Het is lekker als de noten kraken

Jori Collignon (28) is toetsenist en producer van C-Mon & Kypski en van Nobody Beats The Drum.

Binnenkort gaat hij met een derde band het podium op.

Het was wat intimiderend. Op de ruime negende etage van het oude Elsevier-gebouw in Bos en Lommer, waar toetsenist en producer Jori Collignon antikraak woont, lag het een jaar geleden vol met een excentrieke verzameling instrumenten en elektronische apparatuur die de bandleden van C-Mon & Kypski overal vandaan hadden geplukt. De ingrediënten om een plaat vol nieuwe ideeën en invalshoeken op te nemen, waren zodoende ruim aanwezig: compressors, een banjo, een Afrikaanse duimpiano, enkele oude, analoge synthesizers en een draaitafel met de allernieuwste snufjes. Collignon: „De eerste dag hebben we alleen maar zitten staren en ons afgevraagd: aan welke knop zullen we het eerste draaien?”

Jori Collignon (28) gebruikt popmuziek als een palet waarmee hij in alle vrijheid kan kladderen. Als toetsenist en producer van de succesvolle geluidskunstenaars C-Mon & Kypski; de groep die van dj-act uitgroeide tot stevig rockende band, met vier muzikanten die het oorspronkelijke sampleconcept van de dj’s uitbouwden tot een door live-instrumenten aangedreven, steeds van kleur verschietende, aanstekelijke smeltkroes van stijlen. Maar ook als lustig met toetsen en techniek improviserend kopstuk van het elektronicatrio Nobody Beats The Drum. En vanaf volgende maand als boegbeeld van alweer een nieuwe band waarmee hij de podia opgaat, Skip & Die, een electro-project met de Zuid-Afrikaanse zangeres Cata.Pirata. Collignon: „En ik wil nog iets gaan doen waarbij ik gewoon simpele popliedjes speel op de piano.”

Hij won dit jaar het Duiveltje voor de beste toetsenist van Nederland, een prijs die door collega-muzikanten wordt uitgereikt. Zijn carrière begon op de vrijmarkt in Utrecht, toen Collignon op zijn twaalfde de elektronische piano mocht lenen van zijn vader, cartoonist Jos Collignon. „De voorwaarde was dat ik tien liedjes uit mijn hoofd kende.” Op pianoles werd zijn creativiteit gestimuleerd door een lerares die hem voorhield dat hij niet hoefde te studeren, zolang hij elke week een eigen nummer kon presenteren. Hij ziet zichzelf nog steeds meer als scheppend artiest dan als pianist. „Ik kan geen normale vingerzetting spelen en struikel altijd over mijn vingers. Ik ben nooit op techniek gericht geweest; het ging me altijd om het spelen met een bandje, op tour gaan, dat vond ik te gek.”

Dat is op het podium goed te zien. Bij zowel de optredens van C-Mon & Kypski als Nobody Beats The Drum staat Collignon vooraan te stralen, terwijl hij achter zijn apparatuur zijn lichaam laat meegolven op de muziek en continue enthousiast contact maakt met andere bandleden. Hoewel de muziek behoorlijk verschilt – „C-Mon & Kypski nemen je mee op reis en Nobody Beats The Drum is meer een ongecompliceerd bombardement”, aldus Collignon – spat bij beide bands het vrijzinnige muzikale plezier van het podium af.

Bij C-Mon & Kypski is Collignons creatieve rol toegenomen. Tijdens de opnames van vorige platen speelden hij en gitarist/bassist Daniel Rose lange stukken muziek en haalden dj’s en producers Simon ‘C-Mon’ Akkermans en zesvoudig nationaal scratchkampioen Thomas ‘Kypski’ Elbers daar de afzonderlijke maten uit die zij als grondstof gebruikten voor hun audiocollages. Sommige nummers ontstonden uit jamsessies met de hele band, maar het uiteindelijke ‘geknutsel’, zoals Collignon het noemt, werd door de dj’s gedaan.

Voor hun nieuwe album We Are Square nam hij ook samples en strijkersarrangementen voor zijn rekening. Zowel live als op plaat is de evolutie van dj-act naar band duidelijk terug te horen. De duizelingwekkende breedte van invloeden is nog steeds aanwezig; de luisteraar waant zich het ene moment in een bloedhete Braziliaanse favela en het volgende in het statige oude China. Maar de liedjes volgen een klassieker stramien dan voorheen; de bandleden zijn samen gaan zingen en hun muziek is meer dan ooit gemaakt om op het podium te kunnen rocken. De liedjes zijn traditioneler geworden, zonder dat ze aan gevarieerdheid hebben ingeboet.

„Eigenlijk worden we steeds meer een normale band en doen we alsof dat heel bijzonder is”, zegt Collignon met een glimlach. „We hebben meer dan op vorige platen geknipt en gesneden en waren bewuster met arrangementen bezig, ook doordat Thomas de hele plaat live heeft gedrumd. Vroeger gebruikten we samples van drums, nu waren we gedwongen eerst de structuur van een nummer te maken, daar een hele drumpartij van op te nemen, en daar dan de rest op te stapelen. We hebben de muziek buiten de computer getrokken en meer gewerkt met apparaten met een eigen karakter. Het is lekker als noten kraken en een beetje vals zijn.”

Vorig jaar was Collignon twee maanden in de VS met C-Mon & Kypski, voor een tour waarbij ze zelf in een busje van podium naar podium reden. In Nederland rijdt hij regelmatig na een optreden van de band door naar een ander podium voor een optreden met Nobody Beats The Drum. En toen hij dit voorjaar drie weken vrij had, trok hij met Cata.Pirata door Zuid-Afrika om met lokale acts – „van traditionele Marimba-spelers uit de townships tot arty electromensen uit Kaapstad” – de muziek op te nemen die de basis vormt van het oeuvre van Skip & Die, waarmee ze in november als try-out een aantal voorprogramma’s van C-Mon & Kypski verzorgen.

„Ik vind het leuk om in de studio te zitten en te beginnen aan iets dat nergens bij past”, zegt Collignon. „Sommige ideeën komen terecht bij C-Mon & Kypski of bij Nobody Beats The Drum en ongeveer de helft van de ideeën die ik de afgelopen tijd in de studio ontwikkelde, kan ik nu kwijt in Skip & Die. En in mijn hoofd heb ik nog drie plannen voor daarna. Ik ben blij dat niet alles vastligt.”

Het album We Are Square van C-Mon & Kypski is zojuist verschenen. De band toert de komende weken door het land.