Yuri van Gelder vecht straf aan

Turner Yuri van Gelder is voor één jaar geschorst wegens cocaïnegebruik. Het daaruit voorvloeiende verbod om deel te nemen aan de Olympische Spelen van 2012 in Londen willen de ringenspecialist en de turnbond (KNGU) aanvechten.

Met de straf, die de tuchtcommissie van de turnbond gisteren openbaar maakte, kan Van Gelder leven, liet hij in een schriftelijke verklaring via zijn managementbureau weten. Maar hij repte met geen woord over zijn uitsluiting voor ‘Londen’. Bewust, want achter de schermen onderzoeken de turnbond en Van Gelders advocaat Cor Hellingman de mogelijkheid onder die olympische ban uit te komen. En om dat proces niet te verstoren, verlangen zij zo weinig mogelijk ruchtbaarheid.

Als ontsnappingsmogelijkheid zien Hellingman en de bond onder andere een nuancering van de partydrug cocaïne. Moet het ook als een prestatiebevorderend middel aangemerkt worden? „Wij hebben het idee dat dat bij cocaïne niet het geval is”, zegt Jos Geukers, voorzitter van de KNGU.

Advocaat Hellingman richt zijn juridische pijlen vooral op het basisprincipe van het recht dat een sporter na uitzitting van zijn straf klaar is met boetedoening. „Het IOC schendt daarmee een fundamenteel beginsel”, zegt hij. „Van Gelder heeft zijn schorsing uitgezeten, maar krijgt vervolgens geen uitnodiging voor de Olympische Spelen. Hoe kun je een sporter twee keer straffen? Het lijkt mij ook in strijd met het uitgangspunt van fair play, dat het IOC hoog in het vaandel heeft staan.”

Hellingman zet bovendien vraagtekens bij de rechtsgeldigheid van de maatregel, omdat het een één jaar oud besluit van de executive board (bestuur) van het IOC betreft, dat (nog) niet in het olympisch charter is geïmplementeerd.

Vragen die hij graag wil voorleggen aan het internationale sporttribunaal CAS. Maar pas nadat Van Gelder volgend jaar bij de WK in Rotterdam heeft aangetoond terug te zijn op zijn oude niveau. Dan resteren nog twee jaar tot de Spelen, genoeg volgens Hellingman om procedures af te ronden. Of zoals Geukers het zegt: „Ik voel er niets voor om met hypothetische zaken bezig te zijn.”