Advocaten: onderzoek naar taps

Een groep vooraanstaande strafrechtadvocaten eist een onafhankelijk onderzoek naar de gevolgen van het niet-vernietigen van afgeluisterde telefoongesprekken tussen advocaten en verdachten.

De strafpleiters Frank van Ardenne, Jan Boone, Nico Meijering en Inez Weski concluderen op basis van publicaties in NRC Handelsblad dat advocaten, rechters en verdachten jarenlang verkeerd zijn voorgelicht.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken kondigde vorige week al een onderzoek aan naar de technische werking van het computersysteem waarmee gesprekken moeten worden vernietigd. Dat gaat de advocaten niet ver genoeg.

Volgens Jan Boone hebben de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie wet- en regelgeving voor het vernietigen van geheimhoudersgesprekken – tussen verdachte en advocaat – gemaakt terwijl ze wisten dat die gesprekken niet konden worden vernietigd.

Boone: „Dit probleem speelt al sinds 2002. Uit stukken blijkt dat er toen ook al niet vernietigd kon worden. Daarna is ons jarenlang voorgehouden dat alles goed geregeld was: ‘geheimhoudersgesprekken worden echt onverwijld vernietigd, zoals de wet dat voorschrijft.’ En wat blijkt nu? Niemand kan zeggen hoe lang het duurt voordat er wordt vernietigd. Als dat al gebeurt. Dan is er maar een conclusie mogelijk: we zijn gewoon in de maling genomen.”

Een onderzoek moet volgens Nico Meijering ingaan op de vraag welke overheidsvertegenwoordigers op de hoogte waren van het feit dat het vernietigen van advocatentaps niet werkt zoals de wet voorschrijft. „Ons is een rad voor ogen gedraaid. Dit is zo ernstig dat vastgesteld moet worden wie hiervoor verantwoordelijk is.”

Inez Weski vraagt zich af of overheidsdienaren hun ambtseed niet hebben geschonden. „Overheidsdienaren in functie moeten de waarheid vertellen”, aldus Weski. „Het schenden van een ambtseed kan strafbaar zijn.”

De groep advocaten krijgt bijval van hoogleraar strafrecht Paul Mevis van de Erasmus Universiteit. „De advocatuur heeft gelijk. Het gedoe over die geheimhoudersgesprekken duurt nu al jaren. Advocaten moeten ervan uit kunnen gaan dat een regeling die voorschrijft dat gesprekken onverwijld vernietigd moeten worden, door de overheid wordt nageleefd.”

Volgens Mevis is het niet zozeer een juridisch als wel een politiek probleem. „De wetgever moet er voor zorgen dat deze regels kunnen worden uitgevoerd. En dat is kennelijk niet het geval. De minister is nu aan zet om de uitvoering van de wet te garanderen.”

Advocaat Frank van Ardenne vraagt zich af of de computers waarmee nu wordt afgeluisterd niet moeten worden stilgelegd. „Kennelijk kan de overheid het recht op vertrouwelijk overleg tussen advocaat en verdachte niet waarborgen.”

Mevis vindt die suggestie te ver gaan. „Met het stilleggen van de mogelijkheid om telefoons te tappen worden de belangen van de overheid te zeer geschonden. Maar ik vind wel dat de overheid moet aantonen dat er geen misbruik gemaakt kan worden van geheimhoudersgesprekken die nog niet vernietigd zijn. De strafrechter moet kunnen controleren dat informatie uit die gesprekken geen rol in een strafzaak heeft gespeeld. Dat is de strekking van eerdere uitspraken van de Hoge Raad.”

Een woordvoerder van het Landelijk Parket van het Openbaar Ministerie ontkent dat er sprake is van misleiding. „Wij zien dit als een technische kwestie. Daarom komt er een onafhankelijk onderzoek van TNO.”