Rijkdom is niet veel geld, maar goede zeilers en coaches

Liefst achttien zeilers en zeven coaches telt de nieuwe Nederlandse kernploeg.

De benoeming van Hans Bouscholte als technisch directeur is verrassend.

Duizend dagen voor de Spelen van Peking hadden de zeilsters van bondscoach Maurice Paardenkooper totaal geen verwachtingen. Ze zaten overdag niet in de sportzaal maar op kantoor en gingen van daaruit naar het water. Drie jaar later behaalden ze olympisch zilver.

Het is nu duizend dagen voor de Spelen van Londen (2012), en het olympische zeilen in Nederland barst inmiddels van de ambities. Zo bleek gisteren in Scheveningen bij de presentatie van de nieuwe kernploeg, met liefst achttien zeilers, zeven coaches en een nieuwe technisch directeur, Hans Bouscholte. „Nederland wil een groot zeilland worden”, zegt de topsportmanager van het Watersportverbond, Hessel Evertse. „In 2020 willen we in alle tien klassen meedoen om de medailles. Maar je krijgt niets voor niets. We moeten nu beginnen.”

De dadendrang in het Nederlandse topzeilen komt niet uit het niets. Na de medailleloze regatta van Athene (2004) ging het roer om en werd de sport in rap tempo geprofessionaliseerd, mede dankzij topcoaches als Paardenkooper en Jacco Koops, die alleen werken met zeilers die alles opzijzetten voor medailles. Beiden keerden met zilver terug uit Qingdao; Paardenkooper na een uniek project met negen Ynglingzeilsters, Koops met de 470-kampioenen Marcelien de Koning en Lobke Berkhout.

Maar het Watersportverbond ziet ‘Qingdao’ als het begin van een nieuw tijdperk. Paardenkooper: „We zijn op de goede weg omdat we voortbouwen op goede prestaties.” De eisen aan de nieuwe kernploegleden zijn nog nooit zo streng geweest, zegt Koops, die recent fungeerde als plaatsvervangend hoofdcoach. „De eis is dat een zeiler het podium kan bereiken. Daarbij doen wij geen concessies.”

De nieuwe uitstraling binnen de kernploeg leidde in het postolympisch jaar al tot een aantal opmerkelijke successen. In de 470-klasse heroverde Lobke Berkhout de wereldtitel die zij al drie keer eerder in bezit had, dit keer met haar nieuwe stuurvrouw Lisa Westerhof. Windsurftalent Dorian van Rijsselberge baarde opzien met drie achtereenvolgende wereldbekerzeges en een bronzen medaille op het WK. En vorige maand, tijdens de Sail for Gold-regatta in de toekomstige olympische wateren bij Weymouth, versloegen de zeilers grote mogendheden als Groot-Brittannië, Australië en de VS, en won de ploeg het medailleklassement.

Het zwaartepunt ligt opnieuw bij de 470-klasse. De kernploeg heeft inmiddels vier duo’s op het water, onder drie coaches. Bij de mannen krijgen de gebroeders Sven en Kalle Coster concurrentie van het jonge duo Steven Krol/Steven Le Fevre, bij de vrouwen moeten Westerhof en Berkhout het uitvechten met Margriet Fokkema en Marieke Jongens. Vergroting van de interne concurrentie hoort bij de plannen, zegt topsportmanager Evertse. „Wij hebben meer goede zeilers nodig. Onze rijkdom is niet ons geld, onze rijkdom is dat wij goede coaches en zeilers hebben.”

Behalve in de 470 heeft de kernploeg ook zeilers in het matchracen, gecoacht door Paardenkooper, de windsurfklasse RS:X, onder de Nieuw-Zeelander Aaron McIntosh en de Laser, onder Jaap Zielhuis en de Brit Mark Littlejohn.

Ondanks de snelle groei van de kernploeg vallen er ook zeilers af. Surfer Casper Bouman geeft voorlopig voorrang aan zijn studie, Finnzeiler Pieter-Jan Postma kiest voor een eigen weg, buiten de kernploeg om.

Technisch directeur Bouscholte gaat eerst inventariseren welk werk er voor hem te doen valt boven de groep van gelouterde coaches. „Ik ga niet de zeilers coachen, dat doen de coaches”, zei hij gistermiddag. „Als de coaches om hulp vragen ga ik kijken wat ik voor ze kan doen.”

Zijn benoeming is verrassend. Bouscholte maakte vooral furore als zeezeiler, onder meer in 1997, in twee etappes van de toenmalige Whitbread Race rond de wereld. Zijn plan om als eerste Nederlander de Vendée Globe te varen, een gruwelijke non-stopsolorace rond de wereld, liep na jarenlang leuren stuk op geldgebrek.

Hoewel hij in verschillende olympische klassen zeilde, bereikte hij de Spelen niet. Gisteren biechtte hij op dat hij „nooit echt de ambitie” had. „Ik zeilde olympische boten om beter te worden op de grote boten. Daar wordt geld verdiend, olympisch zeilen kost geld.” Maar hij vindt niet dat dat botst met de ambities van de zeilbond. „Uiteindelijk gaat het om de bezieling. De resultaten liggen er, we hebben topcoaches, maar de kernploeg is een stuk groter geworden. Het gaat niet om twee keer zilver, het gaat om goud. Ik hoop dat ik met mijn ervaring iets kan toevoegen.”