Lees nu Oeroeg want u kent het boek al

Waarom wordt Oeroeg van Hella Haasse verspreid in de campagne Nederland Leest? Die keuze staat symbool voor een tijd waarin een ieder leest wat hij al kent, aldus Bertram Mourits.

Lees nu Oeroeg want u kent het boek al Waarom wordt Oeroeg van Hella Haasse verspreid in de campagne Nederland Leest? Die keuze staat symbool voor een tijd waarin een ieder leest wat hij al kent, aldus Bertram Mourits. Illustratie Bas van der Schot Schot, Bas van der

Oeroeg is dit jaar de klassieker die gratis wordt uitgedeeld tijdens de actie ‘Nederland Leest’. Het is niet de eerste keer dat de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) dit boek weggeeft. In 1948 werd Oeroeg uitgedeeld als Boekenweekgeschenk. Het werd anoniem verspreid, in het kader van een prijsvraag die luidde: wie is de schrijver? Slechts een paar honderd mensen vinkten toen de naam van Hella S. Haasse aan.

Het verschil tussen de status van Oeroeg toen en nu kan bijna niet groter zijn. Het debuut van Haasse is een klassieker gebleken, het is klein genoeg om menig leeslijst op te sieren en de auteur heeft daarna nog zoveel fraais geschreven dat haar naam steeds steviger is gevestigd. Nederland leest, maar iedereen die in Nederland weleens een boek leest, kent Oeroeg al of weet dat hij het zou moeten kennen.

Het is anno 2009 niet meer voor te stellen dat het Boekenweekgeschenk geschreven zou worden door een anonieme debutant. Het schrijven van dat boekje is slechts een van de taken die de CPNB de auteur stelt: minstens zo belangrijk is de marketingtournee die in die week afgelegd moet worden. Het geschenk is bedoeld om zoveel mogelijk mensen naar de boekhandel te lokken.

Dit veranderde beleid van de CPNB is typerend voor de manier waarop het literaire werk tegenwoordig aan de man wordt gebracht. Vrijwel niemand zal nog een boek lezen zonder te weten waar hij aan toe is, ook al omdat het inmiddels nauwelijks mogelijk is zonder voorkennis een boek open te slaan: elk potentieel succesnummer gaat vergezeld van een multimediaal informatiebombardement. Bovendien zijn er niet veel lezers meer die nog zonder verwachtingshorizon aan een boek willen beginnen.

Het past allemaal keurig binnen de cultuurpessimistische sfeer waarin over het droeve lot van literatuur wordt geschreven: literatuur heeft haar relevantie verloren, de literaire cultuur gaat ten onder en de literaire roman wordt verdrongen door de literaire thriller. Zelfs de Amerikaanse schrijver Philip Roth verklaarde afgelopen week de roman passé.

Niet zo lang geleden was het de literaire kritiek, die ons vertelde wat we moesten lezen. Maar de geringe correlatie tussen enthousiasme van de ontvangst aan de ene kant, en de verkoopcijfers aan de andere kant, wijst erop dat dat historie is. Beroepslezers vormen niet langer de leidraad voor boekhandel en klant. Leidraad zijn nu de toptien en de tv. Dus richtte schrijver Dirk van Weelden zich eind vorig jaar op de producenten – en ik gebruik dat lelijke woord omdat hij het over zowel schrijvers als uitgevers heeft. In zijn pamflet Literair overleven formuleert hij een ‘aanvallende strategie’ waarmee de literatuur zich weer even kan redden. Belangstelling is er voldoende: er worden veel boeken verkocht en veel mensen willen schrijven. Maar door de terreur van het ‘doelmatig uitgeven’ – dat wil zeggen: veel verkoop van weinig titels – staat het ‘literaire uitgeven’ onder druk.

Van Weelden kijkt naar internet als medium waar schrijvers zich direct tot lezers kunnen richten, daarbij stoorzenders als krant en boekhandel passerend. Private cultuurfondsen, uitgevers, universiteiten, schrijvers en lezers moeten zich vinden in een virtueel ‘genootschap als een open netwerk van belangstellenden’.

Maar wil de lezer wel deel uitmaken van een ‘open netwerk van belangstellenden’? Maar een blik op de bestsellerlijsten lijkt dat niet te bevestigen. In de toptien over 2008 stonden slechts drie titels die in dat jaar waren verschenen. De andere zeven waren herdrukken.

Je kunt het een criticus – gezag of niet – niet kwalijk nemen dat mensen liever nóg een keer De vliegeraar of De schaduw van de wind cadeau doen dan iets onbekends te proberen. Mensen kopen voor anderen boeken die zij al gelezen hebben. Mond-tot-mond-reclame als effectieve marketingvorm – en voor de lezer de veiligste weg. Logisch dat iemand die een boek wil verkopen, graag de indruk wekt dat je het al gelezen hebt. Daarom lijken alle omslagen van literaire thrillers op elkaar en worden lovende citaten van succesvolle auteurs als kostbaar goed gezien.

En wanneer de CPNB nu probeert het hele land te laten discussiëren over een boek, kiezen ze dus titels die hun waarde bewezen hebben. Die discussie hoeft niet meer te gaan over de kwaliteit van een boek of over de literaire relevantie. We moeten bevestigd krijgen wat we al weten. Alsof we nog eens naar de WK-finale van 1974 kijken om te zien of we terecht hebben verloren.

Zou het niet spannender zijn om een geheel nieuw werk van een onbekende te verspreiden?

De tegenwerpingen kan ik ook bedenken: wie laat zich naar de bibliotheek lokken door iets geheel onbekends? Willen we niet eerst weten of de auteur een beetje een interessant mens is? Waarom zomaar een boek gaan lezen dat wellicht helemaal niet standhoudt?

Dan is het veiliger je te laten meevoeren door de literatuurgeschiedenis, en door de toptien, het advies van iemand die het ook van horen zeggen heeft.

Maar wie zich wel wil laten verrassen, moet durven lezen alsof je een anoniem debuut onder ogen krijgt. Moet misschien maar eens een onbekende debutant gaan lezen. Pluk eens blind een boek uit de kast van boekwinkel of bibliotheek. Wie weet geeft de CPNB het over 50 jaar wel gratis weg. In het beste geval maak je deel uit van de literatuurgeschiedenis. In het slechtste geval heb je een boek gelezen dat vrijwel niemand anders zal lezen.

Bertram Mourits is redacteur bij uitgeverij Contact. Hij schrijft dit stuk op persoonlijke titel. Mourits is auteur van het boek Zestig, over Nederlandse poëzie uit de jaren zestig.