Kladderschilderijen tonen armoede Hirst

Beeldende kunst Damien Hirst, No Love Lost. Wallace Collection, Londen, tot 24 januari. Inl: www.wallacecollection.org*

Met de schilderijententoonstelling van Damien Hirst in de opulente Londense Wallace Collection is een keerpunt in de hedendaagse kunst bereikt, waarvan de gevolgen nog niet helemaal te overzien zijn. Zaal na zaal vol prachtige antieke meubels, beeldjes en schilderijen van Rembrandt, Caravaggio, Velasquez, en daartussen ineens twee zaaltjes met werk van Hirst.

Hij koos de Wallace Collection omdat hij zijn nieuwe werk doelbewust in de westerse schildertraditie wil plaatsen. Hij heeft ze namelijk helemaal zelf, met eigen hand, geschilderd – een grote stap voor de kunstenaar die zijn eerdere werk door assistenten liet produceren.

No Love Lost heet de tentoonstelling, met als ondertitel Blue Paintings by Damien Hirst. Hirst nodigt daarmee niet alleen uit tot een vergelijking met Picasso’s ‘blauwe schilderijen’, hij gaat met zijn locatiekeuze ook de competitie aan met Lucian Freud, de laatste levende kunstenaar die in de Wallace Collection exposeerde.

Hirsts moed is te prijzen, maar het resultaat valt niet mee. Kun je bij de titel nog aan ironie denken, na het zien van de schilderijen kun je je alleen nog maar afvragen hoe Hirst zijn eigen capaciteiten zo fout heeft kunnen inschatten. Dit had nooit aan een publiek getoond mogen worden.

Zwarte doeken, doorsneden met lijnen en kooiachtige structuren die van Bacon gejat zijn, met daartussen een strooisel van Hirst-achtige dingen: stippels, vlinders, een haaienkaak, en schedels, heel veel schedels. En zo onhandig geschilderd dat het plaatsvervangende schaamte oproept. Een roze lap vlees die volgens de handleiding een ‘schelp’ blijkt te zijn.

De pure panache en brutaliteit van zijn eerdere conceptuele werk ontbreekt volkomen in zijn verfstreken. Zelfs de titels, vaak Hirsts sterkste punt (denk aan The Impossibility of Death in the Mind of Someone Living) zijn opvallend fantasieloos: Two Skulls, Skull, Skull with Lemon, enzovoort.

Wat de tentoonstelling interessant maakt, is de kritische reactie van pers en kunstwereld. Hirst is unaniem afgeslacht. Nu is er de laatste jaren wel vaker getwijfeld aan het genie van Hirst, maar er bleven genoeg critici over die zijn recente veilingwerk en de diamanten schedel geweldig vonden. Ook zij hebben Hirst nu als een baksteen laten vallen. Wellicht konden ze niet anders, geconfronteerd met deze kladderschilderijen.

Maar misschien is er meer aan de hand. Zo schreef The Daily Telegraph: „Het lijkt erop dat ons idee van wat kunst is, of zou moeten zijn, subtiel – of niet zo subtiel – verschoven is.” The Guardian: „Deze schilderijen zijn een memento mori voor een reputatie.”

Het zal geen toeval zijn dat Hirst, jarenlang aan de top in de lijst machtigste mensen in de kunst van ArtReview, vorige week naar de 48ste plaats is getuimeld.

Wat No Love Lost zo pijnlijk maakt, is niet de onthulling dat Hirst niet kan schilderen. Dat was al langer bekend.

Nee, wat hier genant, onoverkomelijk duidelijk wordt, nu diamanten of de technische brille van zijn assistenten ons niet verblinden, is dat zijn ideeën hol, triviaal, derderangs zijn. Dat is nogal wat voor een conceptuele kunstenaar.