Macedonië slaagt er niet in bedrijven te lokken

Macedonië staat klaar om een opkomende markt te worden. Maar terwijl de ontwikkelingshulp stopt, komt de economische opleving voorlopig nog niet op gang.

Skopje Economic Free Zone lonken grote witte letters in de omheining langs de snelweg naar de hoofdstad. Achter het gaas leiden nieuwe wegen langs enorme lege percelen. Graafmachines harken de laatste plooien glad.

Buitenlandse investeerders die hier een technologiebedrijf neerzetten, krijgen onder meer gratis aansluiting op alle infrastructuur en subsidie op de bouw van het bedrijfspand. Ook hoeven ze tien jaar geen winstbelasting te betalen en geldt er een vrijstelling van btw op alle producten die bestemd zijn voor de export. Over aanvullende voordelen kan rechtstreeks met de minister van Economische Zaken en de premier worden onderhandeld.

Vanaf de heuvel is het vliegveld al te zien. De landingsbaan ligt op loopafstand van de toegangspoort. De vrijhandelszone oogt als een mooi opgemaakt en wijd opengeslagen bed voor investeerders, maar het is nog vrijwel onbeslapen. Van de pas aangelegde riolering maken vooralsnog alleen de twee witte bedrijfspanden van Johnson Controls en Johnson Matthey gebruik, fabrikanten van auto-elektronica en katalysatoren, die zich al ruim voor de economische crisis hebben laten verleiden naar Macedonië te komen.

De regering van Nikola Gruesvki heeft de afgelopen jaren geprobeerd het kleine land aan de rand van de Europese Unie op de kaart te zetten als investeringsparadijs. In paginagrote advertenties in The Economist en reclamespotjes op CNN zijn de belastingvoordelen en vrijhandelsovereenkomsten breed uitgemeten en is benadrukt hoe laag de lonen in Macedonië zijn: gemiddeld 430 euro bruto per maand. De werkloosheid is meer dan 30 procent. Wie kapitaal en werkgelegenheid het land inbrengt hoeft de eerste tien jaar ook de loonbelasting – een flat tax van 10 procent – niet te betalen.

Volgens de Wereldbank is Macedonië van plaats 69 naar 32 gesprongen op de lijst van landen van waar het gemakkelijk zakendoen is. Ter vergelijking: Nederland staat maar twee plaatsen hoger, op nummer 30.

Macedonië, kandidaat-lid van de EU, is volgens de regering rijp voor economische voorspoed na de transitie van socialisme naar kapitalisme. Nederland beëindigt na dit jaar de ontwikkelingshulprelatie met het Balkanland. Maar net nu het tijd is om een grote stap te maken, blijft het stil. Na een hoopvolle 5 procent economische groei in 2008, is dat cijfer dit jaar omgeslagen in 2,5 procent krimp.

Berekeningen van de Nationale Bank van Macedonië lieten begin deze maand zien dat buitenlandse bedrijven hun winst mee het land uit nemen en niet herinvesteren. De buitenlandse investeringen bedroegen in juli 2009 ongeveer eenderde van de 270 miljoen euro op dezelfde peildatum een jaar eerder.

Tot nu toe bestaat de export van Macedonië vooral uit ruwe delfstoffen en landbouwproducten. Met uitzondering van enkele textielfabrieken ontbreekt verwerkende industrie. Dat wil de regering radicaal veranderen door het ontstaan van een kenniseconomie te forceren. Studenten krijgen een voucher voor een gratis computer en in vrijwel het hele land is inmiddels draadloos internet.

Rondom Strumica, een stad dichtbij de Griekse grens, staat in iedere tuin een plastic kas. Het klimaat is met 270 zondagen per jaar en warm grondwater ideaal voor het verbouwen van groenten, fruit en tabak. Al voor zonsopgang staan lange rijen tractors bij de groothandel om enorme hoeveelheden paprika’s, tomaten en komkommers aan te bieden.

Veel boeren rijden daarna door naar hun reguliere baan, vertelt een handelaar, die klaagt dat het aanbod vele malen groter is dan de vraag. Hij wimpelt met een grap een politieman af die probeert een goede prijs te krijgen voor zijn ingemaakte augurken. „Iedereen produceert maar zonder plan. Aan het einde van de dag moet ik het terugsturen of doordraaien.”

Burgemeester Zoran Zaev van Strumica loopt in zijn rijk gedecoreerde kantoor alvast warm voor de volgende rondleiding. Een mogelijke investeerder uit Slovenië komt straks poolshoogte nemen. „We hebben een hoop belangstellenden”, zegt Zaev, die schetst hoe in zijn regio geld verdiend zou kunnen worden en welke extra kortingen zijn gemeente kan geven. „Maar wat investeerders willen is stabiliteit. Hun uiteindelijke besluit hangt af van ons NAVO-lidmaatschap en dus van de naamkwestie met Griekenland.” Macedonië heet formeel de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. Ook het noorden van Griekenland heet Macedonië. De twee buurlanden twisten al jaren over het gebruik van de naam.

De gemoederen lopen hoog op sinds Griekenland om die reden in 2007 de NAVO-toetreding van Macedonië heeft tegengehouden. Sinds die tijd is het aantal Grieken dat in Macedonië komt winkelen drastisch gedaald, zegt Zaev. Enkele jaren geleden zag hij op zaterdagen minimaal tien bussen vol dagjesmensen. Nu soms niet een, terwijl de prijzen voor levensmiddelen en bijvoorbeeld een tandartsbehandeling in Macedonië aanzienlijk lager zijn. „Het is hoog tijd voor een compromis over de naam. We moeten ophouden naar het verleden te kijken.”

Met een vergelijkbare motivatie wil hij geen vrijhandelszone bij zijn stad, zoals die er in het noorden van het land wel zijn. „Het is op korte termijn heel goed voor de investeerder, maar op langere termijn creëer je oneerlijke concurrentie. Wij blijven binnen de Europese concurrentieregels.”