Quota aan de top

KPN stelt een aantal hoge managementfuncties alleen open voor vrouwen, zo kondigde bestuursvoorzitter Ad Scheepbouwer zaterdag aan. Het bedrijf wil ‘echte stappen’ zetten om het aandeel vrouwen in de leiding te vergroten. En gisteren besprak de Tweede Kamer een PvdA-plan om streefcijfers voor vrouwelijke bestuurders in vennootschappen vast te leggen. Het besef breekt dus door dat het met de deelname van vrouwen in topfuncties slecht blijft gesteld.

Aan ‘echte stappen’ is inderdaad behoefte, zolang die niet onder dwang gezet worden.

Eerder werd uit de zogenoemde Female Board Index duidelijk dat het aantal leidinggevende vrouwen in bedrijven nauwelijks toeneemt. Het percentage vrouwen in raden van bestuur is nu 2,4 en in raden van commissarissen 2,9. Als de ‘groei’ in dit tempo doorzet, is pas in 2090 één op de drie leden van een raad van bestuur vrouw. Dat duurt te lang en loopt bovendien uit de pas met de snelle emancipatie van de vrouw.

De discussie draait om de vraag of de oplossing dwang is of drang. Waarbij de PvdA het idee van een wettelijk vrouwenquotum voor de leiding van particuliere bedrijven gelukkig heeft ingeruild voor ‘streefcijfers’. Het gaat ook niet om het personeelsbeleid van de overheid zelf. De goede bedoelingen zijn daar per regeerakkoord vastgelegd. Nog vóór 2011 moet een kwart van de Algemene Bestuursdienst, het hogere kader, uit vrouwen bestaan. Dat moet niet ingewikkeld zijn, gezien het aanbod. Hoewel het moeizaam openbreken van het politieapparaat door minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) voor vrouwelijke commissarissen nog anders doet vermoeden.

Vrouwen winnen op sommige gebieden snel tot zeer snel terrein. Het onderwijs vervrouwelijkt snel: bijna 60 procent van de onderwijsgevenden is vrouw, zij het nog niet op bestuursniveau. De instroom in de diplomatieke dienst en de rechterlijke macht is in meerderheid vrouw. Dit jaar begonnen 47 vrouwen aan hun opleiding tot rechter, tegen 7 mannen. 12 vrouwen worden nu opgeleid tot diplomaat tegen 8 mannen. Vrouwen bezetten 25 van de 125 ambassadeursposten. Er werken nu meer vrouwelijke rechters dan mannelijke. Ook het aantal vrouwelijke medisch specialisten stijgt gestaag. In 2010 is één op de drie specialisten vrouw – een stijging binnen tien jaar van 22 naar 34 procent. Al een aantal jaren zijn er meer vrouwelijke eerstejaarsstudenten dan mannen. Het aanbod hoger opgeleide vrouwen stijgt dus snel.

Als burgers en organisaties hierop inspelen met flexibele werktijden, betere kinderopvang en andere rolpatronen – lees: meer zorgende vaders – dan is er veel gewonnen. De aandacht moet zich dus richten op gelijke kansen. Uitkomsten laten zich niet afdwingen. Uiteraard moet het potentieel van vrouwen ook voor het management worden benut. Maar aparte vrouwenbanen werken averechts.

Verlicht eigenbelang van organisaties zelf blijft de beste maatstaf en richtsnoer. Vrouwen en mannen zijn het meest gebaat bij een open competitie. Ook dat is emancipatie.