'Wie ben ik om dit de wereld in te sturen?'

Een Russische vlag op de bodem van de zee zette prinses Laurentien aan tot het schrijven van een kinderboek. In schrijver Sieb Posthuma vond ze een creatieve zielsverwant.

Het moest een authentiek kinderverhaal worden, ze willen niet moraliseren en nee, ze hebben geen missie. Prinses Laurentien en Sieb Posthuma schreven Mr. Finney en de wereld op zijn kop wel uit een overtuiging. Die luidt dat de vragen van kinderen essentieel zijn voor beslissingen over klimaat, milieu en toekomst van de aarde.

„Als een kind drie keer een waarom?-vraag stelt, loop je als volwassene al snel vast”, zegt prinses Laurentien tijdens een dubbelgesprek op haar kantoor in Brussel. „Neem de vlag die Rusland in 2007 op 4.000 meter diepte onder de Noordpool plantte. Als een kind vraagt: waarom staat die vlag daar, kun je zeggen: omdat mensen dat willen. Ja maar waarom dan? Omdat ze vinden dat het gebied van hen is. Ja maar waarom dan?”

De vlag is geen willekeurig voorbeeld, het was het bericht over de Russische aanspraak op de bodemschatten dat prinses Laurentien op het idee bracht van een kinderboek. Dit resulteerde in Mr Finney en de wereld op zijn kop. Het is een bijna honderd bladzijden lange parabel met als moraal dat de aarde van iedereen is. Mr Finney, een vis-man met vinnen en benen, trekt de wereld in als hij foto’s heeft gezien van bergen, steden, oceanen en woestijnen. Een fee-achtig wezen met blackberry staat voor de snelheid van de huidige tijd, een slak die liever in zijn hoofd reist verpersoonlijkt de oude wereld. Finney ontmoet apen met te weinig bomen, aasgieren die de Noordpool claimen, dolfijnen die verstrikt raken in vuilnis en de doodzieke baas van alles, de walrus. Door vragen te stellen draagt Finney oplossingen aan.

Wat intrigeerde u zo aan die Russische vlag?

„Die was voor mij het symbool van landjepik met enorme consequenties voor de toekomst van de aarde. Ik dacht er niet over in termen van goed of fout, wat mij intrigeerde was het vreemde dat iemand dat doet. En daarna dat ik nergens las dat mensen het absurd vonden. Het liet me niet meer los. Ik bedacht me dat het bij milieuproblematiek uiteindelijk om moraliteit gaat. Ik werk al een aantal jaar voor milieuorganisaties en veel wetenschappers die ik heb ontmoet zeggen: moraliteit gaat het verschil maken tussen wat haalbaar en wat wenselijk is.”

Hoe kwam daar een kinderboek van?

„Ik heb me intensief in die moraliteit verdiept. Wat wij nu beslissen, is van invloed op wat er over tien, twintig, dertig jaar gebeurt. Durven we ons te realiseren dat het menens is met klimaatverandering, dat het dus niet meer business as usual kan zijn? Om dáár te komen, moet je eerst terug naar de basisvragen. Dan kom je al snel bij kinderen terecht. Zij stellen vragen die ertoe doen. Na anderhalf jaar reflectie wist ik: een kinderboek. Een boek ook om voor te lezen, om de ouders erbij te betrekken. Kinderen kunnen geen oplossingen bieden, maar ze kunnen ons wel aan het denken zetten.”

Omdat ze niet dacht dat ze „wel even een kinderboek kon schrijven”, vroeg ze Sieb Posthuma, dit jaar bedeeld met het Gouden Penseel voor Boven in een groene linde zat een moddervette haan, om medewerking.

Zei u meteen ja?

„In mijn enthousiasme heb ik haar direct een lange e-mail gestuurd. Wat mij aansprak is dat zij net als ik denkt vanuit kinderen. En haar uitgangspunt dat je puur door voorlezen iets kunt bereiken. We hadden elkaar in 2007 ontmoet en er was toen meteen een klik. We hebben dezelfde gedrevenheid.”

Prinses Laurentien is lid van het Koninklijk Huis. Heeft dat, positief of negatief, een rol gespeeld bij uw beslissing?

„Voor mij is er maar één criterium en dat is de creatieve klik.”

Hoe zag uw samenwerking er in de praktijk uit?

„We hebben de wereld van het verhaal samen opgebouwd. We hadden eerst sessies in mijn atelier; grote vellen papier ophangen waarop we associaties, gedachtekronkels en verhaallijnen schreven. Welke karakters moeten erin komen, wat voor dieren? De figuur Mr Finney bestond al een beetje. Die had ik drie jaar eerder bedacht, hij wachtte op zijn bestemming.”

Prinses Laurentien, u werkt als communicatieadviseur, heeft andere functies, een gezin. Wanneer heeft u geschreven?

„Ik heb twee maanden mijn agenda leeggemaakt, het is niet iets wat je tussendoor kunt doen. ’s Morgens de kinderen naar school brengen, dan met een paar cappuccino’s in een café zitten denken en achter de computer kruipen als de ‘flow’ kwam. Ik heb journalistiek gestudeerd dus ik heb eerder geschreven, maar zo’n verhaal vergt andere concentratie; steeds terug naar die wereld in je hoofd en kijken hoe het verder gaat.”

Wat is uw antwoord als mensen zeggen: het is makkelijk praten over ‘delen’, voor iemand in zo’n bevoorrechte positie?

„Dat hoe meer je hebt, hoe meer je kunt delen. Voor mij is delen een state of mind. Dat heeft niks te maken met mijn huwelijk. Ik ben daarmee opgevoed. Noblesse oblige.”

Heeft u er als schrijfster hinder van dat u lid bent van het Koninklijk Huis?

„Ik zou niet weten hoe. Ik hoop dat het geen rol speelt bij de beoordeling van het boek. De presentatie [vandaag, red.] is wel een spannend moment. Er is voor mij een luik opengegaan en nu kunnen anderen een beetje in mijn hoofd kijken. Iets in mij zegt: wie ben ik om dit de wereld in te sturen? Maar: ik doe het toch.”

Mr Finney en de wereld op zijn kop; Querido, €16,95. (Vanaf 5 jaar)