Terug in de realiteit

Veel aandeelhouders van ING zijn kennelijk nogal kort van memorie. Een jaar geleden werd het concern gered door de rijksoverheid. We zullen het nooit zeker weten, maar zonder kapitaalinjectie van 10 miljard euro zou het aandeel van ING toen wellicht waardeloos zijn geworden.

Door die herinnering lieten de financiële markten zich echter niet leiden, nadat ING maandag had bekendgemaakt dat ze wordt opgesplitst en dat er ook extra aandelen worden uitgegeven om de schuld bij de overheid deels terug te betalen. Op de beurs was het gisteren zo onrustig dat de handel zelfs even stilgelegd moest worden. ING is zo in twee etmalen bijna een kwart van haar waarde kwijtgeraakt door de verkoopwoede van beleggers die in korte termijnen rekenen.

Maar een weg terug is er niet. En niet alleen omdat Europa, in de persoon van eurocommissaris Kroes voor Mededinging, de eis heeft gesteld dat ING drastisch reorganiseert. Haar redenering is overigens juist. De staatssteun wijst er al op dat de bank-verzekeraar zich niet zelfstandig op de markt kan handhaven. Maar die markt wordt met dat geld nu wel door de bank verstoord. Niet voor niets zijn her en der in Europa banken, die vorig jaar op de overheid hebben geleund, nu bezig hun schulden bij de Staat terug te betalen. Ze hopen daarmee hun handelingsvrijheid terug te krijgen en ze preluderen tegelijkertijd op de eisen over financiële buffers die de groep van twintig grootste industrielanden (G20) vorige maand in Pittsburgh in het vooruitzicht heeft gesteld.

Maar er zijn meer redenen voor deze stap. ING moet zich namelijk ook omwille van het eigen bedrijf en de thuisbasis in Nederland heroriënteren. De combinatie van een bank en een verzekeringsbedrijf, twintig jaar geleden uitgedacht als een model om renterisico’s tegen elkaar af te dekken en in de bedrijfsvoering de synergie te vergroten, is in de kredietcrisis gesneefd. De expansie, vooral in de Verenigde Staten met het succesvolle internetconcept ING Direct, is dat ook. Die negatieve ervaring was al opgedaan door multinationals, zoals Ahold, die hun kaarten al eerder te eenzijdig op de Amerikaanse markt hadden gezet.

Het belangrijkste, maatschappelijke, argument voor de splitsing is echter dat ING door de groei van het afgelopen decennia een soort staat boven de Staat werd. Het balanstotaal van het concern was bijna twee keer zo groot als het bruto binnenlands product van Nederland, hoewel het toch de Staat is die uiteindelijk opdraait voor eventuele fiasco’s.

Waartoe een uit het lood geslagen verhouding tussen een Staat en een bank kan leiden, ervaren de burgers van IJsland.

Het parool ‘back to basics’, dat ING-topman Hommen nu in de praktijk gaat brengen, geldt dus niet alleen voor deze bank-verzekeraar. Gedwongen door de crisis is bijna de hele financiële sector daarmee bezig. De Zuidas in Amsterdam kan niet meer dromen van competitie met de City en Wall Street. Dat is voor hen die hun brood verdienen in deze branche en aanpalende sectoren, een pijnlijke gewaarwording. Maar het is onvermijdelijk dat de sector weer met beide benen op Nederlandse grond komt te staan.