Geen bedelman, maar een regionale reus

Turkije ontwikkelt zich snel tot grootmacht op de Balkan en in het Midden-Oosten.

De Turkse premier Erdogan onderstreepte dat gisteren met zijn bezoek aan Iran.

Wat ziet een voormalig minister van Buitenlandse Zaken van Turkije als zijn opvolger warme vriendschappen ontwikkelt met voorheen verfoeide regimes in het Midden-Oosten zoals Iran, Syrië en Irak? Als zijn land tegelijkertijd hooglopende ruzie maakt met Israël, dat al een halve eeuw trouwe bondgenoot is van seculier Turkije in een vijandige Arabische wereld?

„Ik noem dat nieuw Ottomanisme”, zegt Sukru Sinah Gurel. „Turkije kijkt niet langer naar het Westen, maar slaat zijn vleugels uit in alle windrichtingen. Turkije meet zich de rol aan van een regionale supermacht. Dat kan de Europese belangen schaden. Maar dan had Europa maar niet zo afwijzend moeten staan tegenover toetreding van de Turken.”

Turkije is zijn rol als bedelman voor toetreding tot de Europese Unie ver voorbij. Turkije ontwikkelt zich in rap tempo als regionale reus in de Kaukasus, de Balkan en het Midden-Oosten. Dat vindt niet alleen Gurel, minister van Buitenlandse Zaken in 2002. Andere oud-ministers zien dagelijks bewijzen dat NAVO-lidstaat Turkije heeft gebroken met het buitenlandbeleid van de afgelopen eeuw. De tijd dat Ankara alleen alleen naar het pijpen danste van zijn westerse beschermheren is voorbij.

De Turkse premier Erdogan onderstreepte dat gisteren met zijn bezoek aan Iran. De omstreden Iraanse president Ahmadinejad noemde hij maandag „een vriend”. In een interview met de Britse krant The Guardian deed Erdogan de westerse beschuldigingen dat Iran heimelijk een kernwapen wil ontwikkelen af als „geroddel”. Die woorden jagen de westerse bondgenoten schrik aan. Maar de wending in het Turkse buitenlandbeleid reikt veel verder dan de steunbetuiging aan Ahmadinejad.

Israël voelt dat het meest. Een tv-serie waarin Israëlische soldaten in koelen bloede Palestijnse kinderen doodschieten, bleef ondanks woedende reacties in Israël op de Turkse staatstelevisie te zien. Een jaarlijkse NAVO-training boven Turks grondgebied werd geannuleerd omdat Turkije niet wilde dat Israël eraan deelnam. In dezelfde week kondigde Ankara gezamenlijke militaire oefeningen aan met Syrië, een buurland dat formeel nog in oorlog is met Israël.

„Emotie is beleid geworden”, zegt Hikmet Cetin, minister van Buitenlandse Zaken tussen 1991 en 1993. „De oorlog in Gaza wordt gebruikt als excuus voor de nieuwe koers.” Wie begin dit jaar premier Erdogan tijdens het World Economic Forum woest zag weglopen uit een debat met de Israëlische president Peres over de oorlog in Gaza, zou kunnen denken dat er sprake was van een oprisping. Het optreden bezorgde Erdogan vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen in maart massale steunbetuigingen van zijn kiezers. „Het is heel gevaarlijk om buitenlands beleid te gebruiken voor binnenlandse doeleinden”, waarschuwt Cetin.

Tien maanden later is duidelijk dat dit wel de opzet is van de regering-Erdogan. De band met Israël wordt ingezet als offerlam voor een reeks impopulaire maatregelen die de Turkse regering aan de trotse Turkse kiezer moet verkopen om zijn regionale ambities te realiseren. Het is de maand waarin Turkije een historische regeling ondertekende met het buurland Armenië die een einde moet maken aan een eeuw van vijandschap. Turkse nationalisten krijgen koude rillingen bij het idee dat dat Turkije straks ook erkent dat er in 1915 genocide werd gepleegd op de Armeniërs.

Tegelijkertijd begint de toenadering tot een andere vijand, de Koerden, vorm te krijgen. De Turkse autoriteiten zagen deze week minzaam toe hoe strijders van de Koerdische afscheidingsbeweging PKK vanuit Irak de Turkse grens overstaken. Ze werden juichend ontvangen door duizenden Koerden, en niet opgepakt. Het valt allemaal onder het masterplan van de recent aangetreden minister van Buitenlandse Zaken, Ahmet Davutoglu. Zijn ambitie rust op twee pijlers: „nul problemen met de buurlanden”, en wijdverbreide Turkse invloed in de regio.

„De regering is op zoek naar wisselgeld voor dit beleid”, zegt oud-minister Gurel. „Israël is een makkelijke zondebok. Dit gebeurt met de stilzwijgende goedkeuring van de Amerikanen, die ook vinden dat Israël het met de oorlog in Gaza te bont heeft gemaakt. Intussen krijgt Turkije van Washington de vrije hand om zich als regionale grootmacht te profileren. Als de Amerikaanse troepen zich straks terugtrekken uit Irak, moet Turkije tenslotte het vacuüm vullen dat de Amerikanen achterlaten.”

De Arabische landen zeggen die nieuwe Turkse rol met enthousiasme te omarmen. „Premier Erdogan heeft met zijn actie vertrouwen gewekt in de Arabische wereld”, zegt Omnia Taha, politiek adviseur bij de Arabische Liga die vorige week naar Istanbul reisde om de banden met de Turkse regering verder aan te halen. „De Arabische landen zijn stuurloos en te verdeeld om hun conflicten op te lossen. Turkije kan die rol nu spelen.”

Voor zo’n rol zal Turkije zijn band op lange termijn met Israël weer moeten herstellen, meent Ilter Turkmen, minister van Buitenlandse Zaken tussen 1980 en 1983. „Die samenwerking is in het belang van beiden. Israël zoekt toenadering tot Syrië en heeft de hulp van Turkije daarbij nodig.” De Amerikaanse president Obama nodigde Erdogan deze week uit voor een dringend gesprek over de nieuwe koers. De verwachting is dat Amerika Turkije zal vragen de anti-Israëlische toon te matigen. Pas daarna zal blijken hoe onafhankelijk van het Westen het nieuwe Turkse buitenlandbeleid werkelijk durft te zijn.