geldt voor Rosenbaum als criticus: zijn gezag floreert in de onbegrensde vrijheid die de filmwereld hem biedt.