M'n vader was doodgeschoten,in ons eigen huis

Duitsland maakt de afgelopen jaren werk van het vervolgen van – bejaarde – oorlogsmisdadigers.

Daarom staat vandaag in Aken ex-SS’er Boere terecht.

Links op de foto Teun de Groot sr., rechts vooraan zijn oudste zoon Teun. (Foto uit eigen bezit familie De Groot)

Nazi-jager Ulrich Maass is een tevreden man. De van oorlogsmisdaden verdachte Heinrich Boere, die hij al jaren achtervolgt, verschijnt eindelijk voor het gerecht.

Ulrich Maass houdt vandaag voor de rechtbank van Aken zijn openingspleidooi in wat waarschijnlijk het laatste proces wordt tegen een Nederlandse oorlogsmisdadiger uit de Tweede Wereldoorlog. De voormalige SS’er Heinrich Boere (88) moet zich na 65 jaar verantwoorden voor de moord op drie Nederlandse burgers: Fritz Bicknese uit Breda en Teun de Groot en Frans Kusters uit Voorschoten. Heinrich Boere, zoon van een Nederlandse vader en Duitse moeder, was lid van het SS-Sonderkommando Feldmeijer, dat tussen september 1943 en september 1944 ruim vijftig Nederlanders vermoordde als represaille voor aanslagen van het verzet.

Aan het begin van dit jaar zag het er weinig rooskleurig uit voor Maass, officier van justitie in Dortmund en hoofd van het Schwerpunkt-Staatsanwaltschaft für NS-Verbrechen. Boere leek hem na jarenlang juridisch gesteggel door de vingers te zijn geglipt. De rechtbank in Aken besloot op 7 januari dat hij lichamelijk niet meer in staat was een proces te doorstaan. Maass reageerde gelaten. „Ik heb hem een aantal keren ontmoet. Hij is boerenslim, maar hij lijkt me niet intelligent genoeg om zijn ziektebeeld te kunnen simuleren.”

Desalniettemin ging Maass in beroep. En hij kreeg gelijk. Zowel het hof in Keulen als het Constitutionele Hof in Karlsruhe verwierp de beslissing van de rechter in Aken. Boere is niet zó ziek dat hij niet vervolgd kan worden, oordeelden de hoogste rechters van Duitsland. Boere’s advocaat, Gordon Christiansen, laat weten dat hij de gezondheidstoestand van zijn cliënt bij het begin van het proces opnieuw aan de orde zal stellen. „Hij heeft last van zijn hart. De gevolgen voor zijn gezondheid van de enorme media-aandacht zijn niet te overzien.” Maass: „De strafeis wordt levenslang.”

Boere werd voor zijn deelname aan de zogenoemde Silbertanne-moorden in Nederland in 1949 al ter dood veroordeeld. Hij was zelf niet bij dat proces aanwezig, want Boere was in 1947 uit Nederlandse gevangenschap ontsnapt – dwangarbeid in de Limburgse mijnen – en naar Duitsland gevlucht. Omdat hij een Duitse moeder had, kon hij daar het staatsburgerschap krijgen. Omdat Duitsland geen burgers uitlevert, had de Nederlandse justitie het nakijken.

De Nederlandse SS’er werd in 2000 opgespoord in Aken door documentairemaker Rob van Olm. In de door de NPS uitgezonden documentaire De Silbertanne-moorden toonde Boere geen berouw. „Ik voel me niet schuldig. Daarom heb ik er altijd voor gezorgd dat ze me niet te pakken kregen.” Boere had twee jaar gediend in een SS-divisie aan het Oostfront. Dat had hem, zei hij in de documentaire, afgestompt. „Wij aten onze boterhammen zittend op de lijken van de Russen. Ik zag de verzetsstrijders als vijanden.”

Zijn optreden in de documentaire bracht zijn zaak opnieuw onder de aandacht van justitie, de Nederlandse en dit keer ook de Duitse. De afgelopen jaren zijn de Duitsers actief met het opsporen en berechten van de laatste nazi’s. In augustus werd Josef Scheungraber tot levenslang veroordeeld voor 14 moorden in Italië. In november begint het proces tegen John Demjanjuk, die is aangeklaagd voor medeplichtigheid aan 28.000 moorden in concentratiekamp Sobibor.

Historicus Stephan Stracke, gepromoveerd op de naoorlogse behandeling van nazimisdadigers, vindt het een „grof schandaal” dat Boere nu pas terechtstaat. „Wij zijn tien jaar geleden al begonnen met protestacties voor zijn deur en die van Herbertus Bicker.” Bicker, bekend als de Beul van Ommen, overleed vorig jaar zonder berecht te zijn.

Stracke is niet onder de indruk van de inspanningen van de Duitse justitie de afgelopen jaren. „Nu er nog maar een paar van deze misdadigers over zijn, worden ze opeens berecht. Als justitie daar een decennium geleden mee was begonnen, hadden het er honderden kunnen zijn. Maar al die oude nazi’s zijn in Duitsland lang uit de wind gehouden. De mensen op invloedrijke posities die hen beschermden, zijn nu eindelijk verdwenen. Maar intussen zijn veel mensen aan de gerechtigheid ontsnapt.”

De Duitse officier van justitie Maass ging met het Nederlandse strafdossier uit 1949 naar de rechtbank in Boere’s huidige woonplaats. De rechter nam het Nederlandse oordeel over, maar in hoger beroep besloot het hof in Keulen in 2007 dat het dossier waardeloos was, omdat de SS’er indertijd niet door een advocaat verdedigd was. Daarom moet Maass nu de zaak helemaal opnieuw opbouwen.

Hij verwacht geen onoverkomelijke problemen. „Boere heeft immers bekend. Het is aan mij om te bewijzen dat de moorden heimtückisch (boosaardig) waren. Anders zijn ze verjaard. Daarnaast moet ik aantonen dat er geen sprake was van Befehlsnotstand: de situatie waarin het niet opvolgen van een bevel de weigeraar in levensgevaar brengt. Vroeger hebben veel oorlogsmisdadigers zich achter dat excuus verscholen, maar de tijden zijn veranderd. De rechter accepteert dat niet zomaar meer.”

In processen tegen oorlogsmisdadigers kunnen in Duitsland (familieleden van) slachtoffers zich als Nebenklager aanmelden. Zij hebben het recht bewijs aan te leveren en vragen te stellen. Nebenklager Teun de Groot uit Heiloo zal vandaag op de eerste rij zitten, op een plek die hem het beste uitzicht biedt op Boere, de man die op 3 september 1944 zijn vader vermoordde.

De Groot was 11 jaar oud toen hij zijn vader, Teun de Groot senior, verloor. „De kinderen waren niet thuis toen het gebeurde”, vertelt hij. „Mijn moeder lag voor een kleine operatie in het ziekenhuis, dus we logeerden bij ooms en tantes. Ik herinner me nog goed dat mijn oom met me kwam praten. Er was iets ergs gebeurd, zei hij. Ik vroeg eerst of het om mijn moeder ging. Het idee dat er iets met mijn vader aan de hand was, wilde ik niet eens toelaten in mijn hoofd: ik was zó dol op hem. Maar het was dus wel mijn vader. Hij was vermoord, doodgeschoten in ons huis.”

Teun de Groot sr. was actief in de onderduikershulp, maar dat was niet de reden dat hij vermoord werd, weet zijn zoon. „Als de Duitsers dat hadden geweten, hadden ze hem al lang opgepakt. Nee, de nazi’s wilden een signaal afgeven: aanslagen van het verzet zouden met grof geweld vergolden worden. En mijn vader stond bekend als fel anti-Duits. De NSB had al eens gedemonstreerd voor zijn fietsenmakerszaak. Op hun spandoeken stond: ‘Hier heerst de Engelse ziekte’.”

Veel tijd om te rouwen had De Groot niet. Hij was de oudste in een gezin van vijf kinderen. Zijn moeder was geestelijk kapot. De Hongerwinter kwam er aan: er moest eten gezocht worden, hout voor in de kachel. „Gelukkig zetten mensen uit het verzet af en toe een zak met voedsel voor de deur, anders waren we de winter misschien niet doorgekomen.”

Na de oorlog hoorde De Groot nog wel dat Boere bij verstek veroordeeld was, maar vervolgens hoorde hij tot 2000 niets meer over de moordenaar van zijn vader. Toen zag hij Boere in de NPS-documentaire. Dat maakte hem erg boos. „Hij toonde geen greintje berouw. Ik hoop dat hij tot levenslang veroordeeld wordt. Levenslang met rente, voor elke dag dat hij zich aan de gerechtigheid onttrokken heeft.”