Handbike

Hardlopen doe je in een wheeler, fietsen in of op een handbike. In de wondere wereld van de gehandicaptensport kun je tijdens het hardlopen een lekke band rijden, en met fietsen je elleboog forceren. Of zelfs je buik. De moderne handbike wordt op de knieën bereden. Het voordeel hiervan is dat ook je buikspieren een flink partijtje meeblazen, waardoor je veel beter kan klimmen en versnellen.

De handbike heeft een evolutie ondergaan. Eerst werd er liggend gefietst. Toen zittend, maar dat stierf een stille dood. En nu dus ook op de knieën. Liggend heb je minder weerstand, maar op de knieën meer kracht. Wat is beter? Monique van der Vorst studeert bewegingswetenschappen aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Ze gaat het uitzoeken in een bachelor onderzoeksproject.

Monique van der Vorst is 24 en woont in Amstelveen. Twee weken geleden werd ze wereldkampioen Iron Man in Hawaï. Wheelerend (marathonafstand), handbikend (80,2 kilometer), en zwemmend (3,9 kilometer) bracht ze een nieuw wereldrecord op de klokken: 11 uur, 10 minuten en 14 seconden. Monique was veel sneller dan alle deelnemende mannen. Bovendien was het haar eerste volledige triatlon.

Er bestaan vast beelden van op YouTube, maar een zekere gêne weerhoudt me ervan ernaar te zoeken: hoe verloopt de overgang van het zwemmen naar het lopen? Worden de atleten, nadat ze zijn aangespoeld, door eigen soigneurs of door officieel aangestelde helpers in hun loopschoenen (wheelers) geholpen? Of klaren ze de klus helemaal zelf, klunend op buik en ellebogen?

Ik las over Monique in mijn ochtendkrant van gisteren. Op jonge leeftijd kwam ze in een rolstoel terecht. Gek genoeg om haar nog niet verlamde rechterbeen – dat in de revalidatie overbelast was geraakt – mobiel te houden. Ze ontdekte de handbike. Wat begon met fietstochtjes van 80 kilometer om „het gezeur van artsen” te vergeten eindigde in het wereldkampioenschap en een wereldrecord op de marathon.

In 2007 werd ze aangereden in Amsterdam. Whiplash. Een jaar later werd ze aangereden op een training in Amerika. Whiplash en coma. Toen ze bijkwam werd ze gerustgesteld met de diagnose: incomplete laesie. In de praktijk betekende dit dat ze haar buikspieren nog kon gebruiken en dat haar relatief goede rechterbeen nog voor ongeveer tien procent functioneerde.

Ze heeft geluk gehad, vindt ze zelf. „Ik ben heel dankbaar dat ik geen hoge dwarslaesie heb waarbij je alleen je hoofd nog kan bewegen. Ik kan eigenlijk meer dan menig valide persoon.”

Zo, die kwam aan. Ik zit al enige tijd in zak en as omdat ik links een hoogst irritante druk op de ischiaszenuw ervaar.

In de Ironman op Hawaï kreeg Monique naar eigen zeggen vleugels. Ze ‘leefde’ op adrenaline. „Er is geen enkel moment waarop je denkt: ik kan het niet.”