'Rum drink je zonder water'

Anne Hermans is voor Dokters van de Wereld in de jungle van Colombia om de zieke indianen te helpen. Maar er is ook tijd voor ontspanning in de junglebar en lessen over het lokale seksleven.

‘Otro media!” (nog een halve liter) roept Pablo, mijn Colombiaanse stuurman, richting bar. „En daarna is het tijd om te dansen: dé manier om een vrouw te veroveren.” „Maar je hebt toch Lucha al?” zeg ik. Hij schiet in de lach. „Lucha zit ver weg, Anna. Ik zit hier al maanden in de jungle…” „Dan slaat mal de vedera toe…’ beaamt Patachuma, mijn indiaanse verpleegkundige. Pablo pakt een bierviltje. „Kijk, normaal val je op een mooie man of vrouw.” Hij tekent een hoofd, tieten, wespentaille en kont. „Maar als je lang hier in de oorlog en armoe leeft, ver van je familie en geliefde”, hij gooit het viltje over zijn schouder, „voel je je zo onveilig en eenzaam”, hij tekent een sip poppetje op een nieuw viltje, „dat je in elke tortuga die voorbijkomt…” in vier penstreken staat er een schildpad op het derde viltje, „de liefde van je leven ziet en…” Hij klapt de twee viltjes tegen elkaar, „die bespringt!” Hij staat op, grijpt een vrouw met decolleté tot de navel bij de arm, en loopt richting dansvloer. We zitten bij La Mona, dat tegelijkertijd dienst doet als winkel, kroeg en disco van ons drijvende dorpje aan de rivier. De generator bromt, de twee boxen spuwen oorverdovende salsa, en bij het licht van het gloeilampje aan het plafond, slaat het hele dorp rum in plastic bekertjes achterover.

„En jij?” vraag ik Patachuma. „Hoeveel moest jij dansen om Wachidau te veroveren?” Hij schudt zijn hoofd. „Bij emberras ging dat toen heel anders. Als je een vrouw wil, moet je laten zien dat je een man bent.” Hij schenkt onze bekertjes nog eens bij. „Daarvoor gelden vier voorwaarden: Ten eerste moet je zelf een kano uithakken. Ten tweede moet je kunnen vissen en jagen: moreno, mono, guagua…” Hij noemt nog zes dierennamen. „Als je die allemaal kunt schieten en klaarmaken, begin je je eigen tambo (indianenhut) te bouwen… No doctora!” Hij houdt mijn hand tegen, als ik naar het water grijp. „Rum drink je zonder water! Dat weet je inmiddels toch wel?” En vervolgt: „Tot slot moet je je bezittingen op orde hebben: een kapmes, een bijl en een hond. Pas dán mag je naar de vader…” „Ach klets toch niet!” Pablo schuift weer aan tafel. „Tegenwoordig worden zelfs indianen gewoon verliefd, wippen stiekem in het bos, en papa kan niet anders dan instemmen, als hij die zwangere buik ziet.” Patachuma kijkt betrapt. En inmiddels heb ik genoeg rum op voor de vraag, die al weken in hoofd zit: „Maar hoe kunnen jullie in godsnaam seks hebben in die hutjes zonder muren, waar de hele familie naast elkaar slaapt?” „Die twee minuten?” Patachuma haalt zijn schouders op. „Voor de rest wakker is…” „Twee minuten? Maar wat vindt die vrouw…” Hij scheurt het viltje met de schildpad in stukjes. „Emberravrouwen vinden niet zoveel.”

Pablo slaat Patachuma op zijn schouders. „Ik vind het ideaal, die cultuur van jullie!” Hij zakt achterover en knipoogt als het decolleté opzichtig voorbij loopt. „Onvoorstelbaar hoeveel uren wij moeten investeren voor de enige twee minuten waar het om draait. Ik ben al jaren op zoek naar een indianenvrouw, maar ze willen mij niet.” Patachuma verklaart: „Als je met een niet-indiaan gaat, roep je mal ojo – het kwade oog – over je af.” Pablo schudt zijn hoofd. „Tonteria! Daarmee lopen ze hun enige kans op goeie seks mis.” Hij knikt naar het decolleté, „geen slechte schildpad, toch?” fluistert hij, en loopt op haar af.