Tussen Turkije en de EU ligt meer dan de Bosporus

De Turkse cultuur staat ver af van de Europese. En samen met cultuur komen waarden.

Daarom is Turkije vooralsnog ongeschikt voor toetreding tot de EU.

Volgens veel Europese en Turkse politici is Turkije de brug tussen Europa en de islamitische wereld. Terwijl de Europese en Turkse onderhandelaars de tijd nemen om over Turkse toetreding tot de EU te praten, hebben de meeste Europese burgers echter al hun oordeel geveld. Volgens onderzoek van de Eurobarometer is slechts 28 procent van de Europese bevolking voor een Turks EU-lidmaatschap. 59 procent is tegen. En misschien voelt die meerderheid, beter dan de politieke elite, aan dat Turkije nooit echt een Europees land kan worden.

Niet alleen in geografisch maar ook in cultureel opzicht is Turkije geen Europees land. Turkije maakt geen deel uit van de Europese geschiedenis waarin westers christendom, Renaissance, Verlichting en de opkomst van de democratie het culturele landschap hebben bepaald. Ook al is Turkije geen islamitische staat, het heeft wel een islamitische cultuur. Ook al voerde Ataturk in de jaren twintig van de twintigste eeuw ingrijpende moderniseringen door en worden momenteel Turkse wet- en regelgeving aangepast, deze juridische en politieke veranderingen kunnen nooit een geschiedenis en een cultuur veranderen. In die geschiedenis stonden de Turken en Europeanen vaker tegenover elkaar dan naast elkaar.

De vraag is hoe anders Turkije nu is en in hoeverre de huidige verschillen bepalend zijn voor toetreding tot de EU. Samuel Huntington noemde Turkije „een verscheurd land.” De paradoxale situatie is dat de seculiere ‘Kemalisten’ vanuit nationalistische overwegingen tegen toetreding tot de EU zijn, terwijl de islamitische AK partij van premier Erdogan en president Gül weer vóór toetreding is. Maar tegelijkertijd heeft juist de opkomst van die AK partij ook weer alles te maken met de groeiende islamisering van het land en de verminderde godsdienstvrijheid.

Cultuur en religie doen er toe. Volgens de directeur van het grootschalige World Values Survey, Ronald Inglehart, leidt het feit dat een bepaald land historisch gezien protestants, orthodox, islamitisch of confucianistisch is tot culturele zones met zeer onderscheiden waardensystemen. Volgens Inglehart wordt ook de democratische vitaliteit mede bepaald door de cultuur van een land. Daarbij zijn culturele waarden als onderling vertrouwen en tolerantie van groot belang. Inglehart stelt ook dat ‘op de lange termijn democratie niet wordt bereikt door institutionele veranderingen of door keuzes van de elite, maar vooral afhangt van de waarden en overtuigingen van gewone burgers’. Het is ook op dat niveau dat Turkije zich onderscheidt van Europese landen als een land met bijvoorbeeld weinig onderling vertrouwen, relatief veel corruptie en veel waardering voor autoritair leiderschap. Verder worden alle EU-landen, ook de Oost-Europese, door de Amerikaanse mensenrechtenorganisatie Freedom House als ‘vrije landen’ aangemerkt. Turkije wordt nog altijd slechts ‘gedeeltelijk vrij’ genoemd. Een cultuur is uiteraard niet in beton gegoten en kan ten goede veranderen. Maar voorlopig geldt dat de afstand tussen Turkije en Europa groter is dan de Bosporus doet vermoeden.

Voor Samuel Huntington illustreerde de metafoor van Turkije als brug ook de tragiek het land. Een brug is namelijk een kunstmatige constructie tussen twee vaste entiteiten waar hij allebei niet bij hoort. Waar Turkije en Europa zo lang ‘de ander’ voor elkaar zijn geweest, waar de culturele verschillen zo aanwijsbaar zijn en waar in verschillende Europese landen de integratie van moslimmigranten zo moeizaam verloopt, daar is de toetreding van Turkije tot de EU voorlopig een brug te ver.

Met een geprivilegieerd partnerschap, zoals eerder voorgesteld door Duitsland en Oostenrijk, wordt het beste van twee werelden gecombineerd. De EU biedt Turkije alle mogelijke economische voordelen, zonder dat Europeanen en Turken zich door elkaar bedreigd hoeven te voelen vanwege een volledige integratie van Turkije in de Unie. Dat is een beter begaanbare weg dan een EU-lidmaatschap waar zo weinig draagvlak voor is. En die duidelijkheid kan ook maar beter zo snel mogelijk worden geschapen.

Gert-Jan Segers is directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie en presenteert vandaag zijn islamstudie ‘Voorwaarden voor vrede’.