Aan kunstjes met getallen is nu even geen behoefte meer

Ex-bankiers van Wall Street proberen een nieuw leven te beginnen. Matthew Frank was handelaar bij Goldman Sachs, maar geeft nu rondleidingen. Eerste deel van een drieluik.

Ooit had Matthew Frank de keuze. Of hij gaat bij Defensie werken, wat zou neerkomen op een degelijk leven in een buitenwijk waar dan ook in Amerika, of het werd de financiële sector. Wall Street. „En dan kon ik in de stad gaan wonen. Spannend.”

Echt lang hoefde hij niet na te denken. Toen kreeg hij ook nog een baan aangeboden bij Goldman Sachs. „Dat is gewoon een geweldig bedrijf, meer hoef ik daar niet over te zeggen.”

En zo benadert Matthew Frank, nu 35 jaar oud, alle grote keuzes in het leven. Bijna mathematisch. Als, dan. Min, plus. Zo is hij ook opgeleid. Aan de University of Chicago, thuisbasis van Amerika’s grootste economen zoals Milton Friedman, volgde Matthew een mastersopleiding in wiskunde. Maar zijn nieuwsgierigheid was nog niet voldoende bevredigd. Hij promoveerde daarna in zowel geschiedenis als politieke wetenschappen.

Goldman Sachs, de enige grote bank op Wall Street die de laatste twee jaar relatief zonder kleurscheuren doorkwam en nu van links en rechts kritiek krijgt over de voortzetting van de bonuscultuur en de vermeende banden met het Witte Huis, nam Matthew aan vanwege, hoe zal hij het eens bescheiden zeggen, „my math skills”. Hij kan kunstjes met getallen.

Hij kwam terecht op de energieke handelsvloer en was trots deel uit te maken van iets dat groter was dan hijzelf. Hij werd ingezet op de afdeling die in opties op valuta handelde, „ik moest dan uitrekenen wat telkens ons risico was”.

En dan volgt er weer zo’n tweesprong in zijn leven die hij schematisch voorstelt, alsof het hemzelf niet betreft. Enerzijds zegt hij: „Ik werd er flauw van. Ik was naar Wall Street gekomen om wiskundige problemen op te lossen, maar dat wilde ik niet meer”, anderzijds is de keuze voor hem gemaakt: „Uiteindelijk werd ik ontslagen.”

Dat was april 2008. Hij vertelt in een koffietent in de Lower East Side, van oorsprong een joodse wijk op Manhattan, nu vol met hippe kledingwinkels en toeristen die zo hard lachen dat de nauwkeurig formulerende Matthew nauwelijks te verstaan is. Hij wijst naar buiten. „De sfeer was bedompt. Dat waren grijze dagen in de geschiedenis van deze stad.” Hij heeft het over de massaontslagen, die toen al heftig leken. „Wat we niet wisten was dat de echte klappen toen nog moesten komen.”

In totaal verliezen naar verwachting 415.000 New Yorkers hun baan in deze crisis. En ook al wordt de recessie op papier officieel voor beëindigd verklaard, de werkloosheid zal nog minstens een jaar alleen maar toenemen, zeggen zelfs optimistische politici als president Barack Obama. „Toen ik ontslagen werd”, zegt Matthew Frank, „zagen we alleen maar wolken. De storm die volgde duurt nog steeds voort.”

Als je New York echt kent, zo redeneert de voormalige bankier op Wall Street, zie je hoe groot de omslag is. „Niemand hoeft nu nog te zeggen: ik werk in de financiële sector. Als je zegt: ik ben werkloos, dan weet de ander genoeg. Je ellende spreekt dan voor zich.”

Hij is alleenstaand, woont in de buurt in een bescheiden appartement waar zijn fiets aan de muur hangt. „Maar als ik mensen had die van mij afhankelijk waren”, zo noemt hij dat, een partner of kinderen, „dan had ik het niet gered.”

Nu dan zijn eigen bedrijf. In water is hij altijd al geïnteresseerd geweest. Hij legt het weer uit met een tegenstelling. Op Wall Street werd hij geacht specifieke kennis te hebben. Veel weten over weinig. En water is juist alomvattend.

Matthew bestudeert nu jaarverslagen en hoopt die kennis te kunnen verkopen „en zo andere bedrijven ervan te overtuigen om in waterbedrijven te investeren”. Wat voor bedrijven dat zijn? Een fabrikant van watermeters in de staat Wisconsin. Een bedrijf in Mexico dat in zuiveringsinstallaties doet. Of eentje in Brazilië dat in de irrigatie zit.

Hoe het gaat, met zijn bedrijf? „Ik zou het zo willen omschrijven: ik ontvang betaling in nature. Ik reis op andermans kosten, ik bezoek congressen.” Hij kan het lijden, dankzij zijn afkoopsom van Goldman Sachs. „Maar ik kijk er naar uit snel weer geld te gaan verdienen.”

Het duurde even, maar als iemand hem nu vraagt wat hij doet, zegt hij niet langer meer: „Ik ben ontslagen bij Goldman.” Hij zegt: „Ik bestudeer de waterbranche, ik help ze geld te verdienen.” En hij leerde Portugees, handig voor dat Braziliaanse bedrijf, ging op yoga, biedt nu rondleidingen per fiets langs New Yorks waterwegen aan. Hij is gids – vooralsnog zonder al teveel reisgenoten.

Dan toch nog een laatste afweging over zijn vorige leven. „Er zijn andere groepen waarop ik meer trots ben er ooit deel van te hebben uitgemaakt.”

Eerste deel van een drieluik over ontslagen Wall Street-werknemers. Meer reportages uit de VS op nrc.nl/minder. Bekijk de chatsessie die Freek Staps gisteren had met bezoekers van de website op nrc.nl/liveblog.