Milieugroepen willen met Vleeswijzer eetgedrag beïnvloeden

Een biologisch grazend lammetje heeft het beste leven, maar draagt flink bij aan het broeikaseffect. De Vleeswijzer wil de milieuvriendelijke consument op weg helpen.

Er is een nieuw wapen voor de consument die zich wil verzekeren van duurzaam inkopen doet: de Vleeswijzer, die aangeeft hoe verschillende soorten vlees scoren qua dierenwelzijn en milieubelasting.

„Het is bijvoorbeeld een prettige uitkomst voor vleeseters dat biologisch rundergehakt relatief weinig gevolgen heeft voor het milieu”, zegt initiatiefnemer Hans Baaij, directeur van de stichting Varkens in Nood. Het eerste doel van de kaart is natuurlijk om de landbouw een milieuvriendelijkere kant uit te duwen. Maar de uiteindelijke vraag waarvoor we ons gesteld zullen zien, zegt Baaij, is de vraag of we wel door moeten gaan met onze huidige levensstijl en de aanslag die we daarmee op milieu plegen.

Of een verandering überhaupt mogelijk is? „Een derde van het varkensvlees dat in Nederland wordt verkocht, komt inmiddels van niet gecastreerde varkens”, stelt Baaij. „Ik wil niet onbescheiden zijn, maar dat hebben wij samen met de Coöp en McDonalds voor elkaar gekregen met campagnes tegen onverdoofd castreren.”

Varkens in Nood heeft de wetenschap aan het werk gezet voor het verkrijgen van de basisgegevens van de wijzer. Voor een beoordeling van het dierenwelzijn heeft de Utrechtse onderzoeker Francine de Jonge de visie gepeild van een vijftiental collega’s van de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht en van de Animal Science Group van de Wageningse universiteit. Voor de milieuaspecten heeft ViN het onderzoeksbureau Blonk Milieu Advies opdracht gegeven de effecten op een rij te zetten.

De resultaten hebben Baaij op één punt verrast. „Biologisch scoort op milieugebied niet per se beter dan gangbaar, omdat de dieren meer ruimte innemen”, zegt Baaij. Vanuit milieuoogpunt zou men er voor kunnen pleiten dat het minst milieu belastende stukje vlees komt van kip of varken uit de intensieve veehouderij die in korte tijd zo min mogelijk voer omzet in zoveel mogelijk vlees. Grazers als koeien en schapen hebben veel voer nodig voor het produceren van een stukje vlees „en dat resulteert in veel methaan”, zegt Hans Blonk, „dat sterk meewerkt aan het broeikaseffect.”

Minpunt bij de intensief gehouden dieren zijn echter dierenwelzijn – een leven lang in hokken zonder buitenlucht of zonlicht – en de soja die met name varkens gevoerd krijgen. Die komt veelal uit Zuid-Amerika waar veel oerwoud wordt vernietigd met slechte gevolgen voor de strijd tegen het broeikaseffect. Afhankelijk van de aandacht die veevoerproducenten aan de herkomst van hun voer besteden zijn er dus „grote verschillen mogelijk”, zegt Blonk. Hetzelfde geldt overigens voor tofu, gemaakt van soja.

Op alle fronten het beste resultaat komt van rundvleesgehakt. De aparte vermelding van ‘gehakt’ is het resultaat van de herkomst van dit vlees: melkvee op leeftijd. Die dieren hebben jarenlang rustig buiten gelopen „waarbij de grote milieubelasting van de methaanuitstoot aan de melk wordt toegeschreven”, zegt Blonk.

De vleesvervangers die ViN ter vergelijking op de lijst heeft gezet blijken overigens niet allemaal dierloos geproduceerd te worden want ze kunnen eiwitten uit melk of kippenei bevatten. Dus staat helemaal bovenaan de lijst het product Quorn, gemaakt van, aldus de producent, „myco proteïne dat behoort tot de familie van de paddestoel”. „Het is een schimmelproduct”, legt Blonk uit, „dat wordt gevoed met mineralen en suikers die komen uit de suiker- en zetmeelindustrie.”

De timing van de publicatie is goed. Morgen gaat onder toeziend oog van minister Verburg (Landbouw, CDA) het Platform Verduurzaming Voedsel van start. Vertegenwoordigers van landbouw, industrie, horeca en grootwinkelbedrijven ondertekenen daartoe morgen een overeenkomst.