Een tragische levensgenieter uit het getto

Een groot kunstenaar en een weldoener voor zijn vrienden. Voor de Polen is regisseur Polanski levende geschiedenis, blijkt uit een tentoonstelling.

In het filmmuseum van Lódz, de tweede stad van Polen, kwebbelen honderden scholieren er lustig op los. „Er is zojuist een groep uit Duitsland gearriveerd”, roept de dame achter de museumkassa, met zweetdruppels op haar voorhoofd. „Een Poolse is al binnen.”

Het is niet zomaar een gekkenhuis: de nieuwe expositie van het museum gaat over Roman Polanski (76), de vermaarde filmregisseur die in Zwitserland is aangehouden in verband met een dertig jaar oud zedenmisdrijf. Een kwestie die wereldwijd een verhit debat over misdaad en straf heeft losgemaakt. Polanski is hot.

Curator Krystyna Zamyslowska is blij met het succes, maar zit er ook mee in haar maag. „Het lijkt net alsof wij inspringen op de actualiteit”, zegt ze. „Nonsens. Zo’n tentoonstelling organiseer je niet zomaar, er is twee jaar hard aan gewerkt.” Samen met de regisseur, die er zijn persoonlijk archief voor openstelde.

Het eindresultaat heeft Polanski nooit gezien. Hij werd een maand geleden gearresteerd, op basis van een Amerikaans arrestatiebevel. De regisseur moet in de Verenigde Staten terecht staan, omdat hij daar in 1977 seks had met Samantha Geimer, toen 13 jaar. De VS hebben Zwitserland om zijn uitlevering gevraagd, in afwachting daarvan zit hij vast.

Op een steenworp afstand van het filmmuseum ligt de filmschool van Lódz, een beroemd instituut dat grote filmmakers voortbracht, onder wie Polanski. Lódz is trots op de filmmaker. Hij is ereburger van de stad, heeft een eigen ster op de lokale Walk of Fame en kreeg een eredoctoraat van de filmschool.

Maar ook hier wordt gekibbeld over zijn arrestatie. „Niemand staat boven het recht”, zegt een docent, die op de stoep van de school een sigaretje rookt. „Het heeft niets met recht te maken”, riposteert een collega. „Het is politiek: sinds de crisis staat het Zwitserse bankgeheim onder druk. Met Polanski hopen ze een wit voetje te halen bij de Amerikanen.”

In het filmmuseum schuifelt de mensenmassa langs filmposters, foto’s en filmfragmenten. Aan het seksschandaal wordt geen aandacht besteed, behalve kort in de catalogus. „Ik weiger hem te zien als immoreel”, schrijft de Poolse componist Wojciech Kilar, die vaak samenwerkte met Polanski. „Dat hij zich als een oude vrijer gedraagt, zie ik als zelfverdediging, als een tragische echo in zijn ziel.”

Voor de Polen is Polanski niet alleen een wereldberoemde en daarom zeldzame landgenoot, hij is levende geschiedenis. Als tienjarig joods jongetje ontsnapte hij uit het getto van Kraków, zijn moeder was toen al vermoord. Hij wilde niet weg, maar bij zijn vader blijven. Die schold hem de huid vol, zodat de weifelende zoon het op een rennen zou zetten. Polanski rende en zou nooit meer stoppen.

Na de oorlog werd hij bevangen door ongebreidelde levenslust. Uit de tientallen anekdotes van vrienden die de expositie begeleiden, komt het beeld naar voren van een gangmaker en een rebel, die er niet voor terugschrok om communistische functionarissen te beledigen en op de filmschool voortdurend rotgeintjes uithaalde met de secretaresses – met zijn mond vol cake fingeerde hij hevige kotsaanvallen.

In het communistische Polen was Lódz een oase van vrijheid en creativiteit, waar geleefd werd op het ritme van jazzmuziek. Maar voor Polanski voelde het als een getto. Zijn eerste grote succes, Mes in het water (1962), leverde Polen voor het eerst een Oscarnominatie op, maar was in eigen land nauwelijks te zien. Het regime vond de film ‘bourgeois’, omdat er een veel te duur jacht in figureerde. Polanski zette het weer op een rennen, weg uit Polen.

Na Polanski’s recente arrestatie gingen oudere Poolse filmmakers en kunstenaars als één blok om hun collega staan. Op de expositie wordt duidelijk waarom. In het buitenland verwierf Polanski wereldfaam met films als Rosemary’s Baby (1968), Chinatown (1974) en het met een Oscar bekroonde The Pianist (2002), maar hij ontpopte zich ook als een weldoener voor achtergebleven vrienden die om politieke redenen niet verder kwamen in Polen. Hij nam ze in dienst, nodigde ze te logeren uit of hielp ze aan contacten.

Het noodlot kon hij echter niet van zich afschudden. In 1969 werd zijn zwangere vrouw, de Amerikaanse Sharon Tate, op brute wijze vermoord door een maniakale hippiesekte. En in de jaren zeventig was er het seksschandaal, waarvoor hij nu vastzit in Zwitserland, een ervaring die de eeuwige overlever naar verluidt in een diepe depressie heeft gestort.

Curator Zamyslowska vreesde even dat haar onderkoelde behandeling van al deze kwesties tot negatieve reacties zou leiden, maar tot nu toe is dat uitgebleven. „Het museum zit elke dag stampvol”, zegt ze. „Voor ons is Polanski hoe dan ook een groot kunstenaar. Wie meer wil weten over zijn privéleven, kan een krant kopen.”