Die crisis komt zó slecht uit

Er is gebrek aan Europees leiderschap, zegt de Italiaanse ex-bankier Padoa-Schioppa.

Door de economische neergang handelen veel EU-landen nu weer nationaal.

Door de economische crisis is de Europese Unie het afgelopen jaar in een proces van desintegratie beland. Of dit proces doorzet, is moeilijk te voorspellen. Dat zegt de Italiaan Tommaso Padoa-Schioppa, voormalig directielid van de Europese Centrale Bank en ex-minister van Financiën. Met zijn politieke en economische achtergrond is Padoa-Schioppa (69) een van de weinigen die met kennis van zaken kunnen debatteren over het effect van de crisis op de Europese politiek.

De huidige crisis is niet de eerste test voor de EU. Ook de oliecrisis en de Koude Oorlog zorgden voor politieke spanningen. „Maar de kracht van deze crisis is ongeëvenaard”, zegt Padoa-Schioppa. „Ze slaat toe op een moment dat de EU kwetsbaar is. We zitten precies in de overgang van nationale financiële systemen naar één Europees systeem. In eurolanden zijn er geen wisselkoersen meer en is er een gecentraliseerd monetair beleid. Maar de integratie is niet compleet: regulering en toezicht zijn nog steeds nationaal georganiseerd. Dus het systeem is net een bootje op de rivier.”

Tussen twee oevers?

„Ja, en nu treft de crisis ons. Iedereen wil maar één ding: vaste grond onder de voeten. Om bij het bootje te blijven: dat steekt niet over, maar keert terug naar de oever waar het vandaan komt. Financiële systemen zijn opnieuw genationaliseerd. Multinationals zoals ABN Amro eveneens. In plaats van impulsen voor verdere integratie heeft de crisis ons impulsen voor desintegratie gegeven.”

Is dat tijdelijk?

„We zullen zien. De klassieke manier om op crises te reageren is dat de overheid financiële instellingen als banken te hulp schiet. Bail-outs waren hard nodig. Ze waren in het algemeen belang. Als je één Europees financieel systeem hebt op één Europese markt, betekent ‘algemeen’ natuurlijk ‘Europees’. Toch greep iedereen nationaal in. 27 regeringen gebruikten financiële protectie soms voor protectionisme.”

Waarom greep de Europese Commissie niet in?

„In het Europees verdrag hebben de ‘founding fathers’ helaas nergens gezet dat de Commissie Europees crisismanagement mag uitoefenen in noodsituaties. Dus blijft het een nationale bevoegdheid.”

Was de Commissie machteloos?

„Ze heeft macht op het gebied van concurrentie. Maar Neelie Kroes zat in een lastig parket. Eigenlijk moest zij zeggen: ‘Neenee, regeringen mogen geen geld in de financiële sector steken wegens het gevaar voor protectionisme. De economie is Europees, dus dat geld moet uit een speciaal Europees fonds komen’.”

Zo’n fonds kwam er niet. De regels werden tijdelijk versoepeld. Worden ze hersteld?

„Misschien. Misschien niet. Ik zie voortekenen van beide, maar richt me liever op wat haalbaar en wenselijk is. De Commissie heeft net voorstellen gedaan om het De Larosière-plan voor meer Europese financiële supervisie in de praktijk te brengen. Het De Larosièreplan is niet revolutionair, het borduurt voort op ideeën die al circuleerden. Maar de Commissie is ambitieus in de uitvoering daarvan. Wie weet levert dat welkome veranderingen op. Verder denk ik dat de crisis aantoont dat je beter bij de EU en de euro kunt horen. Ierland heeft geleerd dat je niet kunt profiteren van EU-lidmaatschap en er tegelijkertijd op schelden. IJsland heeft ook het lidmaatschap aangevraagd. Dit vind ik positieve signalen. Wat we nu nodig hebben, is politiek leiderschap.”

Is dat er?

„Niet echt.” Hij zwijgt even, en zegt dan: „Europees leiderschap moet over landsgrenzen heengaan.”

Alleen winnen politici nu geen verkiezingen door over Europa te praten.

„De leiders die Europa hebben opgebouwd van de jaren ’50 tot ’90 hebben hun politieke kansen niet verspeeld doordat ze zich Europees opstelden. Neem Adenauer. Denk aan Helmut Schmidt, Mitterrand, Lubbers. Sommigen waren de langstzittende premiers in hun land.

„Politici hebben nu een beperkter perspectief dan vroeger. Ze lijken te denken dat Europees en nationaal belang twee verschillende dingen zijn. Maar de strijd tegen klimaatverandering, criminaliteit en terrorisme is in het nationaal én Europees belang.”

Hoe kan een land als Ierland, dat dankzij de EU van armste Europese land het tweede rijkste Europese land werd, zó klagen over Brussel?

„Nationale politici zijn het probleem. Die geven vaak op Brussel af als er een besluit ligt dat noodzakelijk is en onpopulair. Maar wat is Brussel? De plek waar deze politici elkaar ontmoet hebben om die onpopulaire maar noodzakelijke beslissing te nemen. Ministers zijn hypocriet: net doen alsof die maatregelen door anderen zijn genomen. Alsof zijzelf er niet bij waren. Burgers zijn naïef genoeg om dat te geloven, want de mythe van de natiestaat is sterk.”

Over onpopulaire maatregelen gesproken: is het Stabiliteitspact nog te repareren? De limiet voor begrotingstekorten is versoepeld vanwege de crisis.

„De discipline van het Pact moet worden hersteld. De discussie is vooral: wanneer? Dat regeringen de economie met fiscale stimuli ondersteunen, is nog even nodig. Mede daardoor lopen de tekorten op. Het was beter voor het Pact als die steunmaatregelen deels Europees waren gefinancierd. Maar het is prematuur om het Pact dood te verklaren.”

Hét politieke gevecht in Brussel gaat deze herfst over Europese financiële supervisie. Wat verwacht u?

„Ik ken de afloop niet. Maar als 27 regeringen en het parlement het snel goedkeuren, toont dat meer eendracht dan de EU de afgelopen tijd aan de dag heeft gelegd.”

De Britten zijn sceptisch.

„Ook anderen hebben bezwaren. Omdat de Commissie te veel macht krijgt, of omdat het parlement macht verliest. Landen én instituties vechten voor hun belang. En: als het besluit er is, moet het nog uitgevoerd worden, in alle landen.”