Hebreeuwse teksten als kunst

Tentoonstelling Een reis door joodse werelden; hoogtepunten uit de Braginsky Collectie. Afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam. Inl.: www. bijzonderecollecties.uva.nl.***

Tijdens het Poerimfeest wordt traditioneel voorgelezen uit het bijbelboek Esther. Volgens de rabbinale voorschriften moeten de teksten over Esther met inkt zijn geschreven op rollen perkament, gemaakt van de huid van koosjere dieren.

Maar de reglementen zijn voor de Esther-rollen toch lang niet zo streng als voor de hooggeschatte eerste vijf boeken van de bijbel, die tezamen de Thora vormen. Misschien is het omdat het boek Esther het enige in de bijbel is waarin de naam van God niet voorkomt, dat die tekst voorzien mocht worden van weelderige randdecoraties en zelfs illustraties van de tekst.

Het verbod op het maken van figuratieve voorstellingen, zoals de joodse traditie het bijbelse gebod ‘gij zult u geen gesneden beelden maken’ vaak heeft begrepen, werd in de boekproductie dus lang niet altijd rigoureus toegepast. Dat blijkt ook uit veel andere stukken in de tentoonstelling die nu is te zien op de afdeling Bijzondere Collecties van de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek.

Veel van de liefst twintig getoonde Estherrollen zijn gevat in fraai bewerkte kokers van edelmetaal of ivoor, en waar het perkament gedeeltelijk tevoorschijn komt openbaart zich de inventiviteit van tekenaars en schilders.

In een rol die omstreeks 1675 in Amsterdam is gemaakt, is rondom vierkante tekstblokken veel ruimte gelaten voor een kunstenaar die zwierig kringelende decoratieve banden tekende, maar ook vertellende scènes. Omdat hij zich kennelijk geen voorstelling kon maken van het oude Perzië, gebruikte de tekenaar een Romeinse triomfboog als decor en doste hij soldaten van de koning uit in classicistische harnassen.

Zo drukt de kunst van de plaats van ontstaan een stempel op de decoratie van joodse boeken, zoals die overal in Europa, maar ook van Noord-Afrika tot in India zijn gemaakt. Neem een vijftiende-eeuws boekje dat een kleurige illustratie bevat van een elegant geklede man, die zijn al even zwierig uitgedoste bruid een ring aan de linkerwijsvinger schuift. Dit sluit nauw aan bij de vroeg-renaissancistische stijl van schilderen in het Noord-Italiaanse Ferrara, waar het boek dan ook zal zijn gemaakt.

Minder verfijnd maar even typerend, zijn de illustraties in een achttiende-eeuwse Estherrol uit de Elzas. Ze tonen karikaturale kereltjes in lokaal kostuum met kraag en hoed, maar ook uilen met een drinkbeker in hun poot. Dit zou kunnen verwijzen naar de uitdrukking ‘zo dronken als een uil’, die dan weer slaat op drinkgelagen tijdens het Poerimfeest.

De meeste van de circa 130 tentoongestelde werken komen uit het bezit van de Zwitserse verzamelaar René Braginsky. Diens collectie Hebreeuwse handschriften en gedrukte teksten beslaat de periode van de 13de tot en met de 20ste eeuw. Ze omvat uiteenlopende stukken zoals bijbelboeken en psalteria, maar ook wetboeken en astronomische traktaten.

De aantrekkelijkste stukken in de expositie zijn gedecoreerde manuscripten en een twintigtal prachtig versierde huwelijkscontracten. Maar ook zijn er boeken met alleen tekst. Het belang daarvan ligt soms in de kalligrafie van de letters of de verassende vormgeving van de bladspiegel, die bijvoorbeeld de vorm van een zandloper aanneemt.

Maar ook zijn er curiositeiten zoals het handschrift van een gebedenboek uit circa 1400, waarin de kopiist uit zelfcensuur een passage wegliet die zou kunnen worden opgevat als een voor christenen beledigende verwijzing naar Jezus. Wie het Hebreeuws niet machtig is, moet in zulke gevallen de bijschriften of de catalogus maar geloven. Dat maakt de expositie voor een deel vooral interessant voor fijnproevers.