Nervositeit in Den Haag: Brussel lokt premier

Voor Europese topfuncties is ‘niemand’ kandidaat, ook premier Balkenende niet. Maar: „Als Jan Peter gevraagd wordt, is hij weg.”

Beheerste nervositeit in diverse Europese hoofdsteden. Wordt dit de week van de belangrijke besluiten over de mensen die de Europese Unie de komende jaren eindelijk een gezicht moeten geven?

Echte nervositeit in Den Haag. Wordt dit de week dat minister-president Balkenende naar Europa wordt geroepen en het land op zoek moet naar een nieuwe premier? Of gaat de Europese hoofdprijs toch naar de oud-premier van Groot-Brittannië, Tony Blair? Of komt de gevreesde dark horse langs? Vandaag meldde zich voorzichtig, via de Franse krant Le Monde, Jean-Claude Juncker, minister-president van het groothertogdom Luxemburg.

Het gist en het gonst, maar niemand die in dit finale stadium echt iets zinnigs over de definitieve uitkomst kan zeggen. Zelfs de direct betrokkenen niet: de regeringsleiders van de 27 lidstaten van de Europese Unie die komende donderdag en vrijdag in Brussel bij elkaar komen en die de besluiten zullen moeten nemen.

Alles hangt met alles samen. Of een besluit kan worden genomen over een vaste voorzitter van de EU, plus iemand die verantwoordelijk wordt voor het buitenlands beleid van de Unie, hangt af van de vraag of de eigenzinnige Tsjechische president Václav Klaus zijn verzet opgeeft tegen het Europese Verdrag waaruit de nieuwe topfuncties voortvloeien. Of hij dat opgeeft, hangt onder andere af van het besluit dat de hoogste rechter in Tsjechië dezer dagen neemt. En of dan overeenstemming wordt bereikt over kandidaten, hangt weer af van het subtiele eindspel van geven en nemen dat de regeringsleiders onderling moeten spelen.

De ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie die gisteren en vandaag in Luxemburg vergaderden, waarschuwden dan ook al dat besluitvorming deze week misschien op zich laat wachten. Maar, zoals ervaren Europakenners weten, is het openlijk temperen van de verwachtingen een beproefde tactiek. Waardoor, wanneer er alsnog een besluit valt, de daadkracht nog eens extra wordt geaccentueerd.

De naam van Jan Peter Balkenende wordt intussen – alle ontkenningen ten spijt – hardnekkig genoemd als degene met goede, en misschien wel de beste papieren voor de functie. Na Juncker is hij de langstzittende regeringsleider in de Europese Unie. Hij komt niet uit een van de grote lidstaten en is niet al te geprofileerd. De officiële lijn, dat hij geen kandidaat is, nemen ervaren partijgenoten niet serieus. Bij dit soort benoemingen bestaan geen kandidatenlijsten. „Als Jan Peter gevraagd wordt, is hij weg”, zegt een van hen stellig.

Tony Blair is officieel nog steeds de belangrijkste gegadigde, hoewel ook hij niet zelf bevestigd heeft interesse te hebben. Vanuit Groot-Brittannië wordt wel openlijk campagne voor hem gevoerd. „We hebben iemand nodig die meer doet dan door de agenda lopen”, zei minister David Miliband van Buitenlandse Zaken gisteren.

Vervolg Balkenende: pagina 3

Namen noemen tot de extra top

Miliband: „We hebben iemand nodig voor wie het verkeer stopt als hij of zij landt in Peking, Washington of Moskou. Iemand voor wie de gesprekken op heel, heel hoog niveau beginnen.”

Inderdaad, dat is niet het profiel van Jan Peter Balkenende, maar dat van Tony Blair. Of van de eveneens te benoemen Europese minister van Buitenlandse Zaken, die officieel zo niet genoemd mag worden. En zou voor die functie niet Milliband zelf uitermate geschikt zijn? Dan was zijn pleidooi voor Blair juist een doodskus, valt te horen in Brussel.

De afgelopen weken werd de kritiek op Blair ook steeds openlijker. „Het blijft een probleem dat Groot-Brittannië niet meedoet aan de euro”, zei de Franse president Sarkozy. En de drie Beneluxlanden presenteerden eerder deze maand een memorandum waarin zij stelden dat de nieuwe voorzitter „aantoonbaar betrokken moet zijn bij de EU met een visie op het Europese beleid in al zijn onderdelen”, en dat hij ook moet „kunnen en willen luisteren naar de 27 lidstaten”. Iets wat elders in Europa direct werd uitgelegd als een stemverklaring tegen Blair.

Wat ook niet pleit voor de Britse ex-premier, is dat de Conservatieven uit zijn land, die getuige de peilingen volgend jaar waarschijnlijk aan de macht komen, al duidelijk hebben gemaakt dat ze hem niet aan het hoofd van Europa willen zien. Hoe krachtig is een toekomstige EU-voorzitter als die niet eens vanuit zijn eigen land wordt gesteund?

Hoe langer de besluitvorming duurt, hoe groter de kans dat er meer bezwaren worden geuit tegen de ‘kandidaten’ Blair en Balkenende. En hoe groter ook de kans dat de baan gaat naar iemand aan wie diplomaten en journalisten nu misschien niet eens denken. Frans Timmermans, staatssecretaris Europese Zaken (PvdA), herinnerde gisteravond aan de benoeming van José Manuel Barroso tot voorzitter van de Europese Commissie, vijf jaar geleden, die tot vlak voor zijn benoeming op geen enkele lijst voorkwam. Daarom zal het namen noemen de komende dagen nog wel even doorgaan, of zelfs, als de Tsjechen blijven dwarsliggen, de komende weken. Want dan zullen de regeringsleiders tijdens een extra top een voorzitter moeten kiezen.

Hoe dan ook, ‘mister Europe’ – de naam van een vrouw is nog niet gevallen – zit er aan te komen.

Is het niet deze week, dan zal volgende maand de winnaar bekend worden gemaakt. En de verliezer? Die is er niet. Er was toch immers niemand kandidaat?