Treurnis troef in Ests debuut

Autumn Ball (Sügisball). Regie: Veiko Õunpuu. Met: Rain Tolk, Maarja Jakobson, Taavi Eelmaa, Mirtel Pohla. In: Rialto, Amsterdam; Lux, Nijmegen; ’t Hoogt, Utrecht; Cinerama, Rotterdam.***

Alle personages in de Estse film Autumn Ball zoeken vergeefs naar geluk. Ze verdrinken hun verdriet of sublimeren hun eenzaamheid, zoals de gescheiden vrouw die snottert op de bank als ze kijkt naar de televisieserie De Doornvogels (1983). Als haar dochtertje vraagt waar de miniserie over gaat, antwoordt moeder „ongelukkige liefde”. En dat geldt dan ook meteen voor Autumn Ball zelf, dat begint met een scène waarin een man die op het punt staat te worden verlaten door zijn vriendin haar probeert te wurgen. Aan de muur hangt een affiche van John Cassavetes’ Love Streams, en net als bij Cassavetes lopen de emoties in Autumn Ball vaak hoog op, met wanhoop en bitterheid als terugkerend motief.

Autumn Ball, het compromisloze debuut van Veiko Õunpuu, is een mozaïekfilm. Hij begint met het stel en bij elke volgende sequentie wordt er een nieuw personage geïntroduceerd: een gefrustreerde architect, een vrouwenverzamelende portier, een mogelijk pedofiele kapper en nog wat dolende zielen. Het is treurnis troef en dat maakt de film een beetje eenstemmig. Õunpuu filmt bijzonder stijlvast, met veel aandacht voor de trieste omgeving waarin zijn eenzame personages bijna verdwijnen: een deprimerend flatgebouw, een verlaten industrieterrein of het treurige restaurant waar er niets anders opzit dan snel dronken worden. Dat doet iedereen dan ook veelvuldig.