RBS hoeft waarschijnlijk minder op de staat te leunen

Royal Bank of Scotland (RBS) wil voorkomen te veel te betalen voor de overheidsgarantie op haar slechte leningen. Maar anders dan concurrent Lloyds kan de in staatshanden verkerende Britse kredietverlener zich niet helemaal onder zijn verplichtingen uitwurmen. Dat is de reden dat de bank werkt aan een plan, waarbij zij een lagere premie betaalt voor een minder omvangrijke dekking.

RBS verwacht nu dat de overheid 325 miljard pond van zijn riskantste bezittingen garandeert. In ruil zal RBS een vergoeding betalen van 10,8 procent van het nominale bedrag, wat neerkomt op 6,5 miljard pond in aandelen, een verlies van 9 miljard pond aan belastingvoordelen en een bedrag van 19,5 miljard pond dat is gereserveerd voor de eerste verliezen die voor eigen rekening komen.

Maar er zijn twee problemen. In de eerste plaats heeft RBS waarschijnlijk niet langer behoefte aan zo’n hoog garantiebedrag. De bank zou volgens JP Morgan in 2011 weer winstgevend moeten kunnen worden en zal vóór die tijd 17 miljard pond verliezen. In de tweede plaats zorgen boekhoudkundige regels ervoor dat RBS op de korte termijn door het programma een klap van 21 miljard pond te verwerken krijgt.

Aan het eerste probleem kan RBS niet veel doen. De grotere wisselvalligheid van haar balans betekent dat noch de bank noch de regering genoeg vertrouwen in een goede afloop heeft om de garantie volledig te laten vervallen – hoe beheersbaar het basisscenario voor de rest van de recessie ook is.

Maar er zijn manieren om de kortermijnkosten te verlichten. Stel dat RBS instemt met een hoger bedrag voor de eerste verliezen – bijvoorbeeld 28 miljard pond – in ruil voor behoud van belastingvoordelen. Voeg daarbij dat de bank 15 procent minder bezittingen in het programma wil onderbrengen – omdat sommige leningen toch van betere kwaliteit bleken, of zelfs zijn afgelost – zou de totale vergoeding, als percentage van de gedekte bezittingen, hoger uitkomen, op zo’n 12,3 procent.

Maar de boekhoudkundige kosten zouden voor RBS in eerste instantie lager zijn. De Financial Services Authority (FSA, de Britse financiële toezichthouder) eist dat 4 procent van de desbetreffende bezittingen onmiddellijk van het kernkapitaal worden afgetrokken. Dan zouden de kortetermijnkosten slechts zo’n 11 miljard pond bedragen.

De regering zou nog steeds steunkapitaal achter de hand houden voor extreem slechte tijden. Maar de meest waarschijnlijke uitkomst is dat het concern een groter deel van de verliezen zou kunnen dragen zonder een beroep te hoeven doen op bescherming door de belastingbetaler. Uiteraard is RBS dan nog steeds voor 70 procent in handen van de staat. Maar alleen al de schijn van onafhankelijke veerkracht zou al iets zijn.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com