Dansen met roze zeemeermin Janine Jansen

Klassiek/Dans Janine Jansen (viool), Martin Fröst (klarinet) en I. Golan (piano)/ Emio Greco / PC. Gezien 26/10 Concertgebouw Amsterdam.***

Er wordt een documentaire over haar gemaakt, morgen verschijnt haar eenmalige eigen glossy (Janine) en volgende maand haar eerste boek over muziek. De Carte Blanche-serie van violiste Janine Jansen in het Concertgebouw is dit seizoen onderdeel van een hele keten ongewone gebeurtenissen in het leven van een klassiek musicus. Maar toch: een violiste die in een glimmend felroze zeemeerminnenjurk al spelend danst op Stravinsky, dat blijft opmerkelijk.

Dat juist Janine Jansen de dansexperimenten van klarinetvirtuoos Martin Fröst met belangstelling volgt, is niet verbazend. Jansen is zelf als violist van nature een toonbeeld van beweeglijkheid – aanvallende passages in welk stuk dan ook benadert ze met de gebukte sluipgang van een luipaard – en met Fröst speelde ze al vaak succesrijk samen. Maar zélf dansen, ‘Dansen met Jansen’ zoals in de zaal werd gegrijnsd, is nog wat anders.

De voor de pauze geprogrammeerde werken voor vioolsolo van Bach werden dan ook last minute vervangen door Beethovens Kreutzer Sonate – ook invoelend en met aanstekelijk intuïtieve muzikaliteit gespeeld, maar iets minder belastend. Jammer dat pianist Itamar Golan zijn expressieve spel in de stille passages niet meer beteugelde; een door Jansen geïnitieerd kat-en-muisspel in het middendeel was nu kat-verzwelgt-muis.

In Beethoven werd nog niet gedanst, na de pauze wél. Naar idee van Anneke Hogenstijn, artistiek directeur van het Concertgebouw, studeerden Jansen en Fröst al in mei een paar keer op de door Emio Greco en Pieter Scholten uitgewerkte choreografie. Dansers Suzan Tunca en Victor Callens lokten Jansen en Fröst uit tot dans, of flankeerden hen – terwijl ze muziek van Béla Bartók, Igor Stravinsky, Astor Piazzolla of Anders Hillborg speelden – met zwiepende armgebaren. Een ultieme uitdaging voor de spelconcentratie leek het, maar spanning en muzikale kwaliteit hield Jansen knap op pijl. Een geboren danseuse is ze niet echt; wat dat betreft bleek Fröst vooral in zijn prikkelende eigen compositie Voices on Wings meer een natural.

Toch: je moet het maar durven, en dan ook nog al die passen en armgebaren goed onthouden. Knap, dapper, en meteen goed voor een bijzondere sfeer tijdens Jansens serie. Jammer alleen dat de som der delen geen organische mix van muziek-en-dans wilde worden; wat dat betreft was Vivaldi’s Vier Jaargetijden, zoals door violiste Midori Seiler pas gedanst op het Festival Oude Muziek, een geslaagder experiment.