Rechter maakt subsidieadvies onmogelijk

Met de uitspraak tegen de subsidieafwijzing van de Theatercompagnie heeft de rechter het systeem van kunstsubsidies in het hart getroffen.

Door de subsidieafwijzing van de Theatercompagnie te vernietigen, heeft de Amsterdamse bestuursrechter een uitspraak gedaan die verstrekkende gevolgen kan hebben voor de hele kunstwereld. Niet alleen is nu voor afgewezen kunstenaars de deur geopend om subsidiebesluiten aan te vechten, de rechter stelt ook het systeem ter discussie waarin de staat het inhoudelijke oordeel over subsidies toevertrouwt aan betrokken deskundigen.

De rechter veroordeelt immers „de schijn van belangenverstrengeling” bij het podiumfonds NFPK, maar door zijn ruime interpretatie van dat begrip – wie zelf betrokken is bij een aanvraag, mag niet over andere aanvragen oordelen – gaat het principe van de peer review als zodanig wankelen: het idee dat subsidieaanvragen het beste kunnen worden beoordeeld door mensen uit het veld. En niet alleen bij het NFPK, maar bij álle kunstraden en andere adviescommissies zitten mensen uit de kunstwereld die juist zijn gekozen op grond van die betrokkenheid.

De rechter vindt het in dit geval ontoelaatbaar dat een lid van de theatercommissie, Jarrod Francisco van theatergroep Likeminds, zelf een aanvraag bij het fonds had ingediend, en daarmee een concurrent is van de Theatercompagnie. Maar vergelijkbare gevallen zijn ruim voorhanden. Bijvoorbeeld acteur Bert Geurkink, die ooit is ontslagen door de Theatercompagnie. Of Jan Zoet, commissievoorzitter, die als directeur van de Rotterdamse Schouwburg ook zelf een aanvraag indiende.

Hoe voorkomen kunstinstellingen dan nu dat tegenstrijdige belangen het oordeel van deskundigen vertroebelen? Het NFPK lost dat probleem, net als vergelijkbare instellingen, op door betrokkenen bij de behandeling van sommige aanvragen zich te laten verschonen, dus op de gang te zetten. Jan Zoet stond acht keer op de gang. Francisco ging vier keer naar de gang, onder meer toen Likeminds aan de beurt was.

Maar de gang is niet ver genoeg, zo heeft de rechter nu geoordeeld. Die uitspraak schept niet alleen een probleem voor de subsidiebeoordeling van het theater, het speelt voor alle kunsten. Ook die van muziek, beeldende kunst, architectuur, letterkunde, en verder. ‘Belangenverstrengeling’ is zelfs inherent aan het systeem van peer review, en wie het systeem op de helling zet, komt vervolgens voor de vraag te staan: hoe dan wèl? Ons kent ons, inderdaad, maar ons heeft ook verstand van ons. Eén kunstschouw aanstellen, zoals de Amsterdamse wethouder Carolien Gehrels wil, is geen oplossing, omdat die schouw óók een betrokken deskundige zal moeten zijn.