Hoe komt het dat bami overal hetzelfde smaakt?

Geke Hop uit Utrecht houdt van Chinees eten, zowel de verfijnde variant als de ordinaire bak bami. Wat haar opvalt is dat die bami overal in Nederland hetzelfde smaakt, het aanbod van een enkel luxer restaurant daargelaten. Staat er ergens in Nederland een megabamifabriek?

Doelt de lezer op een marktdominante speler op het gebied van de bamproductie? Nee, zo’n leverancier bestaat niet in Nederland. Chinese restaurants bestellen het basisproduct voor bami bij een van de vele groothandels in het land, vertelt Alex Chang, sectorvoorzitter van brancheorganisatie Koninklijke Horeca Nederland. De restaurants koken en bakken deze tarwenoedels vervolgens zelf, en voegen er kruiden en andere ingrediënten aan toe.

Hoe komt het dan dat de bami van de afhaalchinees overal in Nederland ongeveer hetzelfde smaakt? Dat is al zo sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog, toen Nederlandse soldaten uit Indië terugkeerden, zegt Chang. In Indië waren deze soldaten gewend geraakt aan oosterse smaken en zo ontstond in het naoorlogse Nederland een markt voor oosters eten. Daar speelde de Chinese middenstand slim op in. Die introduceerde de eerste Chinees-Indische restaurants en die bleken een groot succes. Recepten werden gretig gekopieerd, en zo raakten de gerechten al snel gestandaardiseerd.

Tot enkele jaren geleden was de Nederlander dik tevreden met zijn doorsnee bak bami. Maar tegenwoordig merken Chinese restauranthouders dat men de klassieke Chinees-Indische gerechten saai gaat vinden. „Vandaar dat de Chinese keuken de laatste jaren steeds meer variatie toont.” Neem de hippe noedelzaakjes of de luxe Chinese restaurants die een verfijnder soort bami serveren.

Dat Nederlanders een beetje uitgekeken raken op de afhaalchinees vindt Chang ook wel jammer. Hij praat erover alsof er cultureel erfgoed verloren gaat. De mix van de Indische en Chinese keuken, toegespitst op de Nederlandse smaak resulteerde immers in een unieke keuken: nergens in de wereld smaakt een bak bami zoals in Nederland.

Reinier Kist