Het romantische ideaal is een misverstand

Wij willen graag geloven in romantiek. Maar romantiek is vaak het streven naar een onmogelijk ideaal.

Filosoof Jan Drost stelt dat we daarmee moeten stoppen.

Wanneer ik ten strijde trek tegen romantische misverstanden, dan wordt daar nogal eens hoofdschuddend op gereageerd. ‘Is dat niet wat overdreven? Wat is het leven zonder een vleugje romantiek? Wordt het anders allemaal niet erg saai?’ Maar dát, kom ik dan op stoom, is nu precies het riskante aan romantische misverstanden – en tevens de oorzaak van hun hardnekkige onuitroeibaarheid: ze doen zich onschuldiger voor dan ze zijn.

Romantische idealen zijn romantische misverstanden. Ten eerste, omdat romantische idealen vaak gebaseerd zijn op een verkeerde denkwijze, een onjuist idee. En ten tweede – en deze is sluipender – omdat wij vaak ten onrechte denken dat we deze idealen werkelijkheid willen zien worden. Terwijl, als we er even bewust bij stilstaan, we niet zelden moeten erkennen dat dit juist niet is wat we echt willen. Dubbel fnuikend dus. En dubbel onrealistisch. Een dubbeldikke muur die tussen ons en de mogelijkheid van een geleefde liefde staat. En dat terwijl ons wordt verteld dat romantiek de ultieme vorm van liefde is, in plaats van haar doodsvijand nummer één.

Eén van de meest herkenbare en wijdverbreide romantische misverstanden is het eenheidsideaal: het verlangen naar samensmelting. Samen één worden in liefde, iets mooiers lijkt er niet te bestaan. Maar wat zeg ik als ik dit zeg? Wat verlang ik als ik dit verlang?

In feite niets anders dan dat het onderscheid tussen mij en de ander wordt opgeheven, dat er geen verschil meer bestaat tussen ik en jij. Oftewel: dat er één persoon overblijft. Of eigenlijk: geen persoon. Alleen liefde en eenheid, als een soort oceaan, grenzeloos en ondeelbaar. Maar waar ben ik? En vooral: waar is de ander gebleven? Wij zijn er niet meer. Was het ons dáár om te doen?

Van de filosoof Emmanuel Levinas kunnen we leren dat een voorwaarde voor liefde is dat je met z’n tweeën bent. Hij zegt: ‘Het denkbeeld dat liefde een versmelting van twee wezens zou zijn, is een verkeerd romantisch idee. Het aandoenlijke van de erotische relatie is dat men met z’n tweeën is, en dat de ander daarin volstrekt een ander is.’ Met andere woorden: met het opheffen van deze voorwaarde wordt de liefde opgeheven. Want van wie kan ik houden als er geen ander is?

Het klinkt logisch dat er voor liefde twee mensen nodig zijn, dus waarom vergeten wij dat dan steeds weer? Sterker, waarom ervaren we het zelfs als een falen van de liefde als onze tweeheid voelbaar wordt? Bijvoorbeeld op momenten dat we het maar niet eens kunnen worden? Dan lijken we dat niet anders te kunnen interpreteren dan dat er iets mis is, helemaal mis.

Het punt is, we kunnen het wél anders interpreteren. Die vrijheid van denken hebben we. Wij zien de gescheidenheid in de liefde als een mislukking, omdat we geleerd hebben de liefde als een eenheid te zien. Oefenen wij daarentegen onszelf naar liefde te kijken als een tweeheid, dan hoeven we ons over een heleboel dingen in één klap geen zorgen meer te maken.

Dan hoeven we het besef van onze wederzijdse onoverbrugbaarheid niet meer als mislukking te ervaren, maar kunnen we het zien als wat het is: de basis waarop liefde een mogelijkheid van bestaan heeft. Dus laten we zacht zijn voor elkaar – en elkaar niet vergissingsvol opvreten. Niet voor niets spreekt men van een liefdesrelatie: voor een relatie is altijd meer dan één nodig.

Er bestaan talloze romantische misverstanden. Helaas, omdat romantiek vaak een ‘nee’ behelst tegen het echte leven, nee tegen wat je wél hebt. Het is een afwachtend en afwezig elders willen zijn, waardoor alles aan je voorbijgaat. Persoonlijker en schrijnender geformuleerd: je ideale geliefde kan een vernietigend effect op je werkelijke geliefde hebben. Namelijk zolang je het ideaal boven de werkelijkheid blijft verkiezen.

Een romantisch thema bij uitstek is het onvervulbare, het onmogelijke. En je daar dan niet bij neerleggen maar blijven hunkeren, blijven smeken, blijven stoten tegen het graniet als een gevangene van het verlangen. En daar onlosmakelijk mee verbonden het doodsverlangen, de dood als het einde van alle onrust.

In de roman Een verhaal van liefde en duisternis van Amos Oz vertelt de hoofdpersoon over de dood van zijn moeder, die zelfmoord pleegt als hij twaalf jaar is. Op de omslag van het boek (vertaling Hilda Pach, uitgeverij De Bezige Bij) wordt vermeld dat zijn moeder ‘romantisch’ is en ‘depressief’. Op zeker moment legt de zoon een verband tussen de romantische inborst van zijn moeder en haar dood. Hij vermoedt dat het volwassen leven van zijn moeder een tragische resttijd is geweest, aangezien de idealen en dromen van haar kindertijd niet bewaarheid zijn geworden.

Oz schrijft: ‘Was iets van de beloften uit de kindertijd misschien al meteen aangetast door een bedorven korst, een giftige romantische korst die de muzen met de dood verbond?’ En even verder: ‘Iets wat mijn moeder ertoe bracht, toen het leven geen enkele belofte uit haar jeugd had vervuld, zich de dood voor te stellen in de gedaante van een vurige, maar ook beschermende en troostende minnaar, een laatste minnaar, een muzische minnaar die eindelijk de wonden van haar eenzame hart zou verbinden?’

Romantiek als een vermoeide afwijzing van het leven. Zo kan ook het reeds genoemde eenheidsverlangen de vorm van een doodsverlangen aannemen, aangezien beide dromen van een definitief einde aan alle verandering, tijdelijkheid en verschil. De dood als de ultieme eenheid waarin ik en jij definitief oplossen en waaruit niemand meer terugkeert.

Oz: ‘Deze sluwe jager op mensen met een gebroken hart, deze bloedzuigende aanbidder met een stem zo bitterzoet als de doffe klank van een cellosnaar in nachten van eenzaamheid: een fluwelige, verfijnde zwendelaar, een duivelskunstenaar, een man met een toverfluit die de wanhopigen en de eenzamen in de boezem van zijn zijden mantel trekt. De aloude seriemoordenaar van teleurgestelde zielen.’

Urgenter kan het mijns inziens nauwelijks worden verwoord. Romantische misverstanden zijn de levensgevaarlijke kameleons die ons leven en onze liefde uithollen en leeg vreten. Het zijn de grootste rotbeesten, niet in de laatste plaats omdat ze aan onze eigen verbeelding ontspruiten.

Ik zal op ze blijven jagen tot er zoveel als maar binnen mijn denkvermogen ligt, het loodje hebben gelegd. En ik nodig een ieder uit zich bij de jacht aan te sluiten. Want alleen is maar alleen. Samen staan we sterker.

Jan Drost is filosoof en doceert aan de Hogeschool van Amsterdam het keuzevak De liefdesrelatie.