Trekvogels broeden ook tijdens de trek

Diverse Amerikaanse trekvogels blijken na het jaarlijkse broeden in hun noordelijke broedgebied op een tussenstop op weg naar het zuiden nogmaals te broeden. Ze trekken halverwege de zomer naar het zuiden en brengen tussen juli en september een tweede stel jongen groot in het westen van Mexico. Pas daarna trekken ze verder naar het tropische overwinteringsgebied.

Biologen verbonden aan de University of Washington (Seattle) en aan ‘Environment Canada’ in Saskatoon brengen dit opzienbarende nieuws in de Proceedings of the National Academy of Sciences(early edition). Het voorkomen van ‘double breeding’ tijdens een tussenstop in Mexico is aannemelijk gemaakt voor vijf typisch Amerikaanse zangvogels, waaronder een koekoek. Het is nooit eerder beschreven.

Wel was al bekend dat twee Euraziatische soorten (de kwartel en de morinelplevier) tijdens hun trek van zuid naar noord in het voorjaar soms ook al broeden tijdens een tussenstop voor ze in het zomergebied hun nest bouwen. Dat vogels meer dan één legsel per broedseizoen hebben, is niets bijzonders, maar bijna altijd wordt in hetzelfde gebied gebroed. Het nu ontdekte tweede broedgebied van Amerikaanse trekvogels ligt vele honderden, soms duizenden kilometers van hun ‘gewone’ broedgebied.

De biologen, aangevoerd door emeritus hoogleraar Sievert Rohwer, bestudeerden de vijf soorten (behorende tot de geslachten Coccyzus, Vireo, Icterus en Icteria) in het kustgebied van westelijk Mexico. Tussen juli en september komen daar planten en insecten tot wasdom dankzij overvloedige regenval. Veel vogels uit het noorden brengen er graag hun ruiperiode door voor ze met nieuwe veren verder trekken naar het zuidelijke overwinteringsgebied.

Maar de onderzoekers zagen en vingen ook veel Noord-Amerikaanse vogels die niet in de rui waren, maar die toch ook kennelijk geen juvenielen (eerstejaars) waren. Er werd genesteld met bijbehorend territoriumgedrag (zingen en concurrenten verjagen) en hier en daar is het broeden zelf waargenomen. Opvallend was dat in juli vrouwtjes werden gezien met goed ontwikkelde broedplekken: dat zijn kale, veerloze plekken op de buik die bij het broeden tegen de eieren worden gedrukt. Dit wekte de indruk dat ze al een broedsel achter de rug hadden. Onduidelijk was of het hier om individuen ging die de hele zomer in Mexico hadden doorgebracht.

Isotopenanalyse aan veren, spieren en nagels van de in Mexico gevangen en geschoten niet-ruiende vogels toonde aan dat de vogels eerder dat jaar enige maanden in de VS en Canada hadden doorgebracht. Zelfs kon worden geschat hoe lang dit geleden was. (In planten en insecten van de VS en Canada komen de relatief zeldzame zware istopen van stikstof, koolstof en waterstof in andere verhoudingen voor dan in Mexico.)

Dit beschouwen de onderzoekers als de sterkste aanwijzing voor het dubbelbroeden. Nog niet bekend is hoe algemeen het fenomeen is. Mocht het dubbelbroeden veel voorkomen, dan is één van de pregnantste vragen hoe de jongen van de vroege en late leg de juiste trekrichting vinden. Ze moeten immers beide in het najaar een heel andere kant op.