Twee dagen lang ruzie over Cyprus

Europarlementariërs hebben in Ankara twee dagen geruzied met Turkse ambtgenoten. Inzet: de omstreden Turkse aanwezigheid op Cyprus.

Twee dagen lang vergaderden Europarlementariërs uit Brussel met Turkse parlementariërs, in het Turkse parlement in Ankara. En bijna twee dagen lang was het ruzie. „Het is hier toch geen kleuterschool?” zei de Nederlandse Europarlementariër Sophie in ’t Veld (D66) in de koffiepauze op de tweede dag.

Dat was na wéér een woordenwisseling tussen Turkse politici en Cyprische Europarlementariërs – die elkaars politiek over het verdeelde Cyprus ‘agressief’ en ‘bedreigend’ noemden. „Hier kunnen we het nog driehonderd jaar over hebben”, zei In ’t Veld.

Het ‘gezamenlijke comité’ van Brusselse en Turkse parlementariërs is er vooral voor bedoeld om de toetreding van Turkije tot de EU voor te bereiden. Als het bijna zover is, zullen zíj die toetreding in hun parlementen moeten goedkeuren. Maar als de discussies tussen de Europarlementariërs (uit elf EU-landen) en de Turkse parlementariërs iets duidelijk maakten, dan was het wel dat die toetreding nog heel ver weg is.

Het belangrijkste onderwerp van de bijeenkomst was Cyprus. De Franse voorzitter van de bijeenkomst, Europarlementariër Hélène Flautre (Groenen), had het niet op de agenda willen zetten, omdat ze niet dacht dat een discussie daarover het ‘toetredingsproces’ verder zou helpen. Maar daardoor ging het bij elk ander agendapunt – buitenlands beleid, energie, migratie – toch steeds weer over Cyprus.

Niet alleen de Cyprische Europarlementariërs begonnen erover. Ook de rustige, maar invloedrijke Britse Europarlementariër Andrew Duff zei: „Turkije moet goed beseffen dat het nooit bij de EU zal gaan horen als het probleem van Cyprus niet wordt opgelost.”

De EU wil dat Turkije zijn troepen terugtrekt uit het noorden van Cyprus en druk uitoefent op de Turks-Cyprische leiders om met de Grieks-Cyprioten tot een oplossing te komen voor hun conflict. Turkije moet ook voor het eind van dit jaar zijn havens en vliegvelden openstellen voor Cyprus. Dat staat in een verdrag tussen de EU en Turkije. De Europese regeringsleiders moeten in december beslissen of Turkije gestraft wordt als het de afspraak schendt.

De Turkse politicus Yasar Yakis, voorzitter van de EU-commissie in het Turkse parlement en lid van de regerende AK-partij, had een boodschap voor zijn Europese collega’s. Hij dacht dat het nog niet tot de ‘hoofden’ in de EU was doorgedrongen, maar: „Als Turkije moet kiezen tussen toetreding tot de EU of vasthouden aan zijn beleid over Cyprus, dan kiezen wij voor Cyprus.”

Yakis was overduidelijk geïrriteerd over de EU-politici. Hij legde uit hoe Turkije Syrië erop wijst dat het de mensenrechten niet mag schenden. „Wij doen het anders dan de EU. Wij lezen hen niet de les. Wij werken nauw samen met de Syriërs en dan kunnen die zien welke standaard Turkije heeft als het over mensenrechten gaat. Zo zal doordringen dat dat beter is.”

Twee dagen lang probeerden de voorzitters van de bijeenkomst, Flautre en haar Turkse collega Lüfti Elvan, om de politici tot een gemeenschappelijk standpunt te brengen, hoe vaag ook. Europarlementariër Ria Oomen-Ruijten (CDA), die voor het Europees parlement rapporten schrijft over Turkije, vond het een slecht idee: hoe dan ook zou het niet gesteund worden. De verdeeldheid zou alleen maar duidelijker worden.

Flautre, die fel vóór toetreding van Turkije is, zette door. Ze schreef met de Turkse voorzitter een verklaring die alleen van hen tweeën kwam. De laatste maakte een eind aan de ruzie die daarna ontstond: het stuk werd teruggetrokken.